baby met KISS-syndroom?

Huilt jouw kindje veel? Ligt zijn hoofdje in een rare houding? Volgens sommige hulpverleners zou hij het 'KISS-syndroom' kunnen hebben: een stoornis van de nekwervels bij baby’s. Over het bestaan van het KISS-syndroom en de behandeling daarvan zijn de meningen sterk verdeeld.

Woord vooraf

Het bestaan van het KISS-syndroom is niet wetenschappelijk aangetoond, veel artsen erkennen het syndroom daarom niet. Bijna alle manueel therapeuten erkennen het bestaan van het KISS-syndroom echter wel en bieden speciale behandelingen voor baby’s aan.

Wat is het KISS-syndroom?

KISS is een afkorting voor Kopgewrichten Invloed bij Stoornissen in de Symmetrie. Baby’s met dit syndroom zouden last hebben van een storing in hun eerste nekwervels.

De gedachte is dat baby’s weinig bewegingsvrijheid in hun nek hebben door een foute stand van deze wervels. Dit kan volgens sommige manueel therapeuten en osteopaten ingrijpende gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het kindje.

Er wordt gezegd dat onbehandelde KISS-baby’s uiteindelijk het KIDD-syndroom kunnen ontwikkelen (Kopgewrichten Invloed bij Dyspraxie en Dysgnosie). Kinderen met het KIDD-syndroom hebben vaak hoofdpijn en/of concentratieproblemen, waarvan wordt gesuggereerd dat de oorsprong in hun onbehandelde KISS-syndroom kan liggen.

Oorzaak

Hoewel er geen wetenschappelijke onderbouwing voor is, gaan zorgverleners die in KISS geloven ervan uit dat de symptomen ontstaan bij de geboorte. Een moeilijke bevalling, keizersnede of bevalling met pomp of tang kunnen zorgen voor beknelling van de nekwervels van de pasgeborene. Hierdoor kan een functiestoornis in het babynekje ontstaan.

Symptomen

Baby’s met KISS-syndroom zouden veel pijn ervaren bij het bewegen. Daardoor zijn het vaak kindjes die veel huilen en ontroostbaar zijn. Ze ontwikkelen zich minder goed en voelen zich minder op hun gemak in hun lijf. Aan KISS worden veel mogelijke symptomen toegeschreven, zoals:

  • Een hoofdje dat scheef en naar één kant gedraaid staat
  • Asymmetrie van de schedel, soms met een kale plek op het achterhoofd
  • Afgeplatte schedel
  • Een overstrekte lighouding
  • Een duidelijke voorkeurshouding
  • Steeds naar dezelfde zij draaien
  • Niet kruipen, maar willen billenschuiven
  • Vroeg gaan staan, al vanaf 7 maanden
  • Onrustig en prikkelbaar zijn
  • Veel en lang huilen
  • Reflux
  • Zwakke slikreflex
  • Problemen met de ontlasting
  • Protest bij aankleden of knuffelen
  • Vertraagde spraakontwikkeling

Als jouw kindje één of meerdere van deze symptomen heeft, hoeft dat niet op het KISS-syndroom te duiden. Het is belangrijk om altijd eerst je huisarts te raadplegen. Er kunnen tal van andere redenen zijn waarom jouw kindje deze aspecifieke symptomen vertoont.

Behandeling

Er zijn manueel therapeuten en osteopaten die voor het KISS-syndroom speciale behandelingen aanbieden. Zij geven aan dat een zo vroeg mogelijke behandeling het beste voor je baby is. Ze gebruiken zachte, mobiliserende technieken, gericht op de bovenste wervels van het nekje.

Vaak zouden drie tot vier behandelingen al resultaat geven. Als dit in een vroeg stadium plaatsvindt, is er volgens hen weinig kans op verdere klachten van KISS voor je kindje. Ouders zeggen dikwijls na de behandelingen een ander kind terug te krijgen. Toch is voorzichtigheid geboden, want er bestaat geen wetenschappelijk bewijs voor dit syndroom en deze behandelingen zijn ook niet voldoende wetenschappelijk onderzocht. Dit betekent dat het risico’s met zich meebrengt en zelfs gevaarlijk kan zijn.

Kritiek op het KISS-syndroom

In de medische wereld zijn er dan ook veel kritische geluiden over het KISS-syndroom. Veel manueel therapeuten erkennen het bestaan van KISS, maar de meeste artsen geloven niet in het bestaan van KISS, of zien het als een ‘modeziekte’. Ook zien artsen een risico in het manipuleren van jonge lijfjes. Ze maken zich zorgen over de mogelijk schadelijke gevolgen van de al dan niet subtiele manipulatie van de wervels bij deze behandelingen.

Zo kan de wervelmanipulatie door een manueel therapeut leiden tot scheefstand van de kwetsbare babywervels. Ook zijn er zuigelingen beschreven waarbij een korte ademstilstand (apneu) is waargenomen tijdens de manuele behandeling. In de meeste gevallen waren deze van korte duur en zonder blijvende schade.

Er zijn echter ook gevallen bekend van ‘KISS-kindjes’ die zijn overleden na behandeling van een craniosacraal therapeut dan wel chiropractisch therapeut. Het is dus heel belangrijk om altijd kritisch te blijven en eerst je huisarts te raadplegen, alvorens je naar een alternatieve therapeut gaat met je kindje.

Systematisch wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van wervelmanipulatie bij jonge kinderen is er nauwelijks. Ook is het volgens artsen zo dat veel van de aan KISS toegeschreven klachten, zoals een voorkeurshouding of het vele huilen, in de meeste gevallen ook zonder hulp zullen verdwijnen. De vraag is dus of behandeling wel echt nodig is. Maar laat deze beslissing het liefst aan je huisarts of kinderarts over.