Dysmatuur kindje met SGA, met een neussonde

Heeft je baby bij de geboorte een te laag gewicht, dan is hij dysmatuur. Dit kan verschillende gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Wat houdt dysmaturiteit precies in en wat zijn de mogelijke oorzaken?

Wat betekent dysmatuur?

Als je kindje een (veel) te laag geboortegewicht heeft voor de zwangerschapsduur, is hij waarschijnlijk dysmatuur. Dit is de term voor baby’s die bij de geboorte tot de 2,3% kleinste kinderen behoren. In de medische wereld wordt dysmaturiteit ook wel Small for Gestational Age (SGA) genoemd.

Meestal weet je pas bij de geboorte dat je kindje te klein is. Soms is het op de echo al zichtbaar dat je een kleine baby hebt. De term SGA kan dan al gebruikt worden. Het is dan nog lastig te voorspellen hoe je kleine zich nog zal ontwikkelen. Er is dus pas officieel sprake van SGA nadat je baby is geboren.

Dysmaturiteit komt regelmatig voor bij te vroeg geboren baby’s, maar kan ook optreden bij een voldragen zwangerschap. Het is dus niet hetzelfde als prematuriteit. Sommige problemen overlappen wel, maar SGA-kinderen hebben meestal geen problemen met onrijpe organen.

Wat is een normaal geboortegewicht?

In onderstaande tabel staat weergegeven wat het gemiddelde geboortegewicht is per zwangerschapsweek. Als je baby onder dit gewicht zit bij de geboorte, is hij dysmatuur.

Zwangerschapsduur (weken) Normaal geboortegewicht meisjes (gram) Normaal geboortegewicht jongens (gram)
25 622-947 654-962
26 721-1091 763-1123
27 835-1260 888-1313
28 961-1448 1016-1508
29 1088-1642 1147-1709
30 1241-1850 1288-1922
31 1368-2078 1439-2149
32 1530-2324 1606-2401
33 1700-2582 1785-2674
34 1881-2857 1971-2959
35 2070-3143 2161-3242
36 2256-3411 2344-3508
37 2437-3665 2531-3783
38 2622-3903 2727-4032
39 2803-4101 2917-4247
40 2968-4286 3086-4455
41 3096-4459 3220-4635
42 3185-4597 3318-4788
Perined

Oorzaken dysmatuur kindje

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een baby te klein is bij de geboorte. In de meeste gevallen kan je er niks aan doen dat je kindje dysmatuur is. De oorzaak kan zowel bij de moeder als bij de baby liggen.

Oorzaken bij de moeder

Er zijn verschillende factoren je gezondheid die de groei van je kindje beïnvloeden. Hierdoor kan je baby zich niet optimaal ontwikkelen en kan hij een dysmatuur geboortegewicht hebben. Oorzaken van dysmaturiteit kunnen zijn:

  • Een slecht functionerende placenta. Als je placenta niet goed werkt, bijvoorbeeld door een aanlegprobleem, krijgt je baby te weinig voedingsstoffen. Hierdoor kan hij minder goed groeien.
  • Roken, drugs of alcohol. Het gebruik van genotsmiddelen tijdens de zwangerschap kan de placenta beschadigen. Naast de andere nadelige effecten van roken en drinken, kan het dus ook leiden tot een dysmatuur kindje.
  • Hoge bloeddruk. Een hoge bloeddruk zorgt ervoor dat er minder bloed en zuurstof naar de placenta gaan. De moederkoek wordt hierdoor kleiner en gaat minder goed functioneren.
  • Zwangerschapsvergiftiging. Pre-eclampsie en HELLP zijn voorbeelden van ernstige ziektebeelden die gepaard gaan met een hoge bloeddruk. Deze kunnen de placenta ernstig beschadigen en zo SGA veroorzaken.
  • Ondervoeding. Je baby heeft voldoende voedingstoffen nodig om goed te groeien. Als je als moeder ondervoed bent, gaan er te weinig bouwstoffen naar je kindje. Dit kan ertoe leiden dat hij te klein en licht is bij de geboorte.
  • Infecties. Verschillende infectieziekten kunnen leiden tot een laag geboortegewicht bij je baby: toxoplasmose, rubella, CMV, herpes simplex, chlamydia en syfilis. Deze beïnvloeden de werking van de placenta en de gezondheid van de moeder, waardoor je baby minder voedingsstoffen binnen kan krijgen.

Oorzaken bij de baby

Het is mogelijk dat de oorzaak voor een te laag geboortegewicht bij het kindje ligt. Dit hoeft niet altijd een ernstige afwijking te zijn, maar helaas komt dat wel voor. Je arts onderzoekt je baby daarom grondig.

  • Chromosoomafwijking. Er zijn verschillende chromosoomafwijkingen die tot dysmaturiteit kunnen leiden. Een van de bekendste is het syndroom van Down. De kans dat je kindje hier goed mee kan leven hangt af van de chromosoomafwijking en hoe deze zich uit.
  • Aangeboren afwijkingen. Er bestaan verschillende aangeboren afwijkingen die de groei tijdens de zwangerschap belemmeren. Denk aan afwijkingen in de bot- of spierontwikkeling, genetische aandoeningen of afwijkingen aan de spijsvertering. Deze zijn niet allemaal even ernstig. In veel gevallen kan je kleine er goed mee leven.
  • Meerling. Meerlingen hebben doorgaans een lager geboortegewicht. Ze moeten immers de baarmoeder en de voedingsstoffen delen. Meestal halen ze die achterstand later vanzelf weer in.

