babys-eerste-woordjes-in-blokken

De eerste woordjes van je baby

Na het gebrabbel en het uitkramen van onwillekeurige klanken volgen dan eindelijk de langverwachte eerste woordjes. Voor veel ouders is dat een magisch moment. Wanneer kan je ze verwachten en hoe gaat dat dan?

Taalbegrip

Vanaf ongeveer 6 maanden begrijpt je baby al een aanzienlijk deel van wat je zegt. Het zelf kunnen zeggen is een tweede. Zijn taalbegrip, ofwel passieve taalontwikkeling, loopt namelijk een stuk voor op zijn actieve taalontwikkeling.

Probeer het maar eens uit. Zet je baby het op een brullen als hij honger heeft en heb je toch echt even tijd nodig om de fles te maken? Leg hem uit dat hij even moet wachten, maar dat je nu de fles voor hem gaat klaarmaken. Na een aantal keer zal je merken dat hij het begrijpt en even rustig kan wachten. Knap, toch?

Codetaal

In de aanloop naar de eerste echte woordjes is je baby al flink aan het oefenen. Hij bootst klanken na die hij hoort. Het zijn nog geen echte woorden, maar het begint er langzaam op te lijken. Met een beetje puzzelen kan je deze gecodeerde taal al aardig interpreteren.

De echte eerste woordjes

Gemiddeld gebeurt dit vocale wonder van je kindje op de leeftijd van 12 maanden tot 18 maanden. Het kan per kind dus erg verschillen. Er zijn ook kinderen die vóór hun eerste verjaardag al met hun eerste woordjes komen.

Na het allereerste woordje (vaak ‘mama’ of ‘papa’) volgen vaak snel meer woordjes, bijvoorbeeld ‘bal’ of ‘au’. Je kleine ontdekt dat hij door middel van zijn woordjes en geluidjes dingen duidelijk kan maken. Hij zit nu in de fase van de eenwoordzin: met één woordje probeert hij iets te vertellen.

Je baby zal daarbij ook intonatie en ritme gaan gebruiken om verschillende dingen gedaan te krijgen. Zo zal ‘Poes?’ (Waar is de poes? Wat doet poes nou?) wat anders betekenen dan ‘Poes!’ (de poes is stout, de poes loopt naar buiten).

De eerste woorden zijn vaak nog onvolledig (‘ape’ is slapen) en je kindje zal in deze periode nog veel brabbelen. Je zult merken dat hij veel gebruik maakt van gebarentaal, zoals wijzen, om iets duidelijk te maken. Hij probeert nu echt te communiceren.

Geluidswoordjes

Veel kindjes beginnen met geluidwoordjes, denk aan ‘boem’ en ‘oh-oh!’. Ook benoemen ze dingen naar het geluid wat ze maken. Een auto is ‘tuut’ en een hond is ‘woef’. Boekjes met plaatjes van dieren en voertuigen, die je heerlijk samen kan nadoen, zorgen voor leerzame pret. Op straat kan je dit natuurlijk ook volop uitproberen.

Minimum Spreeknormen

De Groninger Minimum Spreeknormen is een richtlijn die zorgverleners gebruiken om problemen in de taalvaardigheid op te sporen. Het geeft weer wat een kind op een bepaalde leeftijd minimaal moet kunnen wat betreft taal.

Maak je geen zorgen als je kindje rond zijn eerste verjaardag je nog niet de oren van de kop kletst. Volgens de minimum spreeknormen hoeft hij pas bij 1,5 jaar een aantal woordjes te kunnen zeggen.

Tabel: Groninger Minimum Spreeknormen per leeftijd
LeeftijdMinimum Spreeknorm
0-1 jaarHuilen, lachen, kraaien, spelen met stem. Babbelpatroontjes worden steeds langer en ingewikkelder.
1 jaarVeel en gevarieerd brabbelen.
1,5 jaarNaast ‘mama’ en ‘papa’ nog enkele woordjes.
2 jaarZinnen van 2 woordjes.
3 jaarZinnen van 3 tot 5 woordjes, nog weinig grammaticale structuur.
4 jaarEenvoudige, enkelvoudige zinnetjes, al meer grammaticale structuur. Minstens 75% van wat het kind zegt is verstaanbaar.
5 jaarRedelijk goed gevormde, ook samengestelde zinnen. Meer dan 90% is verstaanbaar.

Voldoet je kindje niet aan de Minimum Spreeknormen? Dan is het verstandig om dit even op het consultatiebureau of bij de schoolarts te bespreken.

Tips in deze periode:

Je bent zelf het belangrijkste instrument om je kindje te stimuleren in zijn taalontwikkeling. Pas de volgende tips maar eens toe en je merkt al gauw dat jullie daadwerkelijk aan het communiceren zijn.

  • Praat rustig, in korte zinnen met eenvoudige woorden.
  • Gebruik veel herhalingen en spreek op een hoge en vriendelijke toon.
  • Laat stiltes vallen; zo geef je je baby de kans om iets terug te zeggen.
  • Laat niet de hele dag de tv of radio aanstaan. Dit geeft veel ruis en maakt het voor je kleine moeilijk om te onderscheiden welke geluiden en signalen betekenisvol zijn.
  • Je doet dit misschien al van nature: benoemen, benoemen, benoemen. Situaties, voorwerpen, dieren, activiteiten. Je kleintje onthoudt een hoop!
  • Voorlezen is belangrijk voor de taalontwikkeling, dus doe dit lekker veel.
  • Liedjes zingen en geluidsspelletjes doen het ook erg goed.
  • Geef je kleine feedback op een positieve manier. Zegt hij bijvoorbeeld ‘woef’ tegen een hond, dan kan jij zeggen ‘Ja, dat is een hondje’.

Wist je dat…?

Elke baby, waar ook ter wereld geboren, maakt dezelfde geluiden. Of ze nu in Spanje, Nigeria of Rusland wonen. Pas wanneer de eerste woordjes komen gaat de taal meer richting de moedertaal.

ADVERTENTIE