Moeder met postnatale depressie hangt tegen het bed aan terwijl baby op bed ligt te huilen

Een kindje krijgen is een heftige gebeurtenis. Dat je na je bevalling stemmingswisselingen hebt, is dus niet zo gek. Deze ‘kraamtranen’ zijn normaal en verdwijnen vanzelf. Maar soms is er meer aan de hand. Je kan dan een postnatale depressie hebben. Wat is dit precies en hoe herken je een postnatale depressie?

Thom Heijnen psycholoog 50bij50
Psycholoog

Dit artikel is geschreven in samenwerking met en goedgekeurd door Thom Heijnen, (kinder- en jeugd) psycholoog.

Wat is een postnatale depressie?

Een postnatale depressie is een depressie die ontstaat rondom de bevalling. Je hebt hierbij maandenlang last van een somber, prikkelbaar, angstig en verdrietig gevoel. Het kan je zomaar overkomen. Ook als je je op de komst van je baby had verheugd.

Een postnatale depressie begint meestal niet gelijk na de bevalling, maar pas na enkele weken tot maanden. Het is ook mogelijk dat het pas begint wanneer je weer gaat werken of als je stopt met het geven van borstvoeding. Het komt ook regelmatig voor dat de klachten al voor je bevalling beginnen.

Zo’n tien procent van de vrouwen krijgt te maken met een depressie na de bevalling. Een postnatale depressie wordt ook wel postpartum depressie genoemd.

Verschil ‘baby blues’ en postpartum depressie

Een postnatale depressie is iets anders dan de ‘baby blues’, ook wel ‘kraamtranen’ genoemd. Zo’n 50 tot 80 procent van de moeders heeft na de bevalling last hiervan.

Deze huilbuien en sombere of gespannen gevoelens zijn een normale reactie van je lichaam. Door de vele hormoonschommelingen tijdens en na je zwangerschap raken je emoties even uit evenwicht. Dit duurt maar kort. Het begint tussen de derde en tiende dag na de bevalling en is binnen tien dagen weer over.

Bij een postnatale depressie blijft het sombere gevoel, wordt het erger of komt het later heftiger terug.

Symptomen postnatale depressie

De belangrijkste symptomen van een postnatale depressie zijn een sombere stemming en niet van je baby kunnen genieten. Daarnaast komen vaak de volgende klachten voor:

  • Je somber en verdrietig voelen
  • Huilbuien
  • Geen zin in eten hebben
  • Slapeloosheid of juist alleen maar willen slapen
  • Nergens zin in hebben
  • Je leeg voelen
  • Moeite hebben met concentreren en vergeetachtig zijn
  • Sterke prikkelbaarheid en woede
  • Vermoeidheid
  • Je angstig voelen en je zorgen maken
  • Hechtingsproblemen met je baby
  • Je niet vrolijk kunnen voelen
  • Het gevoel hebben dat je een slechte moeder bent
  • Gedachtes over jezelf of je baby iets aandoen

De symptomen van een postnatale depressie kunnen erg heftig worden. Het kan er daardoor toe leiden dat je niet meer goed kan zorgen voor je baby.

Gevolgen postnatale depressie

Wanneer een postnatale depressie niet wordt behandeld, kan dat schadelijk zijn voor de hechting met je kind. Je kind kan zich ‘onveilig’ aan je hechten. Kinderen met hechtingsproblemen hebben meer kans op gedragsproblemen. Ook kan een achterstand in de taalontwikkeling ontstaan. Een goede behandeling is dus belangrijk voor jou en je kindje.

Wanneer naar de dokter?

Kraamtranen komen bij veel vrouwen voor. Daardoor is de kans groot dat jouw sombere gevoel past bij kraamtranen. Je hoeft niet meteen je huisarts te bellen als je je verdrietig voelt na de komst van je baby. Neem wel contact op in de volgende situaties:

  • Je sombere gevoelens blijven langer dan twee weken.
  • Je klachten worden steeds erger.
  • Je klachten maken het moeilijk om voor je baby te zorgen.
  • Je gevoelens maken het moeilijk om dagelijkse taken uit te voeren.
  • Je krijgt gedachten over jezelf of je baby wat aandoen.

