Moeder houdt twee-eiige tweeling vast

Wanneer je te horen krijgt dat je van een twee-eiige tweeling zwanger bent, is dat waarschijnlijk een hele verrassing. Een tweelingzwangerschap verloopt vaak wat anders dan een eenlingzwangerschap. Met welke verschillen kan je rekening houden? En hoe ontstaat een twee-eiige tweeling eigenlijk?

Wat is een twee-eiige tweeling?

Een twee-eiige tweeling ontstaat wanneer twee verschillende eicellen door twee verschillende zaadcellen bevrucht worden. Hier groeien twee embryo’s uit, die evenveel DNA delen als een ‘gewone’ broer en zus. Een twee-eiige tweeling kan bestaan uit twee jongens, twee meisjes of een jongen en een meisje.

Hoe ontstaat een twee-eiige tweeling?

Normaal gesproken komt er tijdens je eisprong één eicel vrij. Soms komen er, door onbekende oorzaken, twee eicellen tegelijk vrij. Dit noem je een dubbele eisprong. Wanneer deze allebei bevrucht worden door een zaadcel, ontstaat er een twee-eiige tweeling. De twee embryo’s zitten ieder in hun eigen vruchtzak en hebben hun eigen placenta.

Elke vruchtzak bestaat uit twee vliezen: een dun binnenvlies (het amnionvlies) en een dikker buitenvlies (het chorionvlies). Een twee-eiige tweeling wordt dus in de baarmoeder van elkaar gescheiden door een tussenschot dat bestaat uit vier vliezen. De medische term hiervoor is een dichoriale-diamniotische tweeling.

Ook een eeneiige tweeling kan dichoriaal-diamniotisch zijn. Eeneiige tweelingen kunnen echter ook de vruchtzakken en/of placenta met elkaar delen, zoals je in onderstaande afbeelding ziet.

Infographic tweelingvarianten
Schematische weergave van verschillende soorten tweelingen

Eeneiige of twee-eiige tweeling?

Een tweeling kan uit één eitje ontstaan (eeneiig of monozygoot) of uit twee eitjes (twee-eiig of dizygoot). De medische term hiervoor is zygositeit. Bij ongeveer 55 procent van de tweelingzwangerschappen kan de zygositeit al tijdens de zwangerschap worden vastgesteld. Dit gebeurt door naar de volgende kenmerken te kijken:

  • Het geslacht. Vanaf ongeveer 16 weken kan het geslacht van je baby’s door middel van een echo vastgesteld worden. Ben je zwanger van een jongen en een meisje? Dan weet je zeker dat het om een twee-eiige tweeling gaat. Een eeneiige tweeling bestaat namelijk altijd uit twee jongens of twee meisjes. Wanneer je zwanger bent van een tweeling van hetzelfde geslacht, kan het ook nog steeds een twee-eiige tweeling zijn.
  • De vliezen en placenta. Tussen de 10 en 14 weken zwangerschap kan de verloskundige of gynaecoloog meestal goed zien hoeveel vruchtzakken er zijn. De vliezen hiervan vormen een tussenschot tussen de baby’s. Ontbreekt dit tussenschot? Dan delen de baby’s zowel het binnenvlies als het buitenvlies met elkaar. Dit komt alleen voor bij eeneiige tweelingen. Dan weet je dus tijdens de zwangerschap al vrijwel zeker dat jouw tweeling eeneiig is.

Bij 45% van de tweelingen wordt pas na de bevalling duidelijk of het om een eeneiige of twee-eiige tweeling gaat. Dit kan na de geboorte op verschillende manieren onderzocht worden:

  • Onderzoek van de vruchtvliezen. Na de bevalling is soms aan de vruchtvliezen te zien om wat voor soort tweeling het gaat. Bestaat het tussenschot uit twee lagen? Dan gaat het om een eeneiige tweeling. Om dit betrouwbaar aan te tonen, is vaak microscopisch onderzoek nodig.
  • Bloedgroeponderzoek. Blijkt uit bloedgroeponderzoek dat je baby’s verschillende bloedgroepen hebben? Dan is het een twee-eiige tweeling. Wanneer ze dezelfde bloedgroep hebben, kunnen ze zowel eeneiig als twee-eiig zijn.
  • DNA-onderzoek. DNA-onderzoek is de meest betrouwbare manier om de zygositeit van je kindjes vast te stellen. Het DNA van een twee-eiige tweeling heeft een verschillend patroon, terwijl het DNA van een eeneiige tweeling hetzelfde patroon heeft.
  • Uiterlijke kenmerken. Zijn je kinderen wat ouder en worden ze nog altijd vaak door elkaar gehaald? Dan is de kans aanwezig dat het om een eeneiige tweeling gaat. Door het invullen van een zogenaamd ‘zygositeitsschema’ kan dit onderzocht worden. Hierin beantwoord je vragen over het uiterlijk van je kinderen.

Kans op een twee-eiige tweeling

Ongeveer 1 op de 80 zwangerschappen is een tweeling, waarvan zo’n 70 procent twee-eiig is. De kans op het krijgen van een twee-eiige tweeling is erfelijk bepaald. Deze erfelijkheid loopt via de moeder. Heb je als vrouw een of meerdere tweelingen in je (directe) familie? Dan is de kans groter dat je een tweeling krijgt.

Naast erfelijkheid zorgen ook de volgende factoren voor een grotere kans op een tweeling of meerling:

  • De leeftijd van de moeder. Hoe hoger de leeftijd waarop je moeder wordt, hoe groter de kans op een tweeling. Als je 25 bent, is de kans op het krijgen van een tweeling 1 op de 90. Vanaf 40 jaar is dat 1 op de 60. Dit komt omdat bij vrouwen boven de 35 vaker twee eicellen tegelijk vrijkomen.
  • Je lengte en BMI. Langere vrouwen en vrouwen met overgewicht hebben meer kans op een tweeling. Waarschijnlijk komt dit omdat zij meer groeihormonen hebben. Hierdoor maken ze meer oestrogeen en progesteron aan. Dit kan zorgen voor een dubbele eisprong.
  • Vruchtbaarheidsbehandelingen. Sommige vruchtbaarheidsbehandelingen zorgen ervoor dat er meerdere eicellen rijpen. Bij IVF en ICSI worden soms nog twee embryo’s in de baarmoeder teruggeplaatst. Hierdoor neemt de kans op een tweeling toe.
  • Je etnische achtergrond. Vrouwen met een bepaalde etnische achtergrond hebben een grotere kans op een tweeling. In Aziatische landen is de kans op een tweeling bijvoorbeeld wat minder groot dan in Europese landen. In Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse landen is die kans juist weer wat groter.

Zwanger zijn van een twee-eiige tweeling

Ben je zwanger van een tweeling? Dan verlopen sommige dingen net wat anders dan bij een eenlingzwangerschap.

Zwangerschapsklachten

Zwanger zijn van een tweeling vraagt veel van je lichaam. De kans is daardoor groot dat je eerder en meer last krijgt van zwangerschapskwaaltjes. Je draagt meer gewicht met je mee, waardoor je sneller overbelast en vermoeid zal raken. Omdat je lichaam meer hCG aanmaakt, is de kans groot dat je meer last hebt van misselijkheid. Ook kan je meer vocht vasthouden tijdens een tweelingzwangerschap.

Zolang je je goed voelt, kan je in het begin van je zwangerschap blijven doen wat je normaal ook doet. Doe het vanaf 20 weken wel wat rustiger aan. Luister goed naar je lichaam en probeer genoeg rust te nemen. Je lichaam werkt voor drie, dus wees niet bang om extra hulp te vragen of regelmatig een dutje te doen.

Controles

Een tweelingzwangerschap wordt vaak al vroeg in de zwangerschap door middel van een echo vastgesteld. Blijk je zwanger te zijn van een twee-eiige tweeling? Dan kom je onder controle bij de gynaecoloog. Je komt vaker op controle dan bij een normale zwangerschap. Zo kan je gynaecoloog jouw gezondheid en de gezondheid, groei en ligging van je baby’s extra goed in de gaten houden.

Bloedarmoede komt bij tweelingzwangerschappen vaker voor. Daarom zal de gynaecoloog je waarschijnlijk ijzertabletten en extra foliumzuur voorschrijven. Deze tabletten kunnen bloedarmoede voorkomen. Bij een eenlingzwangerschap wordt het slikken van 400 tot 500 microgram foliumzuur aangeraden, bij een tweelingzwangerschap is dit 1.000 microgram. Ook controleert je arts bij elk bezoek of je bloeddruk niet te hoog of te laag is.

Werk en verlof

Een tweelingzwangerschap is vaak zwaarder dan een eenlingzwangerschap. Daarom raden artsen aan om vanaf 20 weken zwangerschap maximaal 4 uur per dag te werken. Daarnaast kan je beter geen overwerk doen of nachtdiensten draaien. Bespreek met je werkgever en/of bedrijfsarts hoe je werk voor jou aangepast kan worden.

Als je zwanger bent van een meerling heb je recht op extra verlof. Je mag minstens 20 weken verlof opnemen, waarvan 8 tot 10 weken vóór je bevalling. Bij een tweelingzwangerschap ben je verplicht om 8 weken voor je uitgerekende datum met verlof te gaan. Na de bevalling heb je recht op minstens 10 weken bevallingsverlof. Beval je eerder dan de uitgerekende datum? Dan mag je de verlofdagen die je hierdoor mist, optellen bij je bevallingsverlof.

