Moeder legt peuterdochter gedragsregels uit en stelt zo grenzen

Je leest het in ieder opvoedboek terug: een kind heeft grenzen nodig, maar ook de ruimte om zich te ontwikkelen. Maar hoe doe je dat, grenzen stellen en je kind toch vrijlaten? En waarom is het allebei zo belangrijk voor de ontwikkeling van je kindje?

Fleur van der Nat, opvoeddeskundige
Geschreven door de redactie van 24Baby
Beoordeeld door Fleur van der Nat | Gezinscoach en opvoeddeskundige
Laatste update 30 september 2022

Wat zijn gedragsregels?

Gedragsregels zijn basisafspraken waar je kindje zich aan moet houden. Dit kan gaan om algemene gedragsregels die gaan over de sociale omgang met anderen (niet schoppen en slaan). Het kunnen ook regels zijn die gelden bij jullie thuis.

Tot de leeftijd van anderhalf jaar heeft het geen zin om regels op te stellen. Dreumesen zijn te jong om regels te begrijpen. Daarna zijn regels wel belangrijk in de opvoeding en zelfs nodig. Je kindje heeft regels namelijk nodig om zich goed te kunnen ontwikkelen.

Grenzen stellen: waarom is het belangrijk?

Door gedragsregels op te stellen, maak je voor je peuter duidelijk wat de grenzen zijn waarbinnen hij zich kan bewegen.Het is goed om zelf ook duidelijk de grenzen te weten. Praat hier steeds op dezelfde manier over met je kind. Met grenzen maak je het leven voorspelbaar voor je kind. Het zorgt voor houvast en een gevoel van veiligheid.

Duidelijke verwachtingen

Door heldere grenzen die steeds hetzelfde zijn, snapt je kindje wat er verwacht wordt. Daarom zal je kleine minder bezig zijn met ze te testen. Hij weet namelijk precies wat wel en niet mag en waarom. Dit zorgt voor rust bij je peuter en in het gezin. Ook geeft het je kind zelfvertrouwen.

Een goede ontwikkeling

Grenzen en regels zijn ook belangrijk voor de ontwikkeling van je peuter. Je kind leert langzaam dat het eigen gedrag gevolgen heeft en dat er basisregels zijn over omgaan met elkaar. Je kindje ontdekt dat grenzen belangrijk zijn en dat je hier niet overheen moet gaan. Hij leert jouw grenzen accepteren, maar merkt ook dat de eigen grenzen belangrijk zijn. Als een kind dat al jong leert, is dat nuttig voor later.

Consequent zijn

Als ouder is het soms verleidelijk om toe te geven en je kindje de zin te geven. Voor je peuter is dit verwarrend. Mag je kleine de ene keer iets wel en de andere keer niet? Dan zoekt hij nóg meer grenzen op om duidelijkheid te krijgen. Probeer daarom altijd hetzelfde te reageren. Dit noemen we consequent zijn. Als je niet consequent bent, zoekt je kind steeds meer grenzen op om duidelijkheid te krijgen.

Waarom is ook vrijheid belangrijk?

Je peuter zoekt grenzen op om te weten wat wel en niet mag. Dit doet je kind niet om je plagen. Het is gewoon de manier waarop hij leert. Je peuter ontdekt zo de wereld. Dit is belangrijk, want zo leert je peuter om zelfstandig worden.

Door je peuter wat meer vrij te laten en dingen los te laten, ontdekt je kind wat het al kan en wat niet. Zelf dingen proberen geeft je kind extra zelfvertrouwen. Ook als iets mislukt, leert je kleine hiervan. Meer nog dan wanneer jij van tevoren zegt dat iets niet lukt en het daarom niet mag.

Het leren zelfstandig zijn is hét belangrijkste onderdeel in de peuterleeftijd. Veel vrijheid helpt ook bij het begrijpen van echte grenzen. Je kind snapt dan beter wanneer er wel een echte grens gesteld wordt. Er mag veel, maar sommige dingen niet. Als er heel veel niet mag, wordt het ingewikkeld en zal je peuter blijven testen.

Wat als je peuter de regels overtreedt?

Ook bij duidelijke regels en genoeg vrijheid, kan je kind grenzen gaan testen. Want is die grens wel écht een grens of is er over te onderhandelen? Consequent blijven is dan belangrijk.

