Vrouw houdt pasgeboren baby vast, ze heeft geen totaalruptuur tijdens de bevalling

Veel vrouwen zijn er als de dood voor: het totaal uitscheuren tijdens de bevalling, ook wel totaalruptuur genoemd. Bij een totaalruptuur scheurt de huid en het onderliggende weefsel van de vagina en de kringspier gedeeltelijk (subtotaalruptuur) of helemaal (totaalruptuur) door.

Wanneer het hoofdje van je kindje geboren wordt, rekt de huid van je vagina flink uit. Wanneer de doorgang te smal is of het oprekken van de huid te snel gaat, kan je uitscheuren tijdens de bevalling. Je verloskundige of gynaecoloog probeert dit tijdens de bevalling te voorkomen en kan besluiten de vagina in te knippen, ook wel episiotomie genoemd. Toch kan de huid soms verder inscheuren.

Scheurtjes die ontstaan tijdens de bevalling worden ook wel rupturen genoemd. Rupturen zijn er in verschillende gradaties. Lees meer over andere rupturen tijdens de bevalling.

Oorzaken van een totaalruptuur

Slechts 2 op de 100 vrouwen krijgt een totaalruptuur tijdens de bevalling. De kans op een totaalruptuur hangt af van een aantal factoren.

  • Soepelheid van de huid en onderliggende weefsellagen. Tijdens je bevalling moet het hoofd van je kindje door een nauwe ruimte. Hoe soepeler de huid en de onderliggende weefsellagen, hoe kleiner de kans op uitscheuren. Bij een eerste bevalling heb je meer kans op uitscheuren, omdat het weefsel dan nog wat stugger is en minder gemakkelijk rekt.
  • De grootte en het gewicht van je baby. Wanneer je een groter of relatief zwaar kindje krijgt, moeten de huid en het weefsel verder oprekken. De kans op een ruptuur wordt hierdoor groter.
  • Snelle bevalling. Wanneer je bevalling heel snel verloopt, heeft je huid minder tijd om langzaam mee te rekken en scheurt deze sneller in.
  • Kunstverlossing. Bij een bevalling met behulp van een verlostang of een vacuümpomp is de kans op een totaalruptuur groter.
  • De ligging van je kindje. Wanneer je kindje een afwijkende houding heeft bij de geboorte, bijvoorbeeld bij een stuitbevalling, is de kans op een totaalruptuur groter. Ook wanneer je kindje bijvoorbeeld met zijn schouder achter jouw schaambot blijft haken: een schouderdystocie.

Voorkomen van een totaalruptuur

Helaas kan je de kans op een totaalruptuur niet of nauwelijks beïnvloeden.

Het belangrijkste dat je zelf kan doen, is goed luisteren naar je verloskundige tijdens de bevalling. Deze houdt de huid van je vagina goed in de gaten en geeft je aanwijzingen wanneer de spanning te groot wordt. Vraagt ze om te puffen of zuchten? Probeer dit dan te doen. Waarschijnlijk is op dat moment de spanning op je vagina erg groot en heeft deze even rust nodig om uitscheuren te voorkomen.

Verder zijn er een aantal behandelingen die je voor je bevalling kan doen om de kans op een totaalruptuur te verkleinen. Zo kan je een perineum massage doen en bestaat er een geboortetrainer. Omdat de effectiviteit van deze behandelingen nog niet bewezen is, worden deze verder niet in dit artikel besproken.

Hechtingen na de bevalling

Een totaalruptuur wordt altijd gehecht. Meestal gebeurt dit in een operatiekamer onder plaatselijke verdoving door middel van een ruggenprik of onder algehele verdoving. Als je tijdens de bevalling zelf al een ruggenprik hebt gehad, kan je soms in de verloskamer gehecht worden.

Meestal wordt bij een totaalruptuur gebruik gemaakt van oplosbare hechtingen. Deze hechtingen lossen vanzelf op en hoeven achteraf niet door een arts verwijderd te worden. Wel moet je vaak een nachtje in het ziekenhuis blijven en krijg je antibiotica om infecties te voorkomen.

Plassen na een totaalruptuur

Tijdens de bevalling heeft je vagina flink onder spanning gestaan. Naast de wond en de hechtingen kunnen er ook kleine scheurtjes in de huid zijn ontstaan die niet gehecht hoefden te worden. Hierdoor kan het branden wanneer je plast.

Om het brandende gevoel te verminderen, kan je de volgende dingen doen:

  • Spoel de onderkant tijdens het plassen met een kan lauw water
  • Plas onder de douche
  • Plas in een bad met een laagje water

Naast een brandend gevoel tijdens het plassen, kan je ook juist een verminderd gevoel in je onderlichaam hebben. Je voelt dan bijvoorbeeld niet meer of je klaar bent met plassen. Dit is normaal: je bekkenbodemspieren zijn ingescheurd en weer gehecht en werken daardoor minder goed.

Ontlasting na een totaalruptuur

Veel vrouwen die een totaalruptuur hebben gehad, zien op tegen de eerste keer ontlasting. Ze zijn vaak bang dat ze de wond of de hechtingen beschadigen. Dit is echter niet mogelijk. Bedenk dat ontlasting altijd veel kleiner is dan je kindje. Wel is het belangrijk dat je ontlasting zacht blijft om spanning op de wond te voorkomen. Hiervoor moet je een aantal weken laxeermiddelen gebruiken.

Ontlastingsincontinentie

Een- tot tweederde van de vrouwen die een totaalruptuur heeft gehad tijdens de bevalling, heeft hierna (tijdelijk) last van ontlastingsincontinentie. Bij ontlastingsincontinentie heb je moeite met het ophouden van windjes en (dunne) ontlasting. Om de kans hierop te verminderen, kan je bekkenbodemoefeningen doen. Het is echter niet bewezen dat deze oefeningen ontlastingsincontinentie daadwerkelijk voorkomen.

Bekkenbodemspieren na een totaalruptuur

Hoewel je met bekkenbodemoefeningen ontlastingsincontinentie niet geheel kan voorkomen, is het wel nodig om de bekkenbodemspieren weer in goede staat de brengen. Daarom is het toch verstandig om bekkenbodemoefeningen te doen. Je kan hiermee beginnen zodra de wond geen of bijna geen pijn meer doet. Meestal is dat na ongeveer twee weken. Door te doen alsof je je plas en/of ontlasting ophoudt, span je de juiste spieren aan. Bij het trainen van je bekkenbodem kan je eventueel begeleiding krijgen van een bekkenfysiotherapeut.

Herstel van een totaalruptuur

De meeste vrouwen herstellen volledig van een totaalruptuur. Herstellen doe je helaas niet van de een op de andere dag. Geef jezelf en je lichaam dan ook de tijd om te herstellen. Zeker de eerste dagen na de bevalling is het belangrijk dat je goed uitrust.

De eerste week na een totaalruptuur zwelt de wond op, waardoor de hechtingen onder spanning staan. Dit kan flinke pijn veroorzaken. Om de eerste week door te komen, kun je de volgende dingen doen:

  • Paracetamol slikken. Om de pijn te stillen, kan je paracetamol slikken. Als je andere pijnstillende middelen wilt gebruiken, is het verstandig om eerst contact op te nemen met je huisarts.
  • De zwelling beperken. Om de zwelling van de wond te beperken, kan je op een harde ondergrond gaan zitten. Dit doet in eerste instantie pijn, maar als je eenmaal zit trekt deze pijn snel weg. Bouw het zitten wel rustig op: van kort zitten, naar steeds langer. Ook kan je een aantal keer per dag de wond koelen met iets kouds, bijvoorbeeld met een coldpack in een theedoek. Ook hierdoor neemt de zwelling af.
  • De wond afspoelen met water. Zolang de huid niet helemaal gesloten is, is het verstandig om na iedere ontlasting de onderkant af te spoelen met de douche. Daarnaast moet je vaak wisselen van kraamverband. Door de wond goed schoon te houden, verminder je de pijn en geneest de wond sneller.

Na een week is de wond meestal helemaal dicht, maar gaat het genezingsproces van binnen verder. De wond kan nog gezwollen zijn en het littekenweefsel is waarschijnlijk nog stug. Dit wordt pas na zes tot twaalf weken soepeler. Maar zelfs na twaalf weken is vaak nog een rood streepje te zien en kan de huid nog stug aanvoelen.

Pas na één jaar is de wond doorgaans helemaal genezen en is de huid weer soepel en glad.

Wanneer moet ik hulp inschakelen?

Ondanks dat het herstel van een totaalruptuur vaak goed verloopt, kunnen er ook problemen optreden bij het genezen van de wond. In de volgende situaties moet je contact opnemen met je arts:

  • De pijn neemt toe. Na de bevalling hoort de pijn juist langzaam af te nemen.
  • De wond gaat open. Soms laten de hechtingen los. Deze moet een arts weer herstellen. De genezing gaat wel gewoon door, maar het litteken wordt vaak breder.
  • Plassen lukt niet, ondanks dat je de aandrang wel voelt.
  • Je denkt dat de wond ontstoken is. Deze voelt dan warm en pijnlijk aan, is erg rood en ‘klopt’.
  • Je hebt zes weken na de bevalling nog erg veel pijn.
  • Na twaalf weken doet seks nog pijn.

Seks na een totaalruptuur

Er zijn geen specifieke richtlijnen of regels wanneer je weer seks kan hebben na een totaalruptuur. Zolang de wond nog open en/of pijnlijk is, is seks onverstandig. De extra druk kan de genezing namelijk vertragen. Meestal is de wond genezen na vier tot zes weken en is de pijn dan zo goed als verdwenen. In principe kan je dan weer met je partner naar bed. Maar: jij voelt natuurlijk zelf het beste wat je wel en niet kan en wilt!

Het is normaal dat de plek tijdens de eerste keer seks erg gevoelig kan zijn, dit komt doordat de wond nog niet volledig genezen is en de huid onder spanning staat. Zodra het littekenweefsel soepeler wordt, heb je hier minder last van.

Volgende bevalling na een totaalruptuur

Over het algemeen kan je na een bevalling met een totaalruptuur gewoon weer vaginaal bevallen. In een enkel geval wordt bij een volgende bevalling een keizersnede aangeraden.

Wanneer je tijdens je eerste bevalling een totaalruptuur hebt gehad, is het verstandig om bij je volgende bevalling vooraf met je verloskundige of gynaecoloog te overleggen waar je het best kan bevallen: kan je gewoon thuis bevallen, of is het beter als je in het ziekenhuis bevalt?

Kans op een tweede totaalruptuur

Als je bij een vorige bevalling een totaalruptuur hebt gehad, is de kans op een totaalruptuur bij de volgende bevalling groter: tussen de 4% en 8%. Ook kunnen je klachten na een volgende zwangerschap verergeren, ook al heb je tijdens de tweede bevalling geen totaalruptuur gehad. Het is nog niet duidelijk waardoor deze klachten toenemen.