Peuter bezig met magisch denken: hij denkt dat hij kan vliegen

De wereld van je peuter zit vol met magie, alles kan in zijn beleving. Die draak in het sprookjesboek bestaat echt, en als jij een kietelmonster nadoet, kan hij ineens echt bang worden. Dit komt door magisch denken. Hoe zit dit precies?

Wat is magisch denken?

Voor je peuter lopen herinnering, fantasie en werkelijkheid door elkaar heen. Het is allemaal even echt. Het denkvermogen van je kindje is namelijk nog niet zover ontwikkeld dat hij fantasie en werkelijkheid kan onderscheiden. Zijn manier van denken is nog niet gebonden aan de regels van de realiteit en dus is alles mogelijk. Dit noem je magisch denken.

Hoe werkt magisch denken?

Je peuter snapt veel dingen die om hem heen gebeuren nog niet en weet nog niet goed hoe de wereld in elkaar steekt. Zijn fantasie biedt een helpende hand en verzint oplossingen hiervoor. Het vult de dingen die hij niet begrijpt aan.

Zo kan hij bang zijn om door het doucheputje gespoeld te worden. Dat gebeurt met water immers ook. Of hij denkt dat de brief voor opa, die hij zojuist in de brievenbus heeft gegooid, direct bij opa op de mat valt. En in de televisie? Daar wonen een heleboel mensen.

Ook denkt je kleine dat hij met zijn gedachten gebeurtenissen kan beïnvloeden. Dat wat hij denkt, gebeurt in zijn ogen echt. Als hij droomt dat hij kan vliegen, dan is dat echt zo.

De fase van magisch denken

Magisch denken is een normale fase in de ontwikkeling van je peuter. Het magisch denken valt vooral op in de fase van 3 tot 6 jaar. Vanaf een jaar of 6 krijgt je kindje door wat echt kan en wat niet. Je kindje leert steeds meer over de wereld om zich heen en begint meer verbanden te leggen die helemaal kloppen.

Magisch denken als volwassene

Als volwassene ben je de magische manier van denken over het algemeen kwijt. Dit is ook de reden dat een bezoek aan de Efteling als volwassene ineens heel anders is dan toen je zelf nog een kind was. De kinderlijke magie is ervan af, omdat je hebt geleerd hoe de wereld (attracties in dit geval) werkt en je denkvermogen volledig ontwikkeld is.

Wist je dat volwassenen toch ook weleens magische gedachten hebben? Je hebt misschien een gelukskettinkje of een andere mascotte, je klopt weleens af om onheil af te wenden en die ladder op straat, daar loop je liever niet onderdoor. Dit zijn allemaal voorbeelden van magische gedachten.

Magisch denken en fantasiespel

De fase van magisch denken is een belangrijke stap in de ontwikkeling van je peuter. Het helpt hem namelijk om tot fantasiespel te komen. Fantasiespel is een leerzame manier van spelen, omdat het je kleine fantast leert zich in te leven in iemand anders. Daarnaast is het een leuke en speelse manier om nieuwe dingen te ontdekken en te leren over dagelijkse bezigheden.

Je kan fantasiespel stimuleren door je kleine bijvoorbeeld een kist met verkleedkleren en oude hoeden, petten en sjaals voor te schotelen. Ook speelgoed zoals theeserviesjes, een keukentje en een dokterskoffertje prikkelen de fantasie en het inlevingsvermogen van je peuter. Het is overigens erg leuk om gezellig mee te spelen, je peuter verzint de mooiste dingen!

Magisch denken en angsten

Omdat veel dingen nog onbegrijpelijk zijn voor je kindje, kan zijn magische manier van denken ook voor angsten zorgen. Deze peuterangsten zijn voor jou grappige, vertederende angsten, maar voor je kindje zijn ze echt. Zo kan hij, wanneer hij zich per ongeluk in zijn vinger knipt, bang zijn dat hij leegloopt. Als je in een ballon knipt, gebeurt dat namelijk ook.

Hoe ga je om met je magisch denkende peuter?

Het magisch denken van je peuter kan voor jullie als ouders vermakelijk zijn, maar het kan ook voor lastige situaties zorgen. De volgende tips kunnen je helpen om te gaan met de vrije geest van je kindje:

  • Neem peuterangsten serieus. Je kan de angst beter niet ontkennen. Beter is om er op een rustige manier in mee te gaan, zonder de angst te benadrukken. Zeg dus niet dat monsters niet bestaan, maar ga samen op jacht naar het monster en verjaag dat beest zonder hysterisch te doen. Na een tijdje zal je peuter het ook alleen durven en neemt de angst af.
  • Verplaats je in je peuter. Soms kan je peuter ineens gaan huilen en heb je geen idee wat de aanleiding is. Probeer je eens in hem te verplaatsen om te achterhalen wat hem aan het schrikken heeft gemaakt. Misschien was het iemand die voorbij liep? Of misschien iets wat je gezegd hebt?
  • Denk eens na over de dingen die je terloops zegt. Je peuter neemt alles letterlijk, sarcasme, beeldspraak en ironie zijn voor hem nog onbekend. Als jij zegt dat je ‘zijn kamer ondersteboven gaat keren om zijn speen te vinden’, kan hij hiervan schrikken.
  • Omarm een fantasievriendje. Sommige ouders schrikken van de ingebeelde vriendjes van hun kind. Het is echter iets wat bij de normale ontwikkeling hoort. Een fantasievriendje helpt je peuter bovendien een geweten en een goed gevoel over zichzelf te ontwikkelen.

Een grote fantasie is dus eigenlijk heel goed voor je opgroeiende kindje. Blijft je kindje lang fantaseren? Maak je niet te snel zorgen. We kunnen allemaal wel een vleugje magie gebruiken, ook als volwassene.