Moeder voedt haar baby in een van bekendste borstvoedingshoudingen: de Madonnahouding

Borstvoeding geven kan in verschillende houdingen. Welke houding je aanneemt, hangt af van je wensen en de situatie. Daarnaast kan het afwisselen van verschillende houdingen fijn zijn. Welke borstvoedingshoudingen kan je allemaal proberen? En waarop kan je letten?

Verschillende borstvoedingshoudingen

Er zijn veel verschillende houdingen waarin je borstvoeding kan geven. Voor elke houding geldt dat het even oefenen is voor je het onder de knie hebt. Borstvoeding geven is voor jou en voor je kindje wennen. Gelukkig is er genoeg keuze als het gaat om mogelijke borstvoedingshoudingen. Het is handig om verschillende houdingen uit te proberen. Zo ontdek je wat het beste bij jou en je baby past. Het belangrijkste is dat de houding waarin je voedt voor je baby én voor jou ontspannen aanvoelt.

Welke houding kiezen?

Er is niet één beste houding om je baby in te voeden. Wat voor de een werkt, is voor de ander misschien juist helemaal niet handig. Ook kan het per situatie verschillen wat prettig is. Zo kan het ’s nachts fijn zijn om op bed in zijligging te voeden, terwijl je overdag liever rechtop zit.

Daarnaast kunnen sommige klachten je keuze bepalen. Bij reflux of een kort tongriempje zijn andere houdingen nuttig dan bij een verstopt melkkanaal. Ten slotte kan het ook prettig zijn om borstvoedingshoudingen af te wisselen. Dan drinkt je baby vanuit verschillende hoeken uit je borst. Dit zorgt ervoor dat je borsten goed leeggedronken worden en helpt verstopte melkkanalen en borstontstekingen voorkomen. Hieronder bespreken we de meest gebruikte borstvoedingshoudingen.

1. Achterover leunend of liggende houding (biological nurturing)

Dit is waarschijnlijk de eerste houding waarin je voedt. Hierbij lig je achterover geleund met je baby op je borst. Je baby ligt op zijn buik met het gezicht naar jou toe. De wang ligt in de buurt van jouw blote borsten. In deze houding kan je kindje gemakkelijk bewegen. Hij kan daardoor gaan liggen hoe hij het lekker vindt.

Je kindje zal automatisch op zoek gaan naar je tepel en deze in zijn mond nemen. Het huid-op-huidcontact bij deze borstvoedingshouding moedigt deze zoek- en zuigreflex van je baby aan. Het is dus een perfecte houding wanneer je ligt bij te komen van de bevalling. Deze houding wordt ook wel ‘biological nurturing’ genoemd, omdat het zo’n natuurlijke en instinctieve manier van voeden is.

Goed voor:

  • De eerste keer borstvoeding geven na de geboorte
  • Na een keizersnede (want er komt weinig druk op je buik)
  • Baby’s die zich gemakkelijk verslikken
  • Een grote melkstroom
  • Te kort tongriempje

Let op: Ondersteun de nek en het hoofdje van je baby goed. Zorg ervoor dat ook jouw hoofd en nek ondersteund zijn, zodat je je baby in de gaten kan houden. De neus van je kindje kan in je borst zakken, waardoor hij moeilijker ademt. Je kan dit oplossen door zijn billen meer naar je toe te trekken. Dit zorgt ervoor dat zijn hoofd wat naar achteren gaat. Ook kan je met je vlakke hand het voorhoofdje ondersteunen.

2. De Madonnahouding

Dit is een van de bekendste en meest gebruikte borstvoedingshoudingen. In deze houding zit je rechtop. Je baby ligt op zijn zij op je onderarm met zijn buik tegen jou aan. Zijn kin komt tegen jouw borst en zijn neus ligt bij je tepel. De onderste arm van je baby gaat langs je zij. Het hoofdje rust in de hoek van je onderarm. Met je vrije hand kan je de rug van je kindje extra ondersteunen en helpen bij het aanleggen.

Goed voor:

  • Voeden in het openbaar (je baby bedekt je borst voor een groot deel)
  • Een lichte melkstroom (met je vrije hand kan je je borst masseren om de melk te laten toeschieten)
  • Moeite met aanleggen (je kan goed zien hoe je baby aanhapt)

Let op: Ontspan je schouders en trek ze niet op. Dat kan schouderklachten geven. Zorg voor ondersteuning met een (voedings)kussen of een opgerolde handdoek. Is je baby nog pasgeboren? Dan is deze houding niet altijd even makkelijk, omdat je baby minder steun krijgt dan in andere houdingen. Zorg ervoor dat je handen de billen en onderrug ondersteunen.

Moeder voedt in een van de bekende borstvoedingshoudingen: de madonnahouding
Madonnahouding

3. Doorgeschoven houding

De doorgeschoven houding, ook wel bakerhouding genoemd, lijkt op de Madonnahouding. Je gebruikt alleen je andere arm om je baby te ondersteunen. Het lichaam van je baby ligt op je andere onderarm, dus op je linkerarm bij voeden aan de rechterborst. Met je hand ondersteun je de achterkant van het hoofd en de nek. Je kan je baby op deze manier heel goed helpen met aanhappen, omdat je ‘mee kan sturen’. Met je vrije hand kan je je borst vormen. Deze houding is hierdoor heel fijn voor de eerste periode.