Bij vragen of twijfels kan je ook altijd je dokter of verloskundige bellen.

Oorzaken postnatale depressie

Bij een depressie na de bevalling is niet één duidelijke oorzaak aan te wijzen. Vaak ontstaat het door een combinatie van verschillende factoren. Deze kunnen lichamelijk, sociaal en psychisch zijn. Ook een stressvolle gebeurtenis kan een postnatale depressie veroorzaken. Denk hierbij aan medische problemen tijdens de zwangerschap, een ziekte, het overlijden van een familielid of het verlies van een baan.

De volgende zaken kunnen een rol spelen bij het krijgen van een postnatale depressie.

Lichamelijke factoren

Je kan een erfelijke aanleg hebben voor een postnatale depressie. Komt depressie vaker voor in je familie? Dan is het risico op een depressie na je zwangerschap groter. Ook is de kans groter dat de depressie bij een volgende bevalling terugkomt. Andere lichamelijke factoren die een postpartum depressie kunnen uitlokken zijn:

  • Veranderingen in je hormoonhuishouding (sterke daling van de hormonen oestrogeen en progesteron)
  • Een niet goed werkende schildklier
  • Een verkeerd evenwicht in vitamines en mineralen in je lichaam (vooral een tekort aan vitamine B6, B12, zink en ijzer)
  • Ernstige lichamelijke en geestelijke vermoeidheid

Psychische factoren

Psychische factoren horen een beetje bij lichamelijke factoren. Ook hier kan je een aanleg voor hebben. Sommige kenmerken van je persoonlijkheid kunnen ervoor zorgen dat een postnatale depressie makkelijker ontstaat. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Je verwacht veel van het moederschap.
  • Je stelt hoge eisen aan jezelf.
  • Je kan moeilijk ‘nee’ zeggen.
  • Je hebt moeite met het laten zien van emoties.

Sociale factoren

Bij sociale factoren kan je denken aan relaties, cultuur en je omgeving. Deze staan los van een lichamelijke aanleg. Voorbeelden zijn:

  • Relatieproblemen
  • Weinig steun van mensen uit je omgeving
  • Een slechte relatie met je ouders
  • Ouders, broers of zussen die veel van je eisen
  • Geldproblemen
  • Culturele factoren
  • ‘De perfecte moeder’ willen zijn
  • Het combineren van het moederschap met een baan en het huishouden

Behandeling postnatale depressie

Een postpartum depressie is meestal goed te behandelen met medicijnen en gesprekken. Hoelang de behandeling duurt, verschilt per persoon.

Antidepressiva

Meestal krijg je antidepressiva. Dit zijn medicijnen die bij meer dan de helft van de vrouwen na vier tot zes weken de klachten minder maken. Soms gaan deze medicijnen niet goed samen met het geven van borstvoeding. Gelukkig kan je bij de meeste antidepressiva wel gewoon borstvoeding geven. Je gebruikt deze medicijnen meestal op z’n minst vier tot zes maanden.

Kalmeringsmiddelen

Ook kan je tijdelijk kalmeringsmiddelen krijgen. Deze kunnen slaapproblemen, angstgevoelens, onrust en spanning minder maken. Anders dan antidepressiva werken deze middelen gelijk. Je voelt je hierdoor meteen wat rustiger.

Vitamines en hormonen

De artsen prikken ook bloed en kijken hierbij onder andere naar de vitamines in je lichaam. Als je een tekort aan vitamines hebt, helpt het om gezond en afwisselend te eten.

Laat het bloedonderzoek zien dat je hormonen flink uit evenwicht zijn? Dan kan het gebruik van hormonen na de bevalling helpen. Zo kan je bijvoorbeeld oestrogeen krijgen. Dit vangt de daling in het oestrogeenniveau na de bevalling op.

Gesprekstherapie

Het helpt vaak om te praten over je depressie. Dit kan met een psycholoog, praktijkondersteuner GGZ of via een zelfhulpgroep. Je krijgt hierbij uitleg over wat een depressie is en leert hoe je hiermee om kan gaan. Daarnaast leer je tijdens deze gesprekken om een negatieve manier van denken om te zetten in een positieve manier van denken.

Beloop van postnatale depressie

Met de juiste behandeling verdwijnt een postnatale depressie meestal binnen een paar maanden. Het is belangrijk om niet te vroeg te stoppen met de behandeling. Ook niet wanneer je je beter begint te voelen. Te vroeg stoppen met de behandeling kan namelijk leiden tot een terugval.

Schuldgevoelens

Je schaamt je misschien erg voor je klachten, omdat je denkt dat deze negatieve gevoelens niet bij het moederschap horen. Of je voelt je schuldig omdat je niet blij kan zijn met je baby. Dit is begrijpelijk, maar niet nodig.

Je depressie betekent namelijk niet dat je niet van je kindje houdt. Er is een lichamelijk probleem, waarbij een verstoord evenwicht in je hersenen ontstaat. Sommige stofjes, neurotransmitters, kunnen hun werk niet goed meer doen. Dit zorgt voor de vervelende symptomen, zoals somberheid en prikkelbaarheid.

Je kan hier zelf dus niets aan doen, het overkomt je. Probeer daarom lief voor jezelf te zijn en geef jezelf niet de schuld van wat er gebeurt.

Kraambedpsychose

Soms is de postnatale depressie zo heftig, dat je een postpartum psychose ontwikkelt. Dan krijg je last van waandenkbeelden. Dit zijn gedachtes die niet kloppen met de waarheid. Zo kan je het contact met de echte wereld verliezen. Dit is zeldzaam en begint vaak al in de eerste twee weken na de bevalling. Lees meer over kraambedpsychose >>

Kans op herhaling bij volgende zwangerschap

Ongeveer 60 procent van de vrouwen die een postnatale depressie hebben gehad, krijgt opnieuw klachten bij een volgende zwangerschap. Voldoende rust en gezonde voeding kunnen helpen om dit te voorkomen.

Ook een vroege controle na je bevalling is nuttig. Dit kan ervoor zorgen dat je arts snel de klachten van een depressie herkent. Je kan dan sneller geholpen worden.

Heb je na een eerdere zwangerschap een postnatale depressie gehad? Vertel dit dan altijd aan je verloskundige of gynaecoloog. Zij proberen dan samen met jou een postnatale depressie bij je volgende zwangerschap te voorkomen.

Tips bij een postnatale depressie

Naast de behandeling kan je zelf ook wat doen om je depressie sneller de baas te zijn. De volgende dingen kunnen hierbij helpen:

  • Accepteer je probleem. De eerste stap is accepteren dat er iets met je aan de hand is. Neem je gevoelens en klachten serieus.
  • Sta jezelf fouten toe. Het is oké om fouten te maken als moeder. Het moederschap is nieuw voor je. Wees dus niet te streng voor jezelf.
  • Verdeel de taken. Laat je partner ook voor je baby zorgen. Dan kan jij wat tijd en rust voor jezelf nemen. Goede kraamzorg en gezinshulp kunnen jullie hierbij helpen. Heb je geen partner? Vraag dan iemand anders om hulp.
  • Neem genoeg rustmomenten. Plan bijvoorbeeld niet te veel kraambezoek op een dag en stel grote veranderingen uit.
  • Vraag hulp als het je te veel wordt. Merk je dat het je echt te veel wordt? Vraag dan iemand om even voor je kind te zorgen, zodat je afstand kan nemen en even tijd voor jezelf hebt. Zo voorkom je dat je bijvoorbeeld met je baby schudt uit frustratie.
  • Praat erover. Het kan heel fijn zijn om te praten over wat je voelt en denkt. Dit kan met je partner of iemand anders uit je omgeving. Ook contact met een lotgenotengroep kan prettig zijn. Zij maken hetzelfde mee en weten hoe jij je voelt. Kijk bijvoorbeeld eens op het forum.