Moeder aan het ontzwangeren

Na de bevalling duurt het even voordat je weer de oude bent. Je staat nog stijf van de hormonen, en moet fysiek en emotioneel herstellen. Bereid je dus maar voor op het ontzwangeren, want deze 11 dingen kan je verwachten.

1. Naweeën

Denk je bij de geboorte van je baby eindelijk af te zijn van die verschrikkelijke weeën, beginnen ze daarna weer vrolijk opnieuw. Oké, ze zijn veel minder heftig, maar kunnen toch vervelend en pijnlijk zijn. Deze weeën worden ook wel de naweeën genoemd en ontstaan doordat je baarmoeder zich samentrekt. Je voelt ze vlak na de bevalling, omdat de placenta nog geboren moet worden. Daarna kunnen ze nog een aantal dagen aanhouden, omdat je baarmoeder moet slinken naar haar oude vorm.

Na de geboorte van je eerste kindje merk je waarschijnlijk weinig van de naweeën, omdat je baarmoeder dan snel back in shape is. Maar na je tweede of derde bevalling, is je baarmoeder veel minder elastisch en zijn er dus sterkere samentrekkingen nodig om haar te laten krimpen. Deze naweeën zijn dus vaak heftiger en pijnlijker.

2. De ‘baby blues’: kraamtranen

Ongeveer 3 tot 5 dagen na de bevalling kan je last krijgen van de ‘baby blues’. Je voelt je neerslachtig, moe, snel geïrriteerd en de roze wolk is misschien niet zo roze als je had gedacht. Maak je geen zorgen! Kraamtranen zijn heel normaal; zo’n 40% tot 80% van de vrouwen heeft er last van. Meestal verdwijnen ze na (ruim) een week.

Waardoor de tranen zo rijkelijk vloeien, is niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk komt het door een plotselinge daling van hormonen en de melkproductie die op gang komt. Heerlijk, dat ontzwangeren. Maar ook de enorme verandering die je doormaakt, zou een oorzaak kunnen zijn. Ga maar na: je hebt net een nieuw mensje op de wereld gezet dat compleet afhankelijk is van jou en je partner. Dat is niet niks. Laat die kraamtranen dus maar lekker rollen!

3. Vloeien na de bevalling

Je had dan wel al die zwangerschapskwaaltjes, maar… 9 maanden lang was je niet ongesteld. Wat een feest! Helaas haal je die tijd na je bevalling weer dubbel en dwars in. De placenta laat namelijk een wond achter in je baarmoeder, waardoor je tot zo’n 4 à 6 weken na de bevalling bloed en wondvocht verliest. Dit wordt ook wel lochia of kraamvloed genoemd. Omdat een normaal maandverbandje dit bloedverlies niet aan kan, heb je daar een heus kraamverband voor nodig. Een luier voor je baby en een luier voor jou. Ook handig voor het beetje urine dat je zo nu en dan verliest.

4. Urineverlies

Grote kans dat je niet volledig meer in control bent over je blaas. Tijdens je zwangerschap en bevalling zijn je bekkenbodemspieren verslapt en uitgerekt, waardoor het moeilijker is om je plas op te houden. Schrik dus niet als je kleine beetjes verliest tijdens het niezen of lachen. Ben je nu voor eeuwig incontinent? Nee, meestal niet. Ook deze spieren hebben de tijd nodig om naar hun oude vorm terug te keren. Je kan ze daarbij helpen door ze te trainen. Lukt het je niet zelf om je bekkenbodemspieren te trainen of houd je last van urineverlies? Vraag dan een fysiotherapeut om hulp.

5. Pijnlijk onderkantje

Of je nu (een beetje) bent uitgescheurd, of bent ingeknipt, meestal heb je een beurs onderkantje, met of zonder hechtingen. Zitten is pijnlijk en naar het toilet gaan is een kriem. Het kan helpen om tijdens het plassen een lauwwarme waterstraal langs je vagina te laten lopen. Zo verdun je de urine en brandt het minder. Het is sowieso verstandig om na het toiletbezoek je vagina even af te spoelen met water, zo spoel je meteen de (eventuele) hechtingen schoon.

6. Obstipatie

Niet alleen plassen is vervelend, ook een grote boodschap is behoorlijk eng. Helaas zal je er toch aan moeten geloven, want hoe langer je de ontlasting ophoudt, hoe groter de kans op verstopping. En dan moet je écht nog een keer gaan persen. (Dat zal je bekkenbodem niet fijn vinden.) In plaats van ophouden, kan je dus beter zo vezelrijk mogelijk eten om je ontlasting zacht te houden. Dus: volkorenproducten, zilvervliesrijst, groente en fruit. En vermijd vet eten, bananen, wit brood en witte rijst. Drink ook genoeg water: zo’n 1,5 tot 2 liter per dag. Als je dit doet, komt het vanzelf en hoef je niet met een rood hoofd op het toilet te gaan zitten voor deze ‘bevalling’.