Goed voor:

  • Baby’s die moeite hebben met aanhappen
  • Premature baby’s
  • Kleine baby’s
  • Je pasgeboren baby
  • Een lichte melkstroom

Let op: kijk goed of de kin van je baby niet tegen je borst drukt en laat hem zelf aanhappen. Als je kindje niet goed aanhapt, kan dit zorgen voor pijnlijke tepels en niet goed drinken. Houd ook in de gaten dat je hand niet alleen het hoofd vasthoudt, maar vooral steun geeft bij de nek en schouders.

Moeder voedt in een van prettigste borstvoedingshoudingen bij pasgeboren baby: de doorgeschoven houding
Doorgeschoven houding

4. In rugbyhouding voeden

Deze borstvoedingshouding heet zo omdat je je baby ongeveer hetzelfde vasthoudt als een rugbyspeler een bal. Je baby ligt dicht tegen je zij, met de voeten richting je rug en het hoofd bij je borst. Je kindje ligt op een (voedings)kussen en je ondersteunt hem met je onderarm. Je kan je hand gebruiken om zijn hoofd naar je tepel te begeleiden. Met je vrije hand kan je je borst vormen. Je kan in de rugbyhouding het aanleggen goed in de gaten houden.

Goed voor:

  • Jonge en te vroeg geboren baby’s
  • Het voeden van tweelingen
  • Een keizersnede
  • Onrustig drinkende baby’s
  • Zware borsten
  • Vlakke, ingetrokken tepels

Let op: Zorg ervoor dat je niet naar voren gaat leunen. Het is de bedoeling dat je je baby naar de borst brengt en niet je borst naar je baby. Na de eerste weken is je baby meestal te groot voor de rugbyhouding.

5. Dubbele doorgeschoven houding

De dubbele doorgeschoven houding of dubbele bakerhouding is een perfecte borstvoedingshouding om je tweeling in te voeden. Je kan ze namelijk tegelijk voeden. Als je een speciaal voedingskussen gebruikt, heb je je handen meer vrij. Zo kan je de ene baby helpen, terwijl de ander rustig verder drinkt.

Goed voor:

Let op: Zorg ervoor dat je baby zelf aanhapt en niet met zijn kin tegen je borst drukt. Zo voorkom je slecht drinken en pijnlijke tepels.

6. Zijligging op bed of bank

Dit is een van de meest ontspannen borstvoedingshoudingen. Je ligt op je zij op de bank of op bed. Je baby ligt ook op zijn zij, tegen jou aan. Jullie liggen dus buik tegen buik. Het hoofdje ligt in je okselholte en met je arm kan je hem ondersteunen. Hij drinkt uit je onderste borst. Als hij goed aan het drinken is, kan je je arm onder je hoofd leggen. Voor extra steun kan je ook een kussen of opgerolde handdoek in je rug en tegen de rug van je baby leggen. Zo rolt hij niet makkelijk van je weg.

Na de eerste borst kan je omdraaien en je baby aan de andere borst aanleggen. Laat je baby dan wel tussendoor even rechtop boeren. Het is ook mogelijk om je andere borst op dezelfde zij aan te bieden. Leun dan iets meer naar voren en draai je lichaam wat naar het matras. Je baby kan dan uit de bovenste borst drinken.

Goed voor:

  • Nachtvoedingen
  • Na een keizersnede
  • Als je moe bent of last hebt van hechtingen
  • Als je baby snel afgeleid is

Let op: Deze houding is lastiger voor kleine cupmaten. Je borst komt dan niet laag genoeg. Dit los je op door je baby op je linkerarm te laten rusten, zodat hij wat hoger komt te liggen. Houd bij deze houding ook in de gaten dat je baby niet gedraaid ligt. De rug, nek en het hoofd horen in één lijn te liggen.

Moeder voedt haar baby in een van meest ontspannen borstvoedingshoudingen: in zijligging
In zijligging voeden

7. Koalahouding

Je baby zit bij je op schoot met zijn gezicht naar jou toe en zijn benen rond je heupen of dijbenen. Zijn ruggengraat en hoofdje zijn rechtop. Vooral voor oudere baby’s die zelfstandig kunnen zitten is dit een handige houding. Je kan deze borstvoedingshouding ook met je pasgeboren baby gebruiken. Het is dan wel heel belangrijk om het hoofdje goed te ondersteunen.

Goed voor:

  • Kindjes met refluxklachten
  • Baby’s met oorontstekingen
  • Een te korte tongriem
  • Als je baby een lage spierspanning heeft

Let op: Zorg voor een goede ondersteuning van het hoofd als je baby nog erg jong is.

