Moeder legt peuterdochter gedragsregels uit en stelt zo grenzen

Je leest het in ieder opvoedboek terug: een kind is gebaat bij duidelijke regels en grenzen. Maar hoe doe je dat, grenzen stellen? Wat zijn gedragsregels, welke huisregels kies je en waarom zijn regels en grenzen zo belangrijk voor de ontwikkeling van je kindje?

Wat zijn gedragsregels?

Gedragsregels zijn basisnormen waar je kindje zich aan moet houden. Het kan gaan om algemene gedragsregels die gelden in de sociale omgang met anderen (niet schoppen en slaan), maar ook om huisregels die jij zelf hebt bedacht.

Tot de leeftijd van anderhalf jaar heeft het geen zin om regels op te stellen. Dreumesen zijn te jong om regels te begrijpen. Daarna zijn regels wel belangrijk in de opvoeding en zelfs noodzakelijk. Je kindje heeft regels nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen.

Grenzen stellen: waarom is het belangrijk?

Door gedragsregels op te stellen, maak je voor je peuter duidelijk wat de grenzen zijn waarbinnen hij zich kan bewegen. Dat zorgt voor houvast en een gevoel van veiligheid. Dankzij heldere regels en grenzen snapt je kindje wat je van hem verwacht en hoef jij minder vaak boos te worden. Dat geeft duidelijkheid en zelfvertrouwen aan je kind.

Grenzen en regels zijn ook belangrijk voor de ontwikkeling van je peuter. Na veel herhaling en heel wat tijd leert je peuter langzaam dat het eigen gedrag gevolgen heeft. En dat het overtreden van de belangrijkste regels gevolgen heeft. Zo leert je kindje dat er bepaalde basisregels bestaan in de omgang met anderen.

Wat als je peuter de regels overtreedt?

Je kindje zoekt voortdurend de grenzen op en probeert regels te overtreden. Dit doet hij niet om je plagen, het is simpelweg de manier waarop hij leert. Je peuter ontdekt zo de wereld.

Als ouder is het soms verleidelijk om toe te geven en je kindje zijn zin te geven. Voor je peuter is dit echter verwarrend. Als hij iets de ene keer wel mag en de andere keer niet, kan hij daar onzeker van worden. Het gevolg is dat hij nóg meer de grenzen gaat opzoeken, om maar duidelijkheid te krijgen. Zo kom je in een vicieuze cirkel terecht.

Het is daarom belangrijk om regels consequent toe te passen. Overtreedt je kleine de regels, dan kan je kan op verschillende manieren reageren:

  • Afleiden. Richt de aandacht op iets anders dan zijn gedrag. Vaak stopt het ongewenste gedrag dan vanzelf. Help je mee een toren bouwen?
  • Negeren. Negatieve aandacht is ook aandacht. Je hoeft er niet altijd bovenop te zitten als je kindje een regel overtreedt. Het kan ook werken om negatief gedrag te negeren en de andere kant op te kijken. Voor je peuter is de lol er dan al snel af. Andersom is het belangrijk om goed gedrag zoveel mogelijk te belonen.
  • Corrigeren. Doet je kindje iets wat niet mag? Maak oogcontact en zeg kort en duidelijk dat wat hij doet niet mag. Zeg ook waarom het niet mag en leg uit hoe hij het de volgende keer wel kan doen.
  • Apart zetten. Volgens sommige deskundigen kan het helpen om je kindje een time-out te geven. Je zet hem bijvoorbeeld even apart op een stoel en geeft een minuut geen aandacht. Blijft hij rustig zitten, dan mag hij opstaan en verder spelen. Zo niet, dan herhaal je de time-out. Er zijn verschillende meningen over de time-out.
  • Wees consequent, maar straf niet. Blijft je peuter steeds hetzelfde doen wat niet mag? Blijf hem corrigeren en haal de bron van het gedrag weg. Graait je kindje bijvoorbeeld steeds in de aarde van een plant? Haal de plant dan weg en zet hem even buiten bereik. Straffen heeft nog geen zin. Je peuter overziet de gevolgen van het eigen gedrag nu nog niet.

Let er bij het handhaven van de regels altijd op dat je alleen het gedrag van je peuter afwijst. Zeg nooit Wat ben je toch een vervelend kind, maar richt je op wat er gebeurt: Je mag niet met eten gooien.

Voorbeelden van gedragsregels

In ieder huis gelden andere regels. Welke regels jullie volgen, bepaal je zelf. Bespreek met je partner wat jullie belangrijk vinden. Het kan helpen om de regels op een briefje op de koelkast te hangen. Enkele voorbeelden van gedragsregels:

  • Voetballen doen we buiten.
  • Na het spelen ruimen we samen op.
  • We proberen het eten op ons bord te houden.
  • Aan tafel drinkt iedereen uit zijn eigen glas.
  • Als we boos zijn dan praten we, zonder te slaan of schoppen.

Tips bij gedragsregels opstellen

Houd bij het bedenken van de regels de volgende tips in je achterhoofd:

  • Maak het huis veilig. Beveilig de stopcontacten, zet schoonmaakmiddelen op een plek waar je kindje niet bij kan en zorg dat er geen breekbare voorwerpen (zoals vazen) op peuterooghoogte staan. Zo voorkom je dat je de hele dag ‘nee’ aan het roepen bent.
  • Stel niet te veel gedragsregels op. Je kindje zal ze niet allemaal kunnen onthouden en voor jou is het moeilijk ze allemaal te handhaven. Een stuk of vijf, zes regels is voldoende.
  • Stel alleen regels op over dingen die jij belangrijk vindt. Het kan best zo zijn dat jouw peuter wel met eten mag spelen en zijn buurjongetje niet. Hanteer geen regels alleen omdat andere moeders het ook doen, dan wordt het moeilijk om consequent te blijven.
  • Formuleer de regels positief. Probeer het woordje ‘niet’ te vermijden, je peuter snapt nog niet goed wat dit betekent. Zo klinkt ‘Netjes eten’ positiever dan ‘Je mag niet knoeien’.
  • Geef het goede voorbeeld. Als je kindje moet blijven zitten tijdens het eten, let er dan eens op of je dat zelf ook doet. Vaak sta je (onbewust) op van tafel, bijvoorbeeld omdat je nog iets moet pakken, de deurbel gaat of omdat je naar de wc moet. Als je inzicht krijgt in je eigen gedrag, kan je beter begrijpen waarom sommige regels moeilijker te volgen zijjn voor je kindje dan andere.
  • Wees geduldig. Je peuter heeft tijd nodig om aan een regel te wennen. Herhaal de regel dus vaak en houd vol.
  • Bedenk of de regels haalbaar zijn. Een regel moet passen bij de leeftijd van je kindje. Je peuter kan nog niet in zijn eentje al zijn speelgoed opruimen, daar heeft hij hulp bij nodig.

Volg de ontwikkeling van je kind via de peuterkalender >>

Download onze app

#1 zwangerschaps- en baby-app