Baby is aan het doorslapen

Met de komst van je baby verandert je leven. Niet alleen overdag, maar ook ’s nachts. Het is dan ook niet raar dat je als kersverse ouder uitkijkt naar het moment dat je baby gaat doorslapen.

Geertje en Karolien slaapcoaches
Kinderslaapcoaches

Dit artikel is geschreven in samenwerking met en goedgekeurd door Geertje van Heeswijk-Jonkhart en Karolien Kop-Huisman, gecertificeerde slaapcoaches.

Kan een pasgeboren baby doorslapen?

Je pasgeboren baby heeft nog geen dag- en nachtritme. Iedere drie tot vier uur heeft hij een voeding nodig. Dit is dan ook het maximale aantal uren dat je baby achter elkaar kan doorslapen. Biologisch gezien lukt een nacht doorslapen hem nog niet. Vanaf 6 weken gaat hij ’s nachts steeds iets langer slapen. Het verschilt per baby hoe snel zijn slaapritme verandert.

Ieder kind is anders en dat geldt ook voor hun slaapgedrag. De tijden en uren in dit artikel gelden daarom niet voor iedere baby. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat je baby na 9 maanden nog twee keer per nacht wakker wordt. Denk je dat jouw kindje slaapproblemen heeft? Bespreek dit dan op het consultatiebureau of schakel een kinderslaapcoach in.

Wat is doorslapen precies?

Om te weten wanneer je baby met doorslapen begint, is het goed om de precieze betekenis van doorslapen te kennen. Vaak wordt onder doorslapen verstaan dat je baby slaapt van de laatste voeding rond middernacht tot de ochtendvoeding rond 6.00 uur.

Medisch gezien betekent doorslapen dat je baby van 4 à 5 maanden oud zo’n vijf tot zes uur achter elkaar slaapt. Dit is vaak van 0.00 uur tot 5.00 uur aan een stuk. Bij de meeste baby’s van deze leeftijd is dit het geval. Het is ook mogelijk dat je kindje al eerder zes uur achter elkaar doorslaapt, bijvoorbeeld rond 3 maanden.

Wanneer gaat je baby de hele nacht doorslapen?

Misschien voelt het voor jou pas als doorslapen als je zelf weer acht uur kan slapen. Dit gebeurt vaak weer als je baby ongeveer 6 maanden oud is. De meeste baby’s slapen dan acht uur per nacht achter elkaar, bijvoorbeeld van 23.00 uur tot 7.00 uur. Over het algemeen zijn nachtvoedingen dan niet meer nodig. Vanaf ongeveer 9 maanden kan je baby van 19.00 uur tot 7.00 uur doorslapen. Je hebt dan niet alleen je nachtrust terug, maar ook een deel van je avond.

Kan je baby ’s nachts zonder huilen en zonder jouw hulp doorslapen? Dan wordt hij nog steeds af en toe wakker ‘s nachts. Toch merk je dit meestal niet. Je baby valt vanzelf weer in slaap. Dit is niet anders dan bij volwassenen; je merkt niet dat je een aantal keren per nacht wakker wordt als je kan doorslapen.

Nachtelijke verlatingsangst

Vanaf ongeveer 9 maanden krijgen veel baby’s last van verlatingsangst. Dit betekent dat je kindje ’s nachts plotseling wakker kan worden en begint met huilen. Hij is dan bang dat je hem verlaten hebt. Dit kan ervoor zorgen dat je kindje plotseling een ware nachtbraker wordt, terwijl hij misschien net goed doorsliep.

Wordt je kindje rond deze leeftijd ’s nachts in paniek wakker? Stel hem dan gerust, maar blijf niet te lang op zijn kamer. Zo leert je kindje vanzelf weer in slaap te vallen en weet hij dat je niet voor de gezelligheid komt.

Fabels over doorslapen bij baby

Over het doorslapen ban je baby en voeding bestaan veel fabeltjes. Zo wordt gedacht dat een baby die kunstvoeding krijgt langer slaapt, omdat dit zwaardere voeding is dan borstvoeding. Dit is lang niet altijd zo. Het is inderdaad zwaarder en de vertering ervan duurt langer. Toch kan een baby die borstvoeding krijgt even lang slapen.