Dit betekent niet dat je ook boos hoeft te worden. Boosheid is een teken van onmacht. Je kind is dan eerder al een grens over gegaan, die jij niet accepteert. Probeer daarom voor dat moment uit te zoeken hoe je je peuter weghoudt van het testen. Of probeer erachter te komen waarom je kind dit doet.

Jouw reactie

Overtreedt je kleine de regels? Dan kan je kan op verschillende manieren reageren.

  • Laat het goede voorbeeld zien. Breng gedragsregels op een vriendelijke manier en laat zien hoe je ze gebruikt. Kinderen doen je de hele dag door na. Als je het goede voorbeeld geeft, neemt je kind je gedrag snel over. Bedenk eens of je zelf altijd het goede voorbeeld geeft. Misschien sta je zelf bijvoorbeeld regelmatig op van tafel tijdens het eten, terwijl je kind dit niet mag.
  • Corrigeer als het nodig is. Doet je kindje iets wat niet mag? Kom op gelijke hoogte met je kindje, maak oogcontact en leg uit dat je niet wil wat hij doet. Vertel daarbij ook wat wél kan en oefen hoe je peuter het de volgende keer kan aanpakken.
  • Wees consequent, maar straf niet. Blijft je peuter steeds hetzelfde doen wat niet mag? Blijf hem corrigeren en haal de bron van het gedrag weg. Gooit je kindje bijvoorbeeld steeds met zijn eten? Waarschuw hem dan en geef na twee keer aan dat je het bord weghaalt als het nog eens gebeurt. Doet je kindje het dan weer, haal het bord dan weg. Zeg nooit iets wat je niet waar kan of wil maken. Dan gelooft je kind je de volgende keer niet meer.

Tip

Richt je bij corrigeren op het gedrag

Let er bij corrigeren altijd op dat je alleen het gedrag van je peuter afwijst en niet je kind zelf. Dus niet: Wat ben je toch een vervelend kind. Maar: Je mag niet met eten gooien.

Tips bij grenzen, regels en vrijheden

Het gebruiken van regels en bewaken van grenzen is niet altijd makkelijk. De volgende tips kunnen je hierbij helpen.

  • Bedenk wat écht belangrijk is. Loslaten en grenzen stellen begint bij jezelf. Zorg ervoor dat jij en je partner weten wat jullie mee willen geven in de opvoeding. Welke drie dingen zijn het belangrijkste? Dan weet je waar je kan loslaten en waar je de grenzen moet bewaken.
  • Maak niet te veel regels. Je kindje zal ze niet allemaal kunnen onthouden. Ook voor jou wordt het dan moeilijk om aan alles vast te houden.
  • Kies regels die haalbaar zijn. Een regel moet passen bij de leeftijd van je kind. Je kan niet van je kindje verwachten dat al het speelgoed wordt opgeruimd als je kleine dat nog niet heeft geleerd.
  • Leg uit waar een regel vandaan komt. Vertel niet alleen de regel, maar leg ook uit waarom jullie het belangrijk vinden. Zo kan blijven zitten aan tafel tot iedereen klaar is een regel zijn. Leg dan uit dit is om aandacht te geven aan elkaar. Zo wordt het geen harde regel waar strijd om komt, maar is het een manier van omgaan met elkaar.
  • Doe veel samen. Peuters moeten nog veel leren. Het is daarom belangrijk om dingen samen te doen. Zo laat je zien dat je elkaar kan helpen bij het opruimen. Dat is gezelliger, je peuter leert opruimen én je geeft mee dat het fijn is om wat voor elkaar te doen.
  • Zoek naar de oorzaak van gedrag. Gedrag komt altijd ergens vandaan. Je peuter staat niet op met het idee om het jou eens flink lastig te maken. Durf daarom ook kritisch naar de situatie en jouw rol te kijken. Zo kan je ontdekken wat er onder het gedrag van je peuter zit. Zijn de grenzen niet duidelijk genoeg? Is er meer vrijheid nodig of is het negatieve gedrag een schreeuw om aandacht?
  • Wees geduldig en begeleid je kind. Wat de oorzaak van het gedrag ook is, je kindje is aan het leren. Wat grenzen zijn, hoe je met vrijheid omgaat en hoe je dingen zelf uitzoekt. Het kost tijd om dit te leren. Gun je kind die tijd. Jij bent er om je kind te begeleiden en mee te wandelen.

Volg de ontwikkeling van je kind via de peuterkalender >>

Download onze app

#1 zwangerschaps- en baby-app