baby loensen, scheel kijken

De ontwikkeling van de ogen van je baby gaat in het eerste jaar als een speer. Soms kan een oogafwijking de ontwikkeling van zijn gezichtsvermogen echter flink beperken. Scheel kijken, ook wel loensen of strabisme genoemd, is zo'n oogafwijking. Het is erg vervelend als je kleine scheel kijkt en daardoor dubbel ziet. Gelukkig is het bij op tijd signaleren goed te behandelen.

Hoe werkt het oog?

Elk oog heeft zes spieren, waarvan vier rechte en twee schuine spieren. Ze zitten met één uiteinde vast aan de buitenkant van het oog en met het andere uiteinde aan een ring achter de oogkas. De rechte oogspieren zorgen ervoor dat we naar boven, onderen en opzij kunnen kijken; de schuine oogspieren laten ons schuin naar boven en beneden kijken.

De beelden uit beide ogen worden in de hersenen verenigd tot één beeld, dit wordt ook wel ‘binoculair zien’ genoemd. Dit is volop in ontwikkeling totdat je kindje ongeveer 7 jaar oud is.

illustratie oogspieren in de oogkas
Een illustratie van de oogspieren, vanaf de zijkant van het hoofd

Wat is scheelzien?

Wanneer we ergens naar kijken, draaien beide ogen meestal tegelijk naar het voorwerp toe. De oogstand is recht. Als dat niet gebeurt en de ogen dus niet precies dezelfde kant opkijken, spreken we van scheelzien. Er is dan een afwijkende oogstand. Dit wordt ook wel loensen genoemd. Als je kindje scheel kijkt, ziet hij alles dubbel. Hierdoor kan hij slecht zien, vooral hoogte en diepte zijn slecht waar te nemen.

Scheel kijken of strabisme komt voor bij 2 tot 5 procent van de kinderen tussen de 6 maanden en 6 jaar. Het wordt bij de meeste kinderen na het eerste levensjaar geconstateerd.

Wat veroorzaakt scheelzien?

De oorzaken van scheel kijken zijn niet altijd duidelijk, maar een aantal bekende factoren zijn:

  • De oogspieren. Als één van de zes oogspieren te kort of te lang is, kan deze het oog scheeftrekken. Dit kan scheelzien veroorzaken.
  • Een aandoening van de hersenzenuwen. Aangezien de hersenzenuwen de oogspieren aansturen, kan een aandoening hieraan loensen veroorzaken. Dit komt gelukkig weinig voor.
  • Een erfelijke aanleg. Als scheel kijken in de familie voorkomt, is de kans groter dat je baby er ook last van krijgt.
  • Onscherp zien. Problemen met gezichtsscherpte kunnen loensen veroorzaken, vooral wanneer er een verschil in sterkte tussen beide ogen zit.

Overige factoren die de kans op loensen kunnen verhogen zijn roken of drugsgebruik tijdens de zwangerschap en vroeggeboorte.

Hoe weet ik of mijn baby scheel kijkt?

Tot ongeveer 3 maanden is af en toe scheel kijken nog onschuldig, de ogen van je kleine zijn dan nog druk bezig om te leren samenwerken. Sommige kindjes kijken ook scheel als ze moe zijn. Als je merkt dat je baby constant scheel kijkt, is er waarschijnlijk meer aan de hand.

Soms kan het lijken alsof je baby scheel kijkt, bijvoorbeeld als de vouw van zijn ooglid of zijn neusbrug groter is dan gemiddeld. Bij het consultatiebureau controleert de arts een aantal keer de ogen van je kleine. Daar kunnen zij een simpele test uitvoeren om te kijken of je baby scheelt kijkt of dat het alleen maar zo lijkt.

Scheelzien hoeft niet per se te betekenen dat je kindje met beide ogen naar binnen kijkt. Er zijn namelijk verschillende vormen van strabisme, zoals hieronder te zien is.

Soorten strabisme, scheelzien, loensen NL-naast elkaar1

Behandeling scheel kijken

Als scheelzien wat later ontdekt wordt, kan er een lui oog ontstaan zijn. Dit komt doordat de hersenen het dubbel zien willen tegengaan en één oog ‘uitzetten’. Als je kindje strabisme en een lui oog heeft, wordt vaak eