Borstvoeding: baby drinkt bij zijn moeder nadat het goed aanleggen

Als je borstvoeding geeft, wil je natuurlijk dat het voeden zonder te veel ongemakken verloopt. Het moet een fijne ervaring zijn voor jou en je baby. Daarvoor is goed aanleggen belangrijk.

Waarom is goed aanleggen belangrijk?

Wanneer je kindje goed aangelegd is, krijgt hij de melk makkelijk uit je borst. Hierdoor gaan jouw melkklieren hard aan het werk. Door je baby goed aan te leggen, komt de melkproductie dus op gang.

Daarnaast voorkom je met goed aanleggen problemen zoals pijnlijke tepels, doordat je kindje een goede grote hap kan nemen. Hierdoor komt je tepel meer achterin zijn mondholte terecht, waardoor je tepel niet beschadigd raakt.

Goed aanleggen zorgt er dus voor dat het geven van borstvoeding soepel verloopt, waardoor je als moeder vertrouwen en plezier in het voeden krijgt.

Op welke manier leg ik mijn kindje goed aan?

Bij het aanleggen kan je op een aantal dingen letten:

  • Ga ontspannen zitten. Gebruik eventueel een kussentje om je rug en armen te ondersteunen.
  • Draai je baby naar je toe, met zijn buikje naar jou gericht. Het hoofdje van je baby komt in één lijn met zijn lijfje te liggen.
  • Breng het hoofdje van je baby richting je borst en zijn neusje bij je tepel. Wacht tot zijn mondje wijd open is.
  • Duw vervolgens je kindje met zijn lijfje tegen je aan. Als het goed is neemt je baby nu een grote hap: niet alleen van je tepel, maar ook van een deel tepelhof.
  • Ondersteun het hoofdje van je baby, maar houd zijn hoofdje niet vast. Op deze manier heeft je kindje nog genoeg bewegingsvrijheid.
  • Als je kleine goed is aangelegd, hoor en zie je hem drinken. Je hoort een stotend uitademingsgeluid, bij grotere baby’s een klokkend geluid, staan de wangetjes bol en zie je zijn kaken bewegen.

Wanneer moet ik mijn baby aanleggen?

Je pasgeboren baby kan je het best binnen een uur na de bevalling aanleggen. In dat uur is je kindje heel wakker en alert, en is zijn zoek- en zuigreflex erg sterk.

De eerste paar dagen na de bevalling zal er nog niet zoveel melk uit je borsten komen. Maak je hier geen zorgen over: dat is normaal en de productie komt vanzelf op gang. Je kunt nu de tijd nemen om het aanleggen te oefenen.

De eerste dagen na de geboorte zal je baby vaak willen drinken. Dat kan wel tien tot twaalf keer per dag zijn, tot wel tien à twaalf keer per dag zijn. Door je baby vaak te laten drinken, komt je melkproductie goed op gang.

Als de eerste week voorbij is, wil je baby nog zo’n zeven tot acht keer per dag drinken. Er is echter geen ‘normaal’ drinkpatroon: dit verschilt per kindje. Je baby geeft meestal zelf aan wanneer hij honger heeft en wanneer hij vol zit. Zo laten sommige baby’s vanzelf je tepel los wanneer ze genoeg melk hebben gehad. Bij andere kindjes verandert het zuiggedrag als hij je borst leeg heeft gedronken. Wanneer je baby twee minuten heel snel zuigt, zonder te slikken, dan kan hij aan je andere borst.

Door te letten op de hongersignalen van je baby, kan je voorkomen dat hij moet huilen en gaat het aanleggen meer ontspannen. De volgende signalen kunnen duidelijk maken dat je kleine honger heeft, je baby:

  • Sabbelt op zijn handjes of vingers
  • Maakt zuigbewegingen
  • Smakt
  • Steekt zijn tong uit
  • Maakt zoekende bewegingen met zijn hoofdje

Houdingen om borstvoeding te geven

Er zijn verschillende houdingen waarin je je kindje kan voeden. Zo heb je de Madonna houding, de Rugby houding, de Laid-back houding, en kan je ook liggend voeden. De ‘beste borstvoedingshouding’ bestaat niet, dit is namelijk de houding die jij en je baby het fijnst vinden.

Zoek dus naar een houding die voor jou prettig voelt. Je kan afwisselen, maar dat hoeft niet. Als je het liefst altijd in dezelfde houding voedt, is dat natuurlijk ook goed.

Hulp bij het aanleggen

Gaat het aanleggen moeizaam? Of loop je tegen andere problemen aan met het geven van borstvoeding? Dan is het verstandig om hulp in te schakelen van een lactatiekundige. Deze kan met je meekijken en je advies geven om de borstvoeding te verbeteren. Op Solvo.nl lees je meer over het inschakelen van een lactatiekundige bij problemen met borstvoeding.

Je kan je tijdens de zwangerschap al voorbereiden op borstvoeding geven door een borstvoedingscursus te volgen. De eerste dagen na de bevalling kunnen de verloskundige en kraamverzorgster je op weg helpen.

Geef de moed niet op als je tegen problemen aanloopt. Vooral als je net begint is het niet gek dat het voeden niet meteen perfect gaat. Goed aanleggen is iets dat je moet leren en oefenen, dus neem daar rustig de tijd voor.

Onthoud dat het geven van borstvoeding geen pijn hoort te doen. Het moet juist een fijne ervaring zijn voor jou en je baby. Twijfel dus niet om hulp in te schakelen van een lactatiekundige als het tegenzit!