Start met een dysmatuur kindje

Als je kindje dysmatuur is, wordt er aanvullend onderzoek gedaan. De kinderarts zal bekijken hoe ernstig het ondergewicht is. Daarnaast kijkt deze naar eventuele andere afwijkingen en medische problemen, bijvoorbeeld in de ontwikkeling van de organen. Om dit te doen en de medische problemen te ondervangen, kan een ziekenhuisopname nodig zijn.

Couveuse

In het ziekenhuis kan je baby op de neonatologie-afdeling of de Neonatologische Intensive Care Unit (NICU) komen te liggen, de afdelingen voor pasgeboren kindjes. Indien nodig wordt hij in de couveuse warm gehouden en kunnen de artsen hem goed in de gaten houden. De couveuse zorgt er ook voor dat je baby minder blootstaat aan bacteriën en virussen. Dat voorkomt infecties.

Sondevoeding

Meestal heeft een dysmatuur kindje in het begin moeite om alle voeding zelf te drinken. Hij krijgt dan eventueel sondevoeding of bijvoeding, zodat hij goed kan aankomen. Via een slangetje in zijn neus worden de essentiële voedingsstoffen binnengebracht. Door middel van de sondevoeding wordt ook de bloedsuikerspiegel van je baby op peil gehouden. Via de sonde kan ook gekolfde moedermelk worden toegediend.

Huid-op-huidcontact

Knuffelen met je baby is goed voor de hechting. Juist in de hectiek van het ziekenhuis kan het kalmerend werken. In de couveuse is het soms lastig om huid-op-huidcontact te hebben. Hier zijn wel manieren voor, zoals het vasthouden van je kleine in de couveuse. De verpleging op de afdeling kan je hierbij helpen.

Veelvoorkomende medische problemen bij SGA

Hoewel een dysmatuur geboortegewicht niet altijd ernstig hoeft te zijn, kan je baby last hebben van medische problemen. Deze kunnen zich zowel op korte als lange termijn uiten.

Problemen op korte termijn

Vlak na de geboorte zijn er een aantal gezondheidsproblemen waar kinderen met SGA vaker last van hebben. Deze zijn doorgaans goed te behandelen.

  • Moeite met zich warmhouden. Een dysmatuur kindje heeft doorgaans minder vet op zijn lichaam. Hierdoor is het moeilijker voor hem om zijn temperatuur te reguleren. Om deze reden gaan baby’s met een te laag geboortegewicht meestal een tijdje in de couveuse.
  • Zuurstoftekort bij de bevalling. Tijdens de bevalling gaat de zuurstofvoorziening in de baarmoeder achteruit. Kindjes met SGA zijn hier extra kwetsbaar voor. Als het tekort lang aanhoudt, kan het leiden tot een hersenbeschadiging. Je arts zal dus snel ingrijpen en mogelijk overgaan tot een spoedkeizersnede.
  • Lage bloedsuikers. Bij een te laag geboortegewicht, heeft je kindje weinig reserves. Er ligt minder glucose opgeslagen in de lever. Hierdoor ontstaat sneller een glucosetekort. In het ziekenhuis krijgt je baby extra glucose toegediend om zijn bloedsuiker te stabiliseren.

Problemen op lange termijn

Als je kindje dysmatuur is bij de geboorte, is de kans groot dat hij zich later normaal ontwikkelt. Wel is er een verhoogd risico op een aantal problemen.

  • Groeiachterstand. Ongeveer 20% van de kinderen met SGA blijft kleiner dan gemiddeld. Dit hoeft niet erg te zijn, als ze hun eigen groeicurve netjes volgen. Soms is een behandeling met groeihormonen mogelijk.
  • Lichamelijke beperking. Afhankelijk van de oorzaak van de SGA, kan een lichamelijke afwijking voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn spierziekten of vervormde botten.
  • Verstandelijke beperking. Als er een chromosoomafwijking ten grondslag ligt aan de SGA, kan je kindje een verstandelijke beperking hebben.
  • Overgewicht. Je kleine heeft een verhoogd risico op overgewicht als hij te licht was bij de geboorte. Het is dus belangrijk om zijn eetpatroon goed in de gaten te houden. Hiervoor kan je begeleiding krijgen van een diëtist.
  • Diabetes type 2. Door schommelende glucosewaarden in het begin en het verhoogde risico op overgewicht, kan je kind diabetes ontwikkelen.
  • Metabool syndroom. Het metabool syndroom is een stofwisselingsstoornis. Deze wordt in verband gebracht met onder meer diabetes, hoge bloeddruk en hart- en vaatproblemen.
  • ADHD en autisme. Kinderen met GSA hebben een verhoogd risico op autisme en ADHD. Het is niet bekend waardoor dit komt.

Wanneer naar huis?

Wanneer er geen verdere afwijkingen zijn, mag je baby naar huis. Voorwaarden hiervoor zijn dat hij zijn eigen temperatuur kan regelen, goed eet en groeit en goede glucosewaarden heeft. Hiervoor moet hij minimaal twee kilogram wegen.

Hoe verder na thuiskomst?

Eenmaal thuis is het vooral belangrijk om de instructies van je arts te volgen. Iedere baby is anders, dat geldt ook voor een dysmatuur kindje. Extra voeding geven is meestal niet nodig. Soms krijg je begeleiding vanuit het ziekenhuis of het consultatiebureau om je baby optimaal te verzorgen. Als je baby onder behandeling was van een kinderarts, kan je onder controle blijven. Je staat er dus niet alleen voor.