Eicel wordt bevrucht door zaadcel

De eicel is samen met de zaadcel het begin van nieuw leven. Iedere maand rijpt er één uit, klaar om bevrucht te worden. Hoe werkt dit precies? Waaruit bestaat een eicel eigenlijk? En hoeveel eicellen heb je?

Wat is een eicel?

Een eicel is een vrouwelijke geslachtscel. Raakt deze bevrucht met een zaadcel? Dan kan hier een kindje uit groeien. Eicellen ontstaan in je eierstokken. Dit gebeurt al voordat je geboren wordt. In de baarmoeder maakt een foetus zo’n 6 tot 7 miljoen eicellen aan. Dit is het hoogste aantal eitjes dat je in je leven hebt. Al in de baarmoeder begint dit aantal namelijk af te nemen. Bij je geboorte heb je er nog 1 tot 2 miljoen over.

Wanneer je de puberteit bereikt, beginnen je eicellen met groeien en rijpen. Dit doet iedere eicel in een eigen eiblaasje, een follikel. Een follikel is een met vocht gevuld blaasje. Het vocht bestaat uit hormonen en voedingsstoffen die goed zijn voor de eicel. Door deze ‘voeding’ kan een eicel zich ontwikkelen tot een rijp eitje.

Iedere maand groeien er per eierstok zo’n tien follikels. Er rijpt alleen maar één eicel helemaal uit. En alleen deze eicel zal de eisprong meemaken. De andere gegroeide eitjes sterven helaas weer af.

Wist je dat…?
Toen je moeder een foetus was, zat de eicel waaruit jij geboren bent al in één van haar eierstokken. Een deel van jou zat dus ooit in je oma!

Waaruit bestaat een eicel?

Een eicel bestaat uit de volgende delen:

  • De celkern. In het binnenste van de eicel zitten 23 chromosomen (inclusief een X-chromosoom) opgeslagen. Dit zijn strengen DNA die erfelijke informatie bevatten. Weet een zaadcel door te dringen in de celkern? Dan komen de chromosomen van eicel en zaadcel samen en ontstaat er een vruchtje met 46 chromosomen.
  • Celvloeistof. Rond de celkern zit vloeistof. Deze voeding voorziet de eicel van energie.
  • Beschermlaag. Rond een eicel zit een beschermende laag (de zona pellucida). Wanneer een zaadcel deze laag bereikt, scheidt hij een stofje uit om deze laag te kunnen doorboren. Als dat lukt, wordt de zona pellucida ondoordringbaar. Dit voorkomt dat meerdere zaadcellen kunnen samensmelten met de eicel.
  • Laag voedingscellen. Na de eisprong hecht een laag voedingscellen (de corona radiata) zich vast aan de beschermende laag. Deze cellen geven de eicel voedingsstoffen.
Schematische weergave van een eicel
Schematische weergave van een eicel

Hoe groot is een eicel?

Een eicel heeft een doorsnede van ongeveer 0,10 mm. Daarmee is het een van de grootste cellen in je lichaam. De eicel is zo groot dat je geen microscoop nodig hebt om deze te kunnen zien. Met het blote is ze ook net te zien. Ter vergelijking: een eicel is ongeveer dertig keer zo groot als een zaadcel.

Hoeveel eicellen heeft een vrouw?

Als foetus draag je een enorme hoeveelheid eicellen bij je. Al in de baarmoeder neemt dit aantal snel af, veel eicellen gaan weer verloren. Ook na je geboorte raak je steeds meer eitjes kwijt. Van de miljoenen eicellen die je ooit had, maken er zo’n 400 de eisprong mee.

Hoe minder eicellen je hebt, hoe kleiner de kans op een zwangerschap. Daarnaast gaat de kwaliteit van je eicellen met de tijd achteruit. Het risico op een miskraam of een genetische afwijking bij je kindje wordt daardoor hoger. Is je voorraad eitjes bijna op? Dan kom je in de overgang. Wanneer dit precies gebeurt, verschilt per vrouw.

In onderstaande tabel zie je een schatting van het aantal eicellen dat je hebt in de verschillende fases van je leven.

Leeftijd Aantal eicellen
Foetus van 5 maanden 6 tot 7 miljoen
Geboorte 1 tot 2 miljoen
Begin van de puberteit 400.000
37,5 jaar 25.000
40 jaar 10.000
Begin van de overgang 1000
Gemiddelde hoeveelheid eicellen in het leven van een vrouw

De reis van eierstok naar baarmoeder

De eicellen die in je eierstokken zitten, zijn onrijpe eicellen. Voordat ze klaar zijn om de eierstok te kunnen verlaten, heeft je lichaam nog wat werk te doen. Dit wordt geregeld vanuit je hersenen. Hier zit een kleine klier, de hypofyse. Deze maakt onder andere twee geslachtshormonen: het follikel stimulerend hormoon (FSH) en het luteïniserend hormoon (LH). Deze hormonen spelen een grote rol bij het regelen van je menstruatiecyclus.

