Baby wil niet slapen en wordt door moeder vastgehouden, ze kijkt naar hem en praat tegen hem

Net als elke ouder krijg je er vroeg of laat mee te maken: je baby wil niet slapen. Hij slaapt onrustig, slaapt overdag slecht of valt moeilijk in slaap. Waarom wil je 0 tot 6 maanden oude baby niet slapen en wat kan je eraan doen?

Slaapbehoefte en slaapritme baby

Je pasgeboren baby heeft nog geen duidelijk dag-nachtritme. Dag en nacht zijn voor hem nog hetzelfde. Alles wat hij doet ( drinken, slapen, plassen, poepen en even wakker zijn), doet hij zowel ’s nachts als overdag. Zijn slaappatroon moet zich nog ontwikkelen tot een vast ritme. Pas rond de leeftijd van 4 maanden begint hier wat regelmaat in te komen.

Geertje en Karolien slaapcoaches
Kinderslaapcoaches

Dit artikel is geschreven in samenwerking met en goedgekeurd door Geertje van Heeswijk-Jonkhart en Karolien Kop-Huisman, gecertificeerde slaapcoaches.

Slaapbehoefte heeft je baby wel, en flink ook. De meeste baby’s die jonger zijn dan 6 maanden slapen zo’n 14 tot 17 uur per 24 uur. Tussendoor is je kleine maar kort wakker. Naarmate hij ouder wordt, verandert dit. Gemiddeld genomen kan je van de volgende slaapuren uitgaan:

Je baby wil niet slapen: hoe komt het?

Elke baby gaat door fases van minder goed slapen. Het opbouwen van een gezond slaapritme is iets wat je kindje nog moet leren. Tegelijkertijd leert hij ook een heleboel andere dingen, zoals brabbelen, voorwerpen herkennen, grijpen, omrollen en kruipen.

Alles wat hij leert en ontdekt, moeten zijn hersens verwerken. Dit gebeurt grotendeels tijdens de slaap. Gaat je baby door een grote ontwikkelingssprong, bijvoorbeeld omdat hij net zelfstandig leert zitten? Dan is de kans groot dat het slaappatroon hierdoor even ontregelt. Deze ‘problemen’ met slapen verdwijnen vaak weer zodra je kind de nieuwe vaardigheid onder de knie heeft. Ze horen er dus bij.

Je baby wil niet slapen: moeilijkheden en oplossingen

Als je baby niet wil slapen, kan dat verschillende oorzaken hebben. Wat je eraan kan doen, hangt af van het onderliggende probleem en de leeftijd van je kindje. Hieronder staan de meest voorkomende ‘slaapmoeilijkheden’ bij baby’s van 0 tot 6 maanden en mogelijke oplossingen.

Slaapregressie

Het naar bed gaan verloopt soepel en jullie hebben net een aardig slaapritme gevonden. Plotseling verandert dit en krijg je je kindje met geen mogelijkheid naar bed. Of hij wordt steeds wakker ’s nachts. Herkenbaar? Je kan te maken hebben met een slaapregressie. Dit betekent dat je baby terugvalt naar een oud, onrustig slaappatroon. Slaapregressies treden meestal op wanneer je kind een grote ontwikkelingssprong doormaakt.

De beste manier om hiermee om te gaan is door flexibel te zijn en je kind te verwennen met extra liefde en knuffels. Wees daarbij alert op de slaapsignalen van je kindje. Toont hij tekenen van vermoeidheid? Speel hier dan meteen op in door hem in bed te leggen.

Ook een vast bedtijdritueel kan helpen. Het geeft je kindje voorspelbaarheid. Dit zorg voor een veilig gevoel, wat het makkelijker maakt voor je kleine om te gaan slapen. Een vaste routine houdt ook zijn interne klok op peil. Voor zijn hersenen is dan duidelijk wanneer ze het slaaphormoon (melatonine) aan moeten maken. Dit hormoon maakt je baby aan vanaf 3 maanden.

Slaapregressies kunnen gepaard gaan met een groeispurt. Het is daarom goed mogelijk dat je baby dan behoefte heeft aan meer voedingen. Houd de voedingssignalen die je baby je geeft dus goed in de gaten.

Bedenk tenslotte dat een slaapregressie een goed teken is. Het betekent dat je baby groeit en leert. Gelukkig is het maar een fase, die ook weer overgaat. Zijn de slaapproblemen na de ontwikkelingssprong niet verdwenen? Dan is het mogelijk dat er een gewoonte is ontwikkeld tijdens de sprong. Soms kan het moeilijk zijn om met een ongewenste slaapgewoonte te breken. Dan kan je een kinderslaapcoach benaderen voor begeleiding.

Je baby wil niet slapen overdag

De slaapjes overdag zijn belangrijk voor je baby. Ze helpen bij het groeien en ontwikkelen van zijn brein, verbeteren zijn humeur en verminderen huilen. Zonder ochtend- en middagdutjes raakt je baby oververmoeid. Dat staat de nachtrust van je kind in de weg.

Toch kan goed slapen overdag soms een uitdaging zijn. Voor een succesvol dutschema kan je op zoek gaan naar de sleep windows van je kind. Een sleep window is een periode van de dag waarin je kind klaar is om te slapen. Je kan dit herkennen aan bepaalde vermoeidheidssignalen, zoals gapen, in de ogen wrijven, rode oren, staren of niet geïnteresseerd zijn in de omgeving. Als je deze slaapsignalen tegenkomt tijdens het bedtijdritueel, is je timing goed. De volgende tips kunnen ook helpen:

  • Vaste tijden als richtlijn. Houd elke dag ongeveer dezelfde slaaptijden aan. De kans is dan groot dat je de sleep windows niet mist. Blijf hierbij wel vooral naar je kindje kijken en kijk met een schuin oog naar de klok om te checken of het klopt.
  • Rustige donkere kamer. Net als voor jou, is het voor je baby makkelijker om in een stille en verduisterde kamer in slaap te vallen. Verduistering stimuleert ook de aanmaak van melatonine.
  • Verkort bedtijdritueel. Gebruik een verkorte versie van het avondritueel om je baby te helpen in slaap te vallen. Zo herkent je baby dat het tijd is om te slapen.
  • Laat hem zelf in slaap vallen. Stimuleer je kind om zelfstandig in slaap te vallen. Slaapt hij alleen als jij hem in slaap wiegt? Probeer dit af te bouwen en leg hem slaperig maar wakker in bed. Gaat je baby huilen, reageer dan snel door hem te troosten en probeer het de volgende keer weer.

Het kan even duren voor de overdagslaapjes routine worden. Het ochtendslaapje krijgt pas bij zo’n 12 weken vorm en de andere slaapjes ontwikkelen zich rond 16 weken. Verwacht dus niet te snel te veel van de dutkwaliteiten van je kindje.

Moeder wiegt haar baby in slaap, want baby wil niet slapen

Je baby valt moeilijk in slaap

Heeft je baby moeite met zelfstandig in slaap vallen? Dan kan dat te maken hebben met de zogenoemde afhankelijke slaapassociatie. Dit houdt in dat je kindje jou nodig heeft om in slaap te vallen, bijvoorbeeld door hem te voeden of wiegen.

Als je kindje afhankelijk is van jou om in slaap te vallen kan hij niet zonder jouw hulp verder slapen. Ben jij niet in de buurt wanneer hij wakker wordt? Dan wordt hij onrustig en huilerig en valt hij niet zelf weer in slaap.

Je kan dit doorbreken door je baby slaperig, maar wakker in zijn bed te leggen. Blijf in de buurt en reageer snel wanneer hij begint te huilen. Gebruik bijvoorbeeld lieve woordjes of aai over zijn bol om hem te troosten. Een baby jonger dan 6 maanden kan je beter niet laten huilen. Hij is er lichamelijk en mentaal nog niet klaar voor om dit zelf op te lossen.

Probeer tegelijkertijd wel om hem zelfstandig in slaap te laten vallen. Op deze manier leert je kleine dat hij dit zelf kan en zal hij ook bij het tussendoor wakker worden makkelijker zelf weer in slaap vallen.

Je baby slaapt onrustig

Als je baby onrustig slaapt, kan dat een medische oorzaak hebben. Aandoeningen zoals refluxziekte, slaapapnoe, koemelkallergie en eczeem kunnen je kind wakker houden. Vermoed je dat dit mogelijk een rol speelt? Bespreek dit dan met je huisarts.

Een niet-medische, maar wel lichamelijke oorzaak van onrustig slapen is oververmoeidheid. Je kindje maakt hierbij veel van het stresshormoon cortisol aan. Dit maakt slapen moeilijk. Je kan dit voorkomen door je kindje niet te lang wakker te houden, hem vroeg naar bed te brengen en goed te letten op vermoeidheidssignalen.

Ook een afhankelijke slaapassociatie kan zorgen voor onrustig slapen. Een nacht slaap bestaat bij iedereen uit verschillende slaapcycli. Tussendoor word je wakker. Als je weet hoe je zelfstandig in slaap moet vallen, heb je dit niet door. Baby’s hebben dit nog niet geleerd. Is je baby afhankelijk van jou om in slaap te vallen? Dan zal hij bij het tussendoor wakker worden jou nodig hebben om verder te kunnen slapen.

Je baby slaapt niet door

Je jonge baby wordt vaak wakker ’s nachts en wil dan gevoed worden. Zijn maag is nog klein en daar past dus niet veel melk tegelijk in. Hierdoor heeft hij al vlug weer behoefte aan voeding. Hij zal daarom in het begin niet veel langer dan 2 à 3 uur achter elkaar slapen. Naarmate hij ouder wordt, zal deze tijd langer worden.

Veel ouders kunnen niet wachten tot hun baby doorslaapt. Het is hierbij goed om te bedenken of je van je baby al mag verwachten dat hij dit kan. Vanaf ongeveer 6 maanden slapen de meeste baby’s ongeveer acht uur per nacht. De ene baby begint hier sneller mee dan de andere. Het is ook niet ongewoon dat je baby tot 1 jaar nog behoefte heeft aan een nachtvoeding. Is je kindje al wat ouder en heeft hij moeite met doorslapen? Bekijk dan de tips voor doorslapen.

Wanneer is het echt een probleem?

Meestal gaan slaapproblemen vanzelf weer over, het zijn doorgaans fases. Houdt jouw baby langere tijd last van een bepaald slaapprobleem? Of vermoed je dat er een medische oorzaak speelt? Neem dan contact op met je huisarts of raadpleeg een kinderslaapcoach.