Moeder geeft borstvoeding aan baby

Borstvoeding

Een van de grote beslissingen die je tijdens je zwangerschap moet nemen is of je je kindje borstvoeding of flesvoeding gaat geven. Borstvoeding biedt ten opzichte van kunstvoeding allerlei voordelen voor moeder en kind. Maar borstvoeding geven is niet altijd eenvoudig. Het is iets wat je samen met je baby moet leren.

Waarom borstvoeding geven?

Borstvoeding is voor moeder en kind gezonder. Je baby krijgt via de melk niet alleen de juiste voedingsstoffen binnen, maar ook bouwt hij hiermee zijn afweersysteem op. Hierdoor heeft je kind minder kans op een middenoorontsteking, maag- en darminfecties en overgewicht. Daarnaast zal hij zich waarschijnlijk ook geestelijk beter ontwikkelen. Ook wordt via borstvoeding de samenstelling en hoeveelheid melk afgestemd op de behoefte van je kind.

Door het geven van borstvoeding bereik je als moeder sneller je gewicht van voor de bevalling. Je baarmoeder krimpt sneller, waardoor je na de bevalling minder bloedingen hebt en een kleinere kans op bloedarmoede. Ook is het huid op huid contact tussen baby en moeder van belang voor de groei van de onderlinge band.

Daarnaast zijn er ook praktische voordelen. Moedermelk is gratis, altijd beschikbaar, op de juiste temperatuur en je hoeft je niet druk te maken over het reinigen van flessen en spenen.

Nadelen van borstvoeding

Het is soms niet eenvoudig om borstvoeding te geven. Jullie zullen samen moeten leren hoe je het beste kunt voeden. Daarnaast is het praktisch soms lastig, omdat je altijd bij je baby moet zijn op het moment van voeden, of zult moeten kolven.

Hoe werkt borstvoeding eigenlijk?

In je borsten zitten melkkliertjes met daarin melk producerende cellen. Hierin worden de voedingsstoffen uit je bloed gehaald en omgezet in moedermelk. Wanneer je je baby voedt zal het zuigen aan je tepel twee hormonen vrij geven. De ene, prolactine, zorgt ervoor dat je meer melk gaat produceren. Het andere hormoon, oxytocine, zorgt ervoor dat de spieren rond de melkkliertjes zich samentrekken, waardoor de melk uit de klieren naar de tepels stroomt. Dit heet de toeschietreflex. Het voedingscentrum heeft hierover een mooie animatie gemaakt.

Borstvoedingscursus

Door het volgen van een borstvoedingscursus kan je technieken leren om je baby goed aan te leggen en welke houdingen je kunt aannemen tijdens de borstvoeding. Je kunt het best beginnen met een borstvoedingscursus wanneer je 8 maanden zwanger bent. De borstvoedingscursus wordt gegeven onder leiding van een zogenaamde lactatiekundige, een expert op het gebied van borstvoeding.

Aanleggen

De positie van jouw en je kindje is van grote invloed op het uiteindelijk succes van je borstvoeding. Het goed aanleggen van je baby kan een wereld van verschil maken. Een fijne houding voor beiden kan even zoeken zijn, neem dan ook de tijd om een goede houding te vinden.

Vind eerst zelf een prettige houding met ondersteuning voor je rug en arm. Leg je baby met zijn buik tegen jouw buik aan. Wanneer je tepel richting zijn bovenlip of neusje wijst ligt je baby op de juiste hoogte. Streel nu met je tepel over je kindjes lippen, hij zal hierdoor zijn mond wijdt openen. Beweeg hierbij niet je lichaam richting je baby, maar druk hem tegen je aan.

Als hij zijn mondje geopend heeft kun je hem verder tegen je aandrukken. Duw niet zijn hoofdje naar je tepel, maar druk zijn lichaam tegen je aan. Het hoofdje beweegt dan mee en als het goed is neemt je kindje op deze manier een zo groot mogelijk hap borst. Op deze manier blijft ook het neusje vrij om te ademen.

Kolven

Helaas is het intieme ritueel van borstvoeding geven niet altijd mogelijk. Wanneer je niet in de buurt van je baby kunt zijn, maar hem toch moedermelk wilt laten drinken kan je melk afkolven. Een kolfapparaat bootst dan het zuigen van je baby na en vangt de moedermelk op.

Begin ruim op tijd met kolven, net als het voeden van je kindje kost het enige oefening voor je op deze manier voldoende melk kunt produceren. Lees meer over kolven en het bewaren en opwarmen van moedermelk.

Problemen bij borstvoeding

In de eerste maand stopt één op de drie moeders al met het geven van volledige borstvoeding. De belangrijkste redenen om te stoppen hebben te maken met het niet op de juiste manier voeden of onzekerheid hierover. Zo zijn moeders bang niet voldoende melk te produceren of drinkt het kind onvoldoende. Onzekerheden zijn heel normaal, maar als je hiermee zit, vraag dan een deskundige om hulp. Deskundig advies, van je kraamverzorgende of een lactatiekundige, kan meestal je problemen verhelpen.

Hoelang borstvoeding geven?

Het voedingscentrum adviseert om minimaal zes maanden borstvoeding te geven en daarna door te gaan zolang moeder en kind zich daar prettig bij voelen. Na zes maanden is het ook nodig om naast borstvoeding je kind ook vaste voeding te gaan geven.

Op de vragen hoe vaak, hoelang en wanneer je je baby kunt voeden, gaan we in het artikel ‘voedingsschema borstvoeding‘ dieper in.

ADVERTENTIE