Risico’s van een tweelingzwangerschap voor de baby

Bij een tweelingzwangerschap is de kans op problemen iets groter dan bij een eenlingzwangerschap. Een twee-eiige tweeling heeft wel wat minder risico’s dan een eeneiige tweelingzwangerschap. Bij een twee-eiige tweeling kan je tijdens de zwangerschap rekening houden met de volgende complicaties:

  • Groeiachterstand. Een tweeling heeft tijdens de zwangerschap een grotere kans om een groeiachterstand op te lopen. Dit komt omdat veel tweelingen vanaf ongeveer 32 weken langzamer gaan groeien. Soms groeien beide kindjes langzamer, in andere gevallen betreft het maar één kindje. Bij een grote groeiachterstand kan de gynaecoloog adviseren om de baby’s eerder geboren te laten worden.
  • Liggingsafwijkingen. De kans op een liggingsafwijking is bij een tweelingzwangerschap groter. Bij ongeveer de helft van deze zwangerschappen ligt een van de baby’s in stuit of dwars. Dit vergroot de mogelijkheid dat je via een stuitbevalling valt.
  • Vroeggeboorte. Bij tweelingzwangerschappen komt een vroeggeboorte vaker voor. Gemiddeld komt een tweeling met 37 weken op de wereld. Wanneer je baby’s voor 34 weken geboren worden, kan dit voor gezondheidsproblemen zorgen. Hun maag, darmen, longen en hersenen zijn dan nog niet voldoende ontwikkeld voor een leven buiten de baarmoeder. Ook lopen ze sneller een virus of bacterie op. Je baby’s worden bij een vroeggeboorte opgenomen op de neonatologie afdeling of Neonatoligische Intensive Care Unit (NICU). Wanneer je baby’s na 34 weken geboren worden, zijn er meestal geen grote problemen.

Risico’s van een tweelingzwangerschap voor de moeder

Ook voor de moeder kan een tweelingzwangerschap risico’s met zich meebrengen. Je draagt gewicht met je mee en je baarmoeder groeit extra snel. Daarom kan je sneller last krijgen van kwaaltjes als rugpijn, harde buiken en bandenpijn. Daarnaast komen de volgende problemen vaker voor bij een tweelingzwangerschap:

  • Bloedarmoede. Bloedarmoede wordt meestal veroorzaakt door een ijzertekort. Tijdens een tweelingzwangerschap heb je extra ijzer nodig voor je groeiende baby’s, de placenta’s en de aanmaak van bloed. Bloedarmoede kan je merken aan klachten zoals duizeligheid, hartkloppingen en vermoeidheid. Foliumzuur en ijzertabletten kunnen bloedarmoede helpen voorkomen.
  • Hoge bloeddruk. Vooral in het laatste trimester van je zwangerschap kan je te maken krijgen met een te hoge bloeddruk. Bij een hoge bloeddruk bestaat een verhoogde kans op zwangerschapsvergiftiging en groeivertraging bij je baby’s. Het kan ervoor zorgen dat je nieren en lever tijdelijk minder goed werken. Meestal merk je niets van een hoge bloeddruk. De gynaecoloog meet daarom uit voorzorg bij iedere controle je bloeddruk.

Bevallen van een tweeling

Bij de bevalling van een tweeling is de kans op problemen rondom de bevalling iets groter. Daarom beval je in het ziekenhuis, onder begeleiding van de gynaecoloog. Van tevoren maak je met hem of haar een bevalplan. Zo hoor je wat de mogelijkheden zijn en kan je aangeven wat jij verwacht van de bevalling.

De manier waarop je bevalt, hangt af van de ligging van je baby’s. Als ze allebei met hun hoofd naar beneden liggen, kan je vaginaal bevallen. Dit kan ook als de eerste baby met het hoofd naar beneden ligt, maar de tweede met de billen naar beneden (stuitligging). Ligt de eerste baby in stuitligging? Dan adviseert de gynaecoloog soms een keizersnede. Samen bespreek je of je het beste via een vaginale bevalling of via een keizersnede kan bevallen.

Bij een vaginale bevalling is het mogelijk dat je extra weeënstimulatie nodig hebt. Dit komt omdat je baarmoeder bij een tweelingzwangerschap meer is uitgerekt. Daardoor kan deze zich minder goed samentrekken. Om die reden krijg je in sommige ziekenhuizen uit voorzorg een infuus voor extra weeënstimulatie.

Volg ons op Facebook