Ook zou je baby beter doorslapen als je rijstebloem aan de laatste avondvoeding toevoegt. Hij zou dan minder snel een hongergevoel krijgen. Het omgedraaide is waar: je baby kan juist eerder wakker worden. Rijstebloem neemt namelijk meer plaats in de maag in, waardoor er minder plek is voor melk. Dit kan voor honger zorgen, want melk heeft een hogere voedingswaarde. Ook krijgt je baby meer calorieën binnen dan nodig is. Dit kan zijn slaap juist verstoren.

10 tips voor het doorslapen van je baby

Wanneer je baby begint met doorslapen, heb je niet in de hand. Het hangt vooral van je kindje af. Wel kan je een aantal dingen doen om hem hierbij te helpen:

  1. Zorg voor een fijne slaapomgeving. Maak van de babykamer een rustige, prikkelarme en veilige slaapomgeving. Dit kan je doen door gebruik te maken van een veilig bed, stevig matras, rustige kleuren en zacht licht.
  2. Maak onderscheid tussen dag en nacht. Dit doe je door ’s nachts licht en geluid te beperken tijdens de voedingen. Overdag kan je de kamer waar je kindje slaapt de eerste drie maanden juist licht houden. Vanaf 3 maanden kan je de kamer beter donker houden. Dit heeft te maken met de aanmaak van het slaapstofje melatonine, wat je kindje helpt bij het in slaap vallen.
  3. Creëer een fijn bedtijdritueel. Dit maakt het leven van je baby voorspelbaar. Een vaste routine geeft een veilig gevoel en zorgt voor regelmaat in zijn interne klok. De hersenen krijgen door de voorspelbaarheid een seintje om melatonine te maken. Hij valt dan makkelijker in slaap.
  4. Gebruik een slaapzak. Een slaapzak kan helpen om je baby rustig te laten slapen. Zeker bij een bewegelijke baby kan een slaapzak zinvol zijn. Bekijk slaapzakjes >
  5. Beperk onrustig slapen met inbakeren. Als je baby onrustig slaapt door zijn arm- en beenbewegingen, kan inbakeren ervoor zorgen dat hij rustiger wordt. Begin hier alleen mee na overleg met het consultatiebureau. Zorg er daarnaast voor dat je het weer hebt afgebouwd als je baby kan omrollen.
  6. Zorg goed voor jezelf. De eerste maanden zijn voor jou zwaar. Zeker als je baby niet wil doorslapen. Pak zo nodig overdag je rustmomenten. Hierdoor ben je zelf ’s nachts beter in staat om je baby weer rustig te krijgen.
  7. Houd de avonden rustig. Dit maakt de overgang naar het bedtijdritueel soepeler. Met een massage of een badje kan je baby lekker tot rust komen. Hierdoor valt hij makkelijker in slaap. Dit vergroot ook de kans op doorslapen.
  8. Houd je baby overdag niet wakker. Je baby overdag tegen zijn zin wakker houden heeft geen zin. Door hem wakker te houden, raakt hij alleen maar oververmoeid en valt hij moeilijker in slaap.
  9. Reageer snel en beperk huilen. Je baby kan zichzelf nog niet goed rustig krijgen en heeft jou daarbij nodig. Reageer snel en laat je kindje niet te lang huilen. Zo voorkom je dat hij overstuur raakt en wordt hij weer snel kalm.
  10. Herken vermoeidheidssignalen. Probeer signalen als gapen, in de ogen wrijven en staren te herkennen. Dit helpt je om je baby in bed te leggen voordat hij overprikkeld of oververmoeid raakt.

Bekijk meer tips voor doorslapen>>

Website van het Jaar 2020

Help ons met je stem

We zijn genomineerd voor Website van het Jaar 2020! Stemmen is binnen een minuut gedaan. Help jij ons met je stem?

Stem nu