baby slaapt op zijn rug wat kans op wiegendood verkleint

Jaarlijks overlijden in Nederland ongeveer 10 baby’s aan wiegendood. Een relatief laag aantal, toch is iedere baby er één te veel. Voldoende voorlichting en kennis bij ouders verkleint de kans op wiegendood. Wat zijn de risicofactoren voor wiegendood en hoe kan je het voorkomen?

Wat is wiegendood?

Wiegendood is het plotseling en onverwachts overlijden van een gezonde of niet zieke baby onder de 2 jaar, zonder duidelijke lichamelijke oorzaak die het overlijden verklaart. Een kindje overlijdt hierbij doordat de ademhaling wordt belemmert, hij zijn eigen adem steeds inademt (rebreathing) of door oververhitting. Dit gebeurt meestal wanneer een baby slaapt of ligt te rusten, bijvoorbeeld in de box, in een bed of op een zitzak. Veilig slapen is dan ook een van de belangrijkste manieren om wiegendood te voorkomen.

De medische benaming voor wiegendood is Sudden Infant Death Syndrome (SIDS). De oorzaak ervan is nog niet bekend. Er wordt gedacht dat sommige baby’s een aangeboren afwijking hebben, waardoor ze minder snel wakker worden door (externe) prikkels. Waar een andere baby wakker wordt, zijn hoofdje opzij draait en/of huilt om hulp, bijvoorbeeld als er iets op hun neus of mond ligt, worden deze baby’s niet wakker.

Oorzaak wiegendood

Een concrete oorzaak voor wiegendood is nog niet bekend. Wel zijn er een aantal risicofactoren bekend die de kans op wiegendood vergroten.

  • Buikligging. Dit is de grootste risicofactor voor wiegendood, die het makkelijkst te voorkomen is. Wanneer je baby op zijn buik ligt, kan zijn ademhaling belemmerd worden. Zo kunnen zijn mond en neus wegzakken in het matras. Ook is er een verhoogde kans op rebreathing. Hierbij ademt je kindje steeds zijn eigen adem in, waardoor er steeds minder zuurstof in de lucht zit die hij inademt.
  • Zijligging. De zijligging wordt in de eerste periode afgeraden, omdat je kindje zo makkelijker op zijn buik kan draaien en zich mogelijk nog niet terug op zijn rug of zij kan draaien.
  • Warmtestress. Je baby kan zijn lichaamstemperatuur nog niet goed reguleren. Wanneer hij het te warm krijgt en zijn warmte niet goed kwijt kan, kan je kindje zó oververhit raken, dat hij hieraan kan overlijden.
  • Adembelemmering door voorwerpen. Alle dingen die de mond en neus van je kindje kunnen bedekken, waardoor hij niet meer kan ademen, verhogen de kans op wiegendood. Denk aan kussens, dekens, knuffels, etc.
  • Roken tijdens en na de zwangerschap. Roken tijdens de zwangerschap heeft schadelijke effecten op de ontwikkeling van de hersenen en de longfunctie van je baby. Ook het meeroken van je kindje na zijn geboorte vergroot de kans op wiegendood met 2,5 keer. Roken tijdens en na de zwangerschap is, na de buikligging, de belangrijkste risicofactor die voorkomen kan worden.
  • Rustgevende medicatie. Deze remmen de wekreactie van je baby, waardoor hij mogelijk niet wakker wordt wanneer dit nodig is.
  • Te weinig toezicht. Dit is niet een ‘risicofactor voor wiegendood, maar er geldt wel: hoe minder toezicht, hoe groter de kans dat je er te laat bij bent. Het goed in de gaten houden van je baby kan andere risicofactoren verminderen.
  • Onveilig babybedje en slaapspullen. Het gebruik van onveilige slaapmaterialen verhoogt de kans op wiegendood. Denk hierbij aan een babybedje met dichte wanden of voorwerpen die in het bedje liggen en de ademhaling van je baby kunnen belemmeren.
  • Samen slapen. Zowel in bed als op de bank/stoel. De kans op wiegendood is dan groter. Het veiligst is je baby de eerste 6 maanden in zijn eigen wiegje of ledikantje te laten slapen bij jou op de kamer.
  • Vroeggeboorte en/of een laag geboortegewicht. Te vroeg geboren baby’s (voor 37 weken) en baby’s met een laag geboortegewicht hebben twee keer zoveel kans op wiegendood.

Verhoogde kans op wiegendood bij de kinderopvang?

Er zijn diverse onderzoeken die de indruk wekken dat de kans op wiegendood bij de kinderopvang (kinderdagverblijf of gastouder) groter is. Of dit ook echt zo is, is lastig om vast te stellen, omdat het om lage aantallen gaat.

De verklaring wordt gezocht in de luchtkwaliteit bij kinderopvangcentra. Er wordt ook wel gedacht dat een baby stress ervaart als hij niet bij zijn ouders is en dat dit de kans op wiegendood mogelijk vergroot. Dit is echter nooit wetenschap bewezen.

