Inleiden bevalling

Er zijn verschillende redenen om een bevalling kunstmatig op gang te brengen. Dit heet het inleiden van de bevalling, en gebeurt altijd in het ziekenhuis. Wat kan je verwachten bij het inleiden van je bevalling?

Waarom de bevalling inleiden?

De gynaecoloog kan adviseren om de bevalling in te leiden als het voor je baby op enig moment gunstiger wordt om buiten de baarmoeder te zijn. Er zijn een aantal redenen om over te gaan tot inleiding van de bevalling.

  • Twee weken over tijd. Als je 42 weken zwanger bent, kan de conditie van je baby achteruit gaan doordat de placenta niet meer zo goed werkt. Daarom wordt met 42 weken vaak de grens gesteld en wordt de bevalling daarna zo snel mogelijk ingeleid.
  • Gebroken vliezen zonder weeën. Het kan voorkomen dat je vliezen breken zonder dat de weeën goed op gang komen. Voor jou kan dit vervelend zijn: je verwacht met het breken van je vliezen dat je kindje er nu spoedig zal zijn, maar de bevalling zet maar niet door. Na 24 uur bestaat er infectiegevaar. Ook kan je daardoor koorts krijgen, en dat is gevaarlijk. Er wordt meestal geadviseerd om in te leiden tussen 24 uur en 48 uur na het breken van de vliezen.
  • Vertraging van de groei van de baby. Je kindje kan om verschillende redenen groeivertraging oplopen in de baarmoeder. Als de verloskundige of gynaecoloog vaststelt dat de baby echt te klein is, of als zijn conditie achteruit dreigt te gaan, zal worden aangeraden om in te leiden.
  • De placenta werkt minder goed. Door de placenta krijgt je baby zuurstof en voeding binnen. Als deze minder goed gaat werken, kan je kindje in gevaar komen. Als wordt vastgesteld dat je placenta minder goed zijn werk doet, kan men overgaan tot een inleiding.
  • Medische complicaties. Het kan zijn dat er medische complicaties optreden bij jou of bij de baby, waardoor het veiliger is om de bevalling in te leiden.

Stappen inleiden bevalling

Het inleiden van de bevalling gebeurt in drie fases.

  1. Het voorbereiden van de baarmoedermond
  2. Het breken van de vliezen
  3. Het medisch opwekken van de weeën

1. Voorbereiden van de baarmoedermond

Als de baarmoedermond nog niet verweekt en verstreken is (wat nodig is zodat de ontsluiting op gang kan komen), moet dit kunstmatig gedaan worden. Dit wordt primen genoemd. De conditie van het kind wordt hierbij steeds in de gaten gehouden. Er wordt vaginaal prostaglandine ingebracht, een hormoon dat weeën kan opwekken. De prostaglandine kan worden ingebracht met de hand in de vorm van een gelei of tabletten.

Ook kan er gebruik worden gemaakt van een ballonkatheter om de baarmoedermond voor te bereiden. Na het inbrengen van de ballonkatheter vult het ballonnetje zich met steriel water om de baarmoedermond langzaam te laten openen.

Afhankelijk van in welk ziekenhuis je ingeleid wordt, kunnen er nog andere methoden zijn die ze gebruiken om de baarmoedermond voor te bereiden.

Soms kan het primen van de baarmoedermond overgaan in natuurlijke weeën. Als dit niet het geval is, begint de volgende stap.

2. Breken van de vliezen

Als de baarmoedermond geprimed is, moeten de vliezen worden gebroken als dit nog niet gebeurd is. Dit is geheel pijnloos. De verloskundige of gynaecoloog maakt een gaatje in de vliezen waardoor het vruchtwater naar buiten stroomt.

Als het vruchtwater is weggestroomd, zal het hoofdje van de baby makkelijker tegen de baarmoedermond drukken, waardoor de weeën op gang kunnen komen. De baarmoedermond wordt dan namelijk iets open gedrukt waardoor de baarmoeder begint met samentrekken.

3. Medisch weeën opwekken

De meest gebruikte methode om weeën op te wekken is door je aan een infuus te leggen waardoor je het hormoon oxytocine toegediend krijgt. Dit gebeurt nog voordat de vliezen worden gebroken, zodat de weeën goed op gang kunnen komen.

Tijdens de bevalling blijf je aan het infuus liggen, omdat bij een ingeleide bevalling de persweeën ook niet altijd goed op gang komen. De oxytocine helpt om deze te stimuleren. Als de placenta ook is uitgedreven, zal je na ongeveer een uur van het infuus worden gehaald.

Een ingeleide bevalling in vergelijking met een natuurlijke bevalling

Opgewekte weeën, in vergelijking met natuurlijke weeën, zijn vaak heviger, langer en pijnlijker. Aan de andere kant, iedereen reageert anders op het hormoon. De één heeft een hogere dosis dan de ander nodig, en afhankelijk daarvan kunnen de weeën meer of minder pijnlijk worden.

Het nadeel van een ingeleide bevalling is dat men niet altijd goed kan inschatten hoeveel hormonen toegediend moeten worden. Als jouw lichaam daar heftig op reageert, kan je een weeënstorm krijgen. Dit is vaak erg pijnlijk, maar gelukkig kan het infuus meteen opnieuw ingesteld kan worden zodat je minder oxytocine toegediend krijgt.

Als de bevalling eenmaal op gang is, duurt een ingeleide bevalling niet veel langer dan een natuurlijke bevalling.

Bij een ingeleide bevalling neemt de kans op een kunstverlossing (door middel van een vacuümpomp, tang, of keizersnede) toe met 20%. Het is dus lang niet altijd zo dat een ingeleide bevalling meteen leidt tot een kunstverlossing.