Vrouw voelt de ovulatie of eisprong

Je ovulatie, ook wel eisprong genoemd, is het moment waarop een rijpe eicel de eierstok verlaat. Iedere menstruatiecyclus heb je één eisprong. Na de eisprong kan de bevruchting plaatsvinden. Wat gebeurt er bij de eisprong en hoe kan je deze herkennen?

Wat is de ovulatie?

Je ovulatie, of eisprong, is een belangrijk moment in je menstruatiecyclus. Een rijpe eicel verlaat tijdens deze gebeurtenis je eierstok. Hij is nu klaar om bevrucht te worden.

Links en rechts van je baarmoeder zitten je eierstokken. Hierin bevinden zich al je onrijpe eitjes. Bij een regelmatige cyclus komt er elke maand in één van de eierstokken een eicel tot rijping. Deze rijpt uit in een ‘eiblaasje’, de follikel.

Wanneer de eicel rijp genoeg is, barst de follikel open aan het oppervlak van de eierstok. De eicel komt los uit de follikel. Met een ‘sprongetje’ komt ze in de eileider terecht. Dit is de eisprong. Hierna kan de eicel bevrucht worden. Gemiddeld gebeurt de eisprong zo’n 400 tot 500 keer in je leven.

Schematische weergave van de eisprong, van groeiende eicel tot reis door de eileider
Schematische weergave van de eisprong

Na de ovulatie

Na de ovulatie reist de eicel via de eileider naar de baarmoederholte. Onderweg kan ze bevrucht worden door een zaadcel. Als de eicel bevrucht is, kan deze zich innestelen in de baarmoederwand. Is de eicel niet bevrucht? Dan lost ze op en begint je menstruatie.

Wanneer eisprong

Bij een regelmatige cyclus is het bijna zeker dat je elke maand een eisprong hebt. Een regelmatige cyclus duurt ongeveer 28 dagen Je ovulatie gebeurt meestal halverwege je menstruatiecyclus. Bij een regelmatige cyclus is dit tussen de 12 en 16 dagen voordat je volgende menstruatie begint. Je kan de datum van je ovulatie hier berekenen. Heb je een onregelmatige cyclus? Dan is het moeilijker om het moment van ovuleren te voorspellen.

Vruchtbare dagen rondom je ovulatie

Een bevruchting kan alleen plaatsvinden tijdens je vruchtbare dagen. Het is niet nodig om precies op het moment van je ovulatie seks te hebben. Zaadcellen kunnen namelijk drie dagen overleven in het lichaam van de vrouw.

Het zaad heeft daarnaast enige tijd nodig om de eicel te bereiken. Daardoor is het mogelijk dat je zelfs al te laat bent als je vrijt op het moment van de eisprong. De eicel is dan al verloren gegaan voordat het zaad haar kon bereiken. Je kan het beste vanaf zes dagen voor de eisprong vrijen als je probeert zwanger te worden. Dan is de kans op een bevruchting het grootst.

De eicel is tot ongeveer 12 uur na de eisprong hoog vruchtbaar. Na deze periode wordt de vruchtbaarheid van de eicel snel minder. Door je ovulatie te berekenen, weet je op welke dagen jij het meest vruchtbaar bent.

Ovulatie symptomen

Je kan het moment van je eisprong bepalen. Deze gaat namelijk samen met een aantal symptomen.

LH-piek

Ongeveer twee dagen voor je ovulatie stijgt de hoeveelheid luteïniserend hormoon (LH) in je lichaam. Dit wordt de LH-piek genoemd. Deze piek zorgt ervoor dat de rijpe eicel loskomt uit de follikel. De LH-piek voel je niet, maar je kan deze wel opsporen met een ovulatietest.

Ovulatiepijn

Ongeveer een op de vijf vrouwen kan de eisprong voelen. Het voelen van de eisprong kan pijnlijk zijn. Het wordt daarom ook wel ovulatiepijn genoemd. Dit voelt als een stekende pijn rondom één van je eileiders. Het gevoel is te vergelijken met menstruatiepijn en houdt meestal een paar uur aan. Voel je dit iedere cyclus zo’n 14 dagen voor je ongesteld wordt? Dan is dit een duidelijk signaal dat je aan het ovuleren bent.

Veranderd slijm uit je baarmoederhals

Het slijm uit je baarmoederhals is tijdens je vruchtbare dagen anders. Dit slijm wordt cervixslijm genoemd en is in de vruchtbare periode helder, doorzichtig en elastisch. Het voelt nat en glibberig. Buiten je vruchtbare dagen om is het slijm meer wit of gelig en stugger. Je kan het slijm ‘onderzoeken’ door het vlak bij je baarmoederhals vandaan te halen. Dit doe je met je vingers via je vagina. Als je dit iedere dag doet, kan je na één of twee cycli het ‘vruchtbare slijm’ waarschijnlijk herkennen.

Veranderingen aan de baarmoedermond

Je kan je baarmoedermond voelen met één of twee vingers in je vagina. Vlak voor de eisprong verandert de stand van je baarmoedermond. Deze komt hoger te liggen, opent zich een beetje en voelt zacht aan. Na de ovulatie sluit de baarmoedermond zich en wordt deze harder.

Verhoogd libido en gevoelige borsten

Door een verandering in je hormonen kan je een verhoogd libido krijgen rond je eisprong. Ook kunnen je borsten gevoelig zijn. Een hoog libido hoeft niet samen te gaan met een eisprong. Je kan dit ook hebben buiten je vruchtbare dagen. Dit is dus niet het meest betrouwbare symptoom.

Stijging van de lichaamstemperatuur

Op het moment van de eisprong daalt de temperatuur bij de meeste vrouwen ongeveer een halve graad. Vlak daarna stijgt de temperatuur juist weer met 0,2 tot 0,5 graad. Door iedere dag je temperatuur op hetzelfde tijdstip te meten, kan je zo zien wanneer je eisprong heeft plaatsgevonden. Een nadeel van deze methode is dat je pas achteraf ziet wanneer je eisprong was. Je meest vruchtbare dagen zijn dan al geweest.

Ovulatiebloeding

Sommige vrouwen hebben licht bloedverlies wanneer ze ovuleren. Dit wordt een ovulatiebloeding genoemd. Je verliest dan enkele druppels rood bloed of bruinige afscheiding op de dag van je eisprong. Dit komt waarschijnlijk doordat bij het openbarsten van de follikel een bloedvaatje kapot springt. De ovulatiebloeding kan geen kwaad, maar kan wel een duidelijk teken van je eisprong zijn.

TIP: Gebruik een ovulatiekalender om je eisprong bij te houden. Dit kan je in je agenda doen, maar hier zijn ook handige apps voor.

Geen eisprong

Er kunnen verschillende redenen zijn waardoor je (een keer) geen eisprong hebt. Dit kan te maken hebben met lichamelijk zwaar werk, intensief sporten, stress of te snel afvallen. Maar ook aandoeningen zoals PCOS of een verstoorde hormoonbalans kunnen hier de oorzaak van zijn.

Wil je zwanger worden en ben je bang dat je geen eisprong heb? Dan kan je dit met je huisarts bespreken. Hij of zij kan onderzoeken of dit zo is en kan je als het nodig is verwijzen naar de gynaecoloog of de fertiliteitsarts.