Wiegendood voorkomen

Wiegendood helemaal voorkomen is lastig. Wel kan je verschillende dingen doen om de kans op wiegendood zoveel mogelijk te verkleinen:

Laat je baby altijd op zijn rug slapen

De kans op wiegendood is bij buikslapen het grootst. Leg je baby daarom altijd op zijn rug. Om een voorkeurshouding te voorkomen, kan je zijn hoofdje regelmatig de andere kant op draaien. Gebruik geen stabilisatiekussen om je kindje in zijligging te houden: deze vergroten de kans op wiegendood.

Natuurlijk ligt je baby weleens op zijn buik als hij speelt op een speelkleed of in de box. Sterker nog: tummy time is zelfs belangrijk voor zijn ontwikkeling. Houd hierbij altijd toezicht en laat je kindje niet alleen in de kamer.

Rook niet tijdens de zwangerschap en houd de omgeving rookvrij

Roken tijdens de zwangerschap beschadigt hersencellen van je ongeboren baby en er kan longschade optreden bij je baby. Ook het meeroken na de geboorte vergroot het risico op wiegendood. Rook daarom niet binnenshuis en neem je kindje niet mee naar een omgeving waar gerookt wordt.

Voorkom dat je baby het te warm krijgt

Een warme omgeving kan ervoor zorgen dat je baby minder snel wakker wordt. Ook kan het zorgen voor oververhitting. Zet de verwarming daarom niet te hoog (maximaal 18 graden) en houd het wiegje of babybedje uit de zon. Gebruik daarnaast niet te veel beddengoed. Een dekentje of (ongevoerde) babyslaapzak is voldoende. Een dekbed wordt de eerste 2 jaar sterk afgeraden.

Kleed je baby verder niet te warm aan en leg niets over zijn hoofdje tijdens het slapen. Gebruik het mutsje, een warme kruik of elektrische deken alleen de eerste dagen na de geboorte, in de periode dat je kindje zichzelf nog niet warm kan houden.

Creëer een veilige slaapomgeving

Een veilige slaapomgeving is cruciaal. Zo moet het wiegje of ledikantje aan verschillende veiligheidseisen voldoen. Het gebruik van een dekbed, zacht matras en schapenvachtje wordt sterk afgeraden. Bij een dekbed kan je baby zijn warmte onvoldoende kwijt. Bij een zacht matras is de kans op belemmering van de luchtwegen vergroot, evenals bij een schapenvachtje. Leg ook geen knuffels of kussens in het bed.

Laat je kindje daarnaast niet in een groot bed slapen. De ademhaling van je baby kan makkelijker belemmerd worden door het dekbed en de kussens, en de kans dat je baby onder de dekens terechtkomt is een stuk groter.
Bekijk hier de 10 basisrichtlijnen voor veilig slapen >>

Zorg voor een veilige omgeving als je baby wakker is

Maak je huis op tijd babyproof. Geef je kindje veilig speelgoed zonder koorden, lussen of dingen die los kunnen raken. Voorkom dat de box in de volle zon staat, laat je baby niet alleen in de auto, geef je baby geen slaapverwekkende geneesmiddelen, zoals hoestdrank, en let er bij het gebruik van een draagzak op dat de neus en mond van je baby vrij zijn.

Leg een tweeling in losse bedjes

Als je een tweeling samen in een bedje legt zonder toezicht, hebben ze een hogere kans op rebreathing. Ook krijgen ze het sneller te warm en kunnen ze elkaars ademhaling belemmeren.

Geef de eerste 6 maanden borstvoeding als dit mogelijk is

Het wordt aangeraden je baby minstens de eerste 6 maanden borstvoeding te geven. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar borstvoeding en de verminderde kans op wiegendood. Hoewel dat het niet unaniem is aangetoond, lijkt het erop dat borstvoeding je baby ertegen beschermt. Mogelijk komt dit doordat een baby die borstvoeding krijgt eerder wakker wordt door (omgevings)prikkels.

Gebruik een fopspeen

Het gebruik van een fopspeen verkleint de kans op wiegendood. Het wordt dan ook aangeraden om het eerste jaar een fopspeen te gebruiken. Begin hier mee zodra de borstvoeding goed op gang is. Let wel goed op en geef je kindje het eerste jaar altijd de speen als hij hieraan gewend is. Als je baby gewend is aan de speen en hij gaat slapen zonder speen, dan is de kans op wiegendood juist groter.

Sommige ouders zijn bang dat het gebruik van een speen de borstvoeding negatief beïnvloed door ‘tepel-speenverwarring’. Dit is fysiologisch gezien een mogelijkheid en er zijn aanwijzingen dat er sprake kan zijn van zuigverwarring, maar het is nooit wetenschappelijk aangetoond. Daarom is het advies om de borstvoeding eerst goed op gang te laten komen en daarna te beginnen met het introduceren van de fopspeen.