7. Niet weer die aambeien!

Ja, je dacht dat je ervan af was, maar helaas. Ook aambeien horen bij het ontzwangeren. Gelukkig krijgt niet iedereen ze. Door het persen tijdens de bevalling of door obstipatie, kunnen deze pijnlijke uitstulpingen weer om het hoekje komen kijken. Volg daarom de tips hierboven om verstopping, en daarmee aambeien, te voorkomen. Ook verschillende zalfjes helpen tegen dit vervelende kwaaltje. En heb je er veel last van? Raadpleeg dan je huisarts.

8. Haaruitval

Ren niet meteen naar de kapper als je kussen vol haren ligt na de bevalling, want ook dit hoort bij het ontzwangeren. Tijdens je zwangerschap zorgden hormonen ervoor dat je haren in een rustfase belandden, waardoor ze bijna niet uitvielen. Vandaar die mooie volle haardos! Maar nu je niet meer zwanger bent, en je hormoonhuishouding weer terug is in de ‘pré-zwangerschapsstaat’, vallen ze gewoon weer uit mét die extra haren van je zwangerschap. Je wordt dus niet kaal, je krijgt gewoon je oude coupe weer terug.

9. Vermoeidheid

Je hebt net een bevalling achter de rug, je lichaam herstelt en je hebt gebroken nachten. Het is niet niks, zo’n kleintje. Het kan dus wel even duren voordat je weer op je oude energielevel zit. Probeer gelijktijdig met je baby een dutje te doen of vraag je (schoon)ouders om af en toe op te passen. Terwijl zij op de kleine letten, kan jij even bijslapen. Je kan ook de nachtelijke baby duty afwisselen met je partner. Als je weet dat je er niet uit hoeft, kan je misschien makkelijker doorslapen en gaat het ontzwangeren net íéts sneller.

10. Vergeetachtigheid

Hoewel het zwangerschapsdementie wordt genoemd, ben je ook na je bevalling nog steeds vergeetachtig. Mede door het slaapgebrek, maar ook omdat je hersenen nog de tijd nodig hebben om te ‘herstellen’ van de hormonen. Maak je geen zorgen; meestal komt de oude jij na een paar maanden weer terug. Of, als kersverse mama met genoeg dingen aan haar hoofd, blijf je gewoon een beetje vergeetachtig. Ook geen ramp.

11. Buikje

Krijg je na je bevalling nog weleens de vraag wanneer je bent uitgerekend? Ouch. Maar je bent niet de enige. Sterker nog: de meeste vrouwen zijn echt niet meteen weer strak. Het duurt even voordat je baarmoeder haar normale vorm weer heeft en ook je buikspieren moeten back in shape komen. Daarnaast kan je nog wat extra zwangerschapskilo’s meedragen.

Neem de tijd om te herstellen en te ontzwangeren, voordat je weer fanatiek gaat sporten. Bekijk in het artikel ‘sporten na de bevalling’ wanneer je jouw sport weer op kan pakken. Eet daarnaast gezond, maar ga niet lijnen. Hierdoor kunnen afvalstoffen in de moedermelk terechtkomen. En wordt je lichaam nooit meer helemaal de oude? Bedenk dan dat je kleine wonder daar 9 maanden in heeft gewoond.

Hoelang duurt ontzwangeren?

Hoelang je ontzwangert verschilt per vrouw. De één is met 6 weken alweer topfit en past in haar oude broeken, de ander kwakkelt meer dan een jaar en komt nooit meer helemaal op haar oude gewicht. Het gezegde luidt: 9 maanden op, 9 maanden af. Het ontzwangeren kan dus wel even duren.

Tips voor het ontzwangeren

  • Rustmomenten. Neem genoeg rustmomenten en slaap eventueel bij als je baby ook slaapt. Je lichaam vraagt veel energie tijdens het herstellen. Schroom dus niet om die momentjes te pakken.
  • Ontzie je lijf. Ontzie jezelf in de eerste weken van zware taken, zoals schoonmaken en tillen. Je buik- en bekkenbodemspieren zijn nog verslapt en raken snel overbelast. Zeker als je een keizersnede hebt gehad, is het verstandig een aantal weken te wachten met zware dingen tillen.
  • Mama me-time. Creëer mama me-time. Zo heb je even de tijd om bij te komen. Met een baby schiet tijd voor jezelf er vaak bij in, het is echter belangrijk om even op te laden. Kan je er daarna weer tegenaan.
  • Praten. Praat met je partner over het ontzwangeren, over je eventuele onzekerheden en jullie nieuwe situatie. Je partner moet ook wennen aan zijn nieuwe rol. Praat ook eens over seks en wanneer jij denkt daar weer behoefte aan te hebben.
  • Hulp inschakelen. Vraag je omgeving af en toe om hulp, zodat jij en je partner de tijd hebben om aan de nieuwe situatie te wennen. Of zodat jullie even tot rust kunnen komen.
  • Neem de tijd. Geef jezelf de tijd om te herstellen en accepteer dat je lichaam is veranderd. Het heeft 9 maanden lang plaats moeten maken voor je kindje, waardoor het heel goed kan dat je lijf nooit meer helemaal hetzelfde wordt als voor je zwangerschap. Maar wie geeft nou om die oude broeken? Jij hebt een mooi nieuw klein mensje gemaakt. Beat that.