Het follikel stimulerend hormoon

Tijdens en na je menstruatie maakt de hypofyse meer FSH aan. Dit hormoon geeft iedere maand vijf tot twintig follikels het seintje om te gaan groeien en ontwikkelen. Hiervan blijft er één over die zich verder blijft ontwikkelen. Deze ‘springt’ tijdens de eisprong uit haar follikel. De rest van de follikels sterft af.

De follikel van de gesprongen eicel blijft achter in je eierstok. Dit overblijfsel, het gele lichaam, maakt nu oestrogeen en progesteron aan. Deze hormonen bereiden je baarmoeder voor op een mogelijke bevruchting. Het baarmoederslijmvlies wordt dikker. Hierdoor kan de gesprongen eicel zich na een bevruchting makkelijker innestelen. Slaagt de bevruchting? Dan zorgen progesteron en oestrogeen ervoor dat het slijmvlies je baarmoeder niet verlaat.

Het luteïniserend hormoon

Het FSH zorgt er dus voor dat één follikel zich blijft ontwikkelen in je eierstok. Is de eicel die hierin zit rijp genoeg en is er een piek in de hoeveelheid oestrogeen? Dan neemt de hoeveelheid FSH af. De hoeveelheid LH stijgt juist. Er ontstaat een piek van LH, die ervoor zorgt dat je lichaam de eisprong in gang zet.

De follikel barst open aan de rand van de eierstok. Vervolgens ‘springt’ de eicel eruit en komt ze in de eileider terecht, klaar om bevrucht te worden. De eicel blijft ongeveer 24 uur in de eileider, tot ze de baarmoeder bereikt. Tijdens deze reis wordt ze vooruit gebracht door kleine trilhaartjes in de eileider. Een eicel kan zichzelf namelijk niet vooruit bewegen, in tegenstelling tot een zaadcel. Ook het stromen van vloeistof in de eileider zorgt ervoor dat ze beweegt en in de baarmoeder terechtkomt.

De hoeveelheid oestrogeen neemt na de eisprong een beetje af, terwijl de hoeveelheid progesteron toeneemt. Progesteron maakt de baarmoederwand verder klaar voor een mogelijke innesteling. Ook remt het de aanmaak van FSH en LH. Zo voorkomt je lichaam dat er nieuwe eicellen rijpen.

Hoelang leeft een eicel?

Na de eisprong is een eicel ongeveer twaalf uur lang hoog vruchtbaar. Hierna neemt de vruchtbaarheid van de eicel snel af. Hoe snel dit precies gebeurt, hangt af van de kwaliteit van de eicel. Meer dan een dag na de eisprong is de kans op een bevruchting bijna nul.

Een zaadcel kan gemiddeld drie dagen overleven in je vagina, eileiders en baarmoeder. Wil je de kans op een zwangerschap vergroten? Dan kan je het beste vrijen in de periode vanaf drie dagen voor de eisprong tot en met de dag van de eisprong zelf. Zo heb je de grootste kans op een succesvolle bevruchting.

Niet bevrucht: en nu?

Is de eicel niet bevrucht? Dan raakt het gele lichaam snel uitgeput en sterft af. De hoeveelheid oestrogeen en progesteron daalt. Het opgebouwde baarmoederslijmvlies breekt hierdoor af. De eicel komt in de baarmoeder terecht, waar ze ook afgebroken wordt. Samen met het afgebroken slijmvlies verlaat ze je lichaam via je vagina: je wordt ongesteld.

De kwaliteit van je eicellen verbeteren

De kwaliteit van je eicellen is voor een deel genetisch bepaald. Ook de snelheid waarmee deze kwaliteit afneemt, ligt deels in je genen vast. Toch heb je hier zelf ook invloed op. De volgende tips helpen je bij het verbeteren van de kwaliteit van je eicellen:

  • Stop met roken en drinken. Door roken wordt de kwaliteit van eicellen aangetast. Daarnaast zorgt het ervoor dat eicellen minder goed kunnen rijpen. Ook alcohol kan schadelijk zijn voor je eicellen. Wil je graag zwanger worden? Sla de sigaretten en alcohol dan liever over.
  • Gebruik bij voorkeur geen medicijnen. Sommige medicijnen kunnen de ontwikkeling van een gezonde eicel tegenhouden. Gebruik je medicijnen waar je niet zomaar mee kan stoppen? Vraag dan aan je huisarts welke medicijnen het minst schadelijk zijn als je zwanger wil worden. Misschien kan je een ander medicijn gebruiken dat beter bij je kinderwens past.
  • Zorg voor een gezond gewicht. Overgewicht kan schadelijk zijn voor de kwaliteit van je eicellen. Wanneer je te zwaar bent, is het daarom goed om wat kilo’s te verliezen. Een gezond voedingspatroon en genoeg beweging helpen hierbij. Gaat het afvallen moeilijk? Dan kan je de hulp van een diëtist inschakelen. De basisverzekering vergoedt drie uur dieetadvies per jaar.
  • Bezoek een kinderwensspreekuur. Veel verloskundigen bieden een kinderwensspreekuur aan. Tijdens dit gesprek krijg je informatie over zo gezond mogelijk zwanger worden. De verloskundige vertelt bijvoorbeeld hoe je jouw leefstijl kan aanpassen op je kinderwens. Dit kan de kwaliteit van je eicellen verbeteren.