Moeder voedt haar kind in de koalahouding
Koalahouding

8. Voorover hangend borstvoeding geven

Deze borstvoedingshouding kan wat vreemd aanvoelen. Toch kan hij heel nuttig zijn als je last hebt van stuwing. Je baby ligt op zijn rug en jij hangt boven hem. Je borsten zijn op mondhoogte, zodat je kindje goed je tepel kan aanhappen. Je kan dit doen door te knielen op bed en op je ellebogen of handen te leunen.

Goed voor:

  • (Beginnende) borstontsteking
  • Verstopte melkkanalen
  • Moeite met aanhappen.

Let op: Houd je eigen houding in de gaten, zodat je niet je rug of schouders overbelast. Ondersteuning met een kussen kan helpen.

9. Houding waarbij je de kin met je hand ondersteunt

Soms kan het handig zijn om je baby tijdens het drinken te ondersteunen onder de kin. Bijvoorbeeld als je baby een lage spierspanning heeft, of moeite heeft om aangelegd te blijven. Bij deze houding ligt je baby op een onderarm. Met je andere hand ondersteun je je borst en de kin van je baby.

Je legt je hand onder je borst en omsluit zo je borst. Dan beweeg je je hand wat naar voren, zodat je duim en wijsvinger er vlak voor komen te hangen in een ‘U-vorm’. Hierin kan de kaak van je baby rusten tijdens het drinken. Je duim en wijsvinger houden voorzichtig de wangen vast. De andere drie vingers ondersteunen de onderkant van je borst. Zo kan je je baby goed helpen met drinken. Je hebt namelijk veel controle over zijn houding en kan het aanleggen goed in de gaten houden.

Goed voor:

Let op: Zorg ervoor dat je wijsvinger en duim het harde gedeelte van de kin ondersteunen en niet te ver naar achteren komen te liggen. Dan drukken ze niet tegen de keel van je baby.

10. Voeden in de draagdoek

Hebben jij en je kindje al wat ervaring opgebouwd met borstvoeding en draag je je baby graag in een draagdoek? Dan kan je ervoor kiezen om in de draagdoek te voeden. Dit kan prettig zijn wanneer je op pad bent en je baby trek krijgt. Ook als je thuis oudere kinderen hebt die om je aandacht vragen, kan dit een uitkomst zijn. Zorg er bij deze manier van voeden voor dat je baby zo hangt dat je het gezichtje kan zien. Kijk ook of de kin van je kindje niet tegen zijn borst wordt gedrukt.

Goed voor:

  • Voeden in het openbaar of onderweg
  • Baby’s die vaak willen drinken

Let op: Je kan je baby en de manier van aanhappen niet zo goed zien. Doe dit daarom alleen wanneer je baby de aanlegtechniek goed onder de knie heeft. Check ook regelmatig of hij nog in een ergonomische houding in de draagdoek hangt.

Een eigen houding

Het is goed mogelijk dat jullie een andere houding het fijnst vinden. Zeker wanneer je baby wat ouder wordt, kan hij zelf een favoriet ontwikkelen. Soms kunnen daarbij de grappigste houdingen ontstaan. Bijvoorbeeld hangend over je schouder of half zittend op je schoot wanneer je net wakker bent. Dit is niet gek. Doe vooral wat voor jullie goed voelt!

Tips bij borstvoedingshoudingen

Welke houding je ook gebruikt, een aantal dingen zijn handig om te doen bij het voeden. Met deze tips ben je goed voorbereid om prettig borstvoeding te kunnen geven.

  • Alles binnen handbereik. Wanneer je je kindje aan de borst hebt, zit je even ‘vast’. Even stoppen met voeden kan als het moet, maar meestal is dat niet fijn. Let er daarom op dat je alles wat je nodig hebt bij de hand hebt. Denk aan een hydrofiele doek, iets te eten of drinken, een tijdschrift, je telefoon, de afstandsbediening of wat je dan ook graag gebruikt tijdens het voeden.
  • Goede houding van je baby. Let erop dat je baby fijn ligt of zit. Dit houdt in dat hij goed ondersteund wordt en dat zijn hoofd, nek en ruggengraat in één lijn liggen. Deze horen niet gedraaid te zijn.
  • Zorg ervoor dat je zelf lekker zit. Borstvoeding geven gaat het beste wanneer je zelf ook fijn zit of ligt. Maak het jezelf dus gemakkelijk door ondersteuning van een voedingskussen of kussens in je rug of onder je arm. Zo voorkom je een verkrampte houding en spierklachten.
  • Ga van tevoren naar het toilet. Voeden met samengeknepen billen is geen pretje. Stoppen met voeden omdat jij hoge nood hebt, doe je ook liever niet. Ga daarom van tevoren even naar het toilet.
  • Juiste manier van aanleggen. Controleer of je baby goed aanhapt. Een verkeerde manier van aanleggen kan voor klachten zorgen. Je kan last krijgen van pijnlijke tepels of kloven. Ook is het goed legen van je borst moeilijker bij een verkeerde aanlegtechniek.
  • Schakel hulp in als dit nodig is. Vind je het lastig om een fijne houding te vinden? Of lukt het aanleggen niet goed in jouw favoriete houdingen? Neem dan contact op met een lactatiekundige. Die kan je hier hierbij helpen, zodat je op een fijne manier borstvoeding kan geven.