Moeder en peuter zijn gelukkig en knuffelen wat opvoeding bevordert

In de opvoeding van je kindje sta je vaak voor een heleboel uitdagingen. Hoe ga je om met de peuterpuberteit? Wanneer geef je straf en wanneer een beloning? Ieder kindje is anders en er bestaat niet zoiets als ‘de perfecte opvoeding’. Dat maakt opvoeden soms lastig. Toch zijn er een paar richtlijnen die goed zijn om te volgen.

Opvoeding: wat houdt het in?

Opvoeding is een geleidelijk proces waarbij je je kindje ondersteunt in zijn ontwikkeling, totdat hij zelfstandig kan meedraaien in de samenleving. Het is jouw taak als ouder om voor een veilige en beschermende omgeving te zorgen. Dat betekent dat je je liefde toont, emotionele ondersteuning biedt, de signalen van je kindje leert herkennen en daar op een liefdevolle manier op reageert.

Jij bent (samen met je partner) de eerste opvoeder van je kindje. Daarnaast zijn er de secundaire opvoeders zoals opa’s en oma’s, de school en het kinderdagverblijf. Zij dragen net als jij bepaalde gewoonten, waarden en vaardigheden over op je kindje.

Waarom is opvoeding belangrijk?

Je kindje heeft een veilige opvoeding nodig om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Met de liefde en steun van jullie kan je kleine ontdekker opgroeien tot een zelfstandig en sociaal persoon. Hij leert bijvoorbeeld:

  • Eigen keuzes maken
  • Zelfvertrouwen krijgen
  • Verantwoordelijkheid nemen in bepaalde situaties
  • Opkomen voor zichzelf
  • Rekening houden met anderen
  • Respect hebben voor zijn omgeving

Wat is een goede opvoeding?

Opvoeden is een leerproces. De perfecte opvoeder bestaat niet. Iedere ouder heeft zijn eigen manier van opvoeden en er is er niet één de beste. Bovendien is elk kindje anders en past bij ieder kindje een andere benadering in de opvoeding.

Als je net papa of mama bent, moet je waarschijnlijk ook even zoeken naar wat je belangrijk vindt en wat goed werkt. Je groeit in je rol als opvoeder. Moeilijkheden, frustraties, onzekerheden: ze horen er allemaal bij.

Opvoeden is dan ook vooral een kwestie van je eigen weg vinden. Maar er zijn wel een paar richtlijnen waar je aan vast kan houden.

Opvoed do’s

  • Gevoelens erkennen en benoemen. Kijk goed naar je kindje en neem zijn gevoelens serieus. Je peuter heeft onvoorwaardelijk liefde nodig, onafhankelijk van de manier waarop hij zich gedraagt. Daardoor voelt hij zich veilig en gesteund.
  • Stimuleren. Peuters willen graag alles zelf doen. Hoewel dit niet altijd even handig is, bevordert het wel zijn zelfstandigheid. Probeer hem te stimuleren om op onderzoek uit te gaan en geef hem de ruimte om zelf dingen te proberen.
  • Geef duidelijkheid. Vrijheid is belangrijk, maar duidelijkheid ook. Je kindje heeft sturing nodig. Dat kan je geven door duidelijke grenzen te stellen en heldere regels te hanteren.
  • Aandacht voor wat je kind goed doet. Soms zijn ouders zo gericht op wat een kindje allemaal verkeerd doet, dat ze vergeten te benoemen wat er goed gaat. Probeer goed gedrag zo veel mogelijk te belonen en negatief gedrag te negeren. Je kindje zal eerder gedrag gaan herhalen waar hij een complimentje voor krijgt.
  • Blijf geduldig. Eten dat door de kamer vliegt, driftbuien, drammerigheid: met een peuter in huis wordt je geduld soms behoorlijk op de proef gesteld. Toch is het belangrijk om niet uit je slof te schieten. Dit maakt de situatie vaak alleen maar erger. Probeer daarom altijd rustig en geduldig te blijven.
Vader blaast bellen met dochter: positieve aandacht in de opvoeding
Positieve aandacht voor wat je kind doet, komt je opvoeding ten goede

Opvoed don’ts

Soms kunnen er ongemerkt gewoontes in de opvoeding sluipen die niet het gewenste effect hebben. Voorbeelden van deze valkuilen zijn:

  • Inconsequent zijn. Als je eerst zegt dat je peuter iets niet mag, maar daarna toch toegeeft, is dit verwarrend voor je kindje. Je peuter is gebaat bij duidelijke regels en grenzen, ook al probeert hij deze voortdurend onderuit te halen.
  • Boos worden op de verkeerde dingen. Als je kindje in een driftbui zit, heeft boos worden geen zin. Je heethoofdje heeft het nodig om zijn emoties te kunnen uiten zonder dat hij hierom veroordeeld wordt. Boos worden heeft alleen effect bij ongewenst gedrag zoals iemand pijn doen. Je kan dan een gepaste straf uitdelen.
  • Onrealistische verwachtingen hebben. Ieder kind is uniek en ontwikkelt zich in zijn eigen tempo. Als je te veel van je kind verwacht of verlangt dat hij meteen alles goed doet, kan dat problemen geven. Een kind mag fouten maken, daar leert hij van.
  • Weinig oog voor jezelf hebben. Ouders die oververmoeid zijn, kunnen minder hebben. Het is belangrijk dat je goed voor jezelf zorgt. Als je voldoende rust en ontspanning krijgt, kan je makkelijker geduldig blijven en consequent zijn.
  • Slaan. Het is begrijpelijk dat het je af en toe te veel wordt en dat je op een manier reageert die niet de beste is. Maar één ding moet je te allen tijde vermijden: slaan. Door te slaan, of anderszins geweld te gebruiken, ondermijn je het gevoel van eigenwaarde van je kindje. Bovendien geef je het verkeerde voorbeeld, want je laat zien dat geweld gebruiken oké is. Je kindje leert er dus niets van.

Hulp bij opvoeden

Bij het opvoeden van je kindje is het belangrijk om te bedenken dat je er niet alleen voor staat. Twijfel je over de opvoeding of wordt het je te veel? Hier kan je terecht voor hulp:

  • Praat met andere ouders in je omgeving. De kans is groot dat zij tegen dezelfde obstakels aanlopen als jij. Gebruik ze als klankbord en vraag hoe zij de problemen met hun peuter aanpakken.
  • Consultatiebureau/Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Je kunt tijdens je bezoek aan het consultatiebureau of CJG altijd vragen over opvoeden stellen aan de jeugdarts of verpleegkundige. Er is ook een opvoedspreekuur, waar je terecht kan bij een orthopedagoog.
  • Opvoedpoli. Soms verwijzen bovenstaande organisaties je door naar de opvoedpoli. Deze organisatie biedt allerlei behandelingen aan, van gezinscoaching tot therapieën op het gebied van ADHD en autisme.
  • Opvoedboeken. Er zijn talloze boeken geschreven over opvoeden. Je kan bij de bibliotheek of het consultatiebureau informeren welke boeken het meest geschikt zijn.