peuter rijdt op tractor met denkbeeldig vriendje

‘Pas op mama, daar zit Wim al’. Je peuter wijst op een lege stoel aan de eettafel. Een denkbeeldig vriendje kan voor jou best wat vraagtekens oproepen. Is het wel normaal dat je kleine dingen ziet die er niet zijn? Waar komt een fantasievriendje vandaan en hoe kan je er het beste mee omgaan?

Is een denkbeeldig vriendje normaal?

Peuters beleven de wereld anders dan volwassenen. Je kindje is nog niet zo goed in staat om fantasie en werkelijkheid van elkaar te onderscheiden. Dat noem je magisch denken: herinneringen, fantasie en werkelijkheid zijn voor een peuter allemaal even echt.

Een denkbeeldig vriendje hoort bij de magische wereld van je peuter en is dus volkomen normaal. Je kindje oefent zijn fantasie. Een fantasievriend kan daardoor net zo makkelijk een konijn of een buitenaards wezen zijn als een ander kindje van dezelfde leeftijd. Let wel op dat je kindje niet uitsluitend in zijn fantasie vrienden maakt.

Heeft je kleine in de echte wereld weinig sociaal contact? Dan is het verstandig om daar wat extra aandacht aan te besteden. Wellicht kan het helpen om een paar uurtjes per week naar de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf te gaan. Of regel eens wat vaker een speeldate. Je peuter kan dan met andere kinderen spelen en ‘echte’ vrienden maken.

Waarom hebben kinderen fantasievriendjes?

Het bedenken van een vriendje kan je kindje helpen om de wereld wat beter te begrijpen. Door de regels van het dagelijks leven na te spelen, leert je kleine er beter mee omgaan. Je peuter kan bijvoorbeeld aan zijn ‘vriend’ uitleggen hoe de verhoudingen in het gezin zijn en wat de huisregels inhouden. Hierdoor traint hij ook gelijk zijn taalvaardigheid en zijn sociale vaardigheden.

Daarnaast kan een fantasievriendje troost bieden in spannende situaties. Het is immers een ‘maatje op afroep’, dat altijd kan verschijnen als je kindje hem nodig heeft. Zo kan een denkbeeldig vriendje meegaan naar de dokter of wanneer je kindje voor het eerst bij opa en oma gaat logeren. Hierdoor is het ineens een stuk minder spannend voor je kleine fantast.

Tot slot is een denkbeeldig vriendje een goede zondebok voor je peuter. Als je kleine een glas omgooit, kan hij bang zijn dat jij boos wordt. Door zijn ‘vriendje’ de schuld te geven, laat je peuter zien dat hij snapt dat het verkeerd was wat hij deed. Speel in dit geval een klein beetje mee en ruim samen met je kindje de rommel van zijn ‘vriend’ op. Zo neemt je kleine toch verantwoordelijkheid, zonder dat jij zijn fantasie hoeft af te wijzen.

Tot welke leeftijd is een denkbeeldig vriendje normaal?

Vanaf ongeveer 6 jaar leert je kindje om fantasie en werkelijkheid van elkaar te onderscheiden. Rond deze leeftijd zullen denkbeeldige vriendjes dus ook vanzelf verdwijnen. Ieder kind is anders, dus maak je geen zorgen als jouw kleine nog iets langer vasthoudt aan zijn fantasiemaatje. Zolang je merkt dat hij ergens wel doorheeft dat het spel is, hoef je er geen kwaad in te zien.

Hoe ga je om met een denkbeeldig vriendje?

Over het algemeen weet je peuter heus wel dat zijn vriendje niet helemaal echt is. Voor je kindje maakt dit alleen niet uit. Zijn vriend voelt niet veel anders dan jullie buurmeisje met wie hij soms speelt. Merk je dat je peuter een beetje te veel gelooft in zijn maatje, probeer er dan over te praten.

Als je je echt zorgen maakt, kan je de fantasiewereld van je peuter bespreken met je huisarts of op het consultatiebureau. Daarnaast kan je de volgende tips toepassen:

  • Pas voor het vriendje dezelfde regels toe als voor je kindje. Hierdoor blijft de opvoeding consequent. Ruim bijvoorbeeld na het spelen samen met je peuter en zijn vriendje het speelgoed op.
  • Zorg dat het fantasievriendje niet te overheersend wordt. Duurt tanden poetsen ineens heel lang, omdat het vriendje van je kind tandpasta vies vindt? Stuur dan gerust het vriendje even de badkamer uit. Van je eigen kind zou je dit immers ook niet tolereren.
  • Bekijk welke rol het denkbeeldige vriendje voor je peuter vervult. Merk je bijvoorbeeld dat het vriendje altijd erg bang in het donker is? Grote kans dat jouw kindje zelf wel een nachtlampje kan gebruiken.
  • Blijf met je kleine in gesprek. Zorg dat je een beetje bij de fantasie betrokken blijft, zonder er al te veel in mee te gaan.
  • Geniet van de fantasie van je kindje. Speel lekker een beetje mee met de kinderlijke beleving van je kleine. Wees blij dat jouw peuter zo’n goed ontwikkelde fantasie heeft.