twee peuters staan bij de wc om broekplassen te voorkomen

Broekplassen is op jonge leeftijd nog heel normaal. Zindelijk worden is een proces van vallen en opstaan. Je kleine zal, zeker in het begin, nog vaak genoeg een ‘ongelukje’ hebben. Maar als je kleine eenmaal naar school gaat, kan broekplassen toch vervelend zijn. Hoe ga je hier als ouder mee om?

Wat is zindelijkheid?

Je kindje is zindelijk als hij zijn poep en plas kan ophouden. Ook reageert hij op signalen van zijn lichaam door op tijd naar de wc te gaan. Je kan je peuter helpen om zindelijk te worden met zindelijkheidstraining.

Vanaf ongeveer 18 maanden kan je peuter zindelijk worden. Dit is echter maar een graadmeter, het is heel normaal als jouw peuter wat langer de tijd neemt. Een belangrijke voorwaarde voor succesvol zindelijk worden, is dat je kindje zelf gemotiveerd is.

Wat is broekplassen?

Met 5 jaar is ongeveer 80% van de kinderen zowel overdag als ’s nachts zindelijk. Als je kindje op die leeftijd nog regelmatig een natte broek heeft, spreken we van broekplassen. Je peuter kan nerveus worden of zich schamen voor het broekplassen. Ook voor jullie kan het vervelend zijn, want het levert een hoop extra was op en het zorgt voor lastige momenten als een ongelukje buitenshuis gebeurt.

Het is dus voor iedereen fijn als je kindje leert om op de wc te plassen. Als ouder kan je je peuter begeleiden in het zindelijk worden. Door te kijken naar de oorzaken van de natte broeken, kan je de beste methode kiezen om je peuter te helpen.

Oorzaken van broekplassen

Als je kindje nog wat jonger is, hoort een natte broek op zijn tijd erbij. Je peuter is het nog aan het leren. Op wat oudere leeftijd, vanaf ongeveer 4 jaar, kunnen er andere oorzaken meespelen. Tussen 4 en 7 jaar plast ongeveer 7% van de kinderen nog regelmatig in zijn broek. Het is dus niet heel zeldzaam, maar verdient mogelijk wel wat extra aandacht.

  • Je kleine heeft last van stress. Emoties en stress hebben grote invloed op jouw broekplassertje. Na een ingrijpende gebeurtenis, zoals het beginnen op een nieuwe school, is het heel normaal dat je peuter (weer) in zijn broek plast.
  • Het negeren van signalen. Je kindje kan soms zo opgaan in zijn spel, dat hij niet doorheeft dat hij een volle blaas heeft. Ook kan het zijn dat je kleine druktemaker de signalen wel voelt, maar ze negeert omdat hij het spel niet wil onderbreken.

Lichamelijke oorzaken

In uitzonderlijke gevallen kunnen lichamelijke problemen een rol spelen. Als je vermoedt dat jouw kindje hier last van heeft, kan je terecht bij je huisarts. Die kijkt of er inderdaad sprake is van een probleem en kan jullie eventueel doorverwijzen. Voorbeelden van lichamelijke oorzaken zijn:

  • Blaasontsteking. Bij blaasontsteking zijn de urinewegen geïrriteerd. Daardoor kan je kleine minder goed aanvoelen wanneer hij aandrang heeft om te plassen. Ongelukjes komen dan vaker voor.
  • Obstipatie. Bij obstipatie kan je kindje ook minder goed voelen wanneer hij naar de wc moet. Als je peuter hier last van heeft, zal hij waarschijnlijk ook klagen over buikpijn.
  • Overactieve blaas. Heel soms kan de blaas van je kleine te actief zijn. De blaas geeft dan vaker dan normaal het signaal af dat hij vol is. Hierdoor heeft je kindje heel vaak het gevoel dat hij moet plassen. Gaat je peuter heel vaak naar de wc, maar plast hij telkens maar een klein beetje? Dan zou het kunnen dat hij hier last van heeft.
  • Zwakke of verkeerd gebruikte bekkenbodemspieren. Van je zwangerschap heb je waarschijnlijk geleerd hoe belangrijk de bekkenbodemspieren zijn. Ook je kindje kan leren om deze beter te gebruiken. Zo leert hij om zijn plas beter op te houden.

Tips voor het omgaan met broekplassen

Als je nog bezig bent met zindelijkheidstraining, ga daar dan nog even mee door. Bij een jong kindje heb je grote kans dat hij gewoon iets langer nodig heeft. Heb je het gevoel dat je kleine maar blijft broekplassen, ondanks jullie inspanningen bij de zindelijkheidstraining? Dan kan je de volgende tips gebruiken.

  • Las vaste plasmomenten in. Kies vaste momenten uit om naar de wc te gaan. Bij het opstaan, voor het weggaan en na elke maaltijd en na wat drinken zijn bijvoorbeeld handige momenten. Is je kindje al wat ouder? Dan kan je ook een speciaal horloge geven, dat om de twee uur piept of vibreert. Als het alarm gaat, weet je kleine dat het tijd is om naar de wc te gaan.
  • Zorg dat je kind goed uitplast. Gaat jouw kindje ook weleens naar de wc, om twee seconden later alweer vrolijk rond te rennen? Grote kans dat hij niet goed uitplast, zijn blaas is dan niet leeg. De kans op broekplassen is dan groter. Ga mee naar de wc en zorg dat je peuter de tijd neemt. Is hij klaar? Dan moet hij eerst tot tien tellen voor hij van de wc af mag om de handjes te wassen.
  • Maak afspraken. Is je kindje overdag vaak ergens anders, zoals op school, het kinderdagverblijf of bij opa en oma? Spreek dan met hen af dat ze je kleine actieveling regelmatig naar de wc sturen.
  • Beloon je kind. Straffen en boos worden werkt vaak averechts. Je kindje plast niet expres in zijn broek en krijgt stress van boze ouders. Je kan beter een droge broek belonen. Dit kan bijvoorbeeld met een stickerkalender, maar ook een compliment en een knuffel kunnen al veel bereiken.
  • Houd een plasdagboek bij. Vermoed je dat er iets medisch aan de hand is? Houd dan een paar dagen een mictielijst bij. Dit is een dagboek waarbij je precies noteert wanneer je kindje plast en hoeveel (gebruik eventueel een maatbeker). Ook houd je bij hoeveel je kindje drinkt en wanneer hij in zijn broek plast. Dit kan helpen om patronen te zien in het plasgedrag.
  • Maak je niet te veel zorgen. In veruit de meeste gevallen gaat het vanzelf over. Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. Het is geen wedstrijd en je bent nog steeds een goede ouder als jouw kindje wat later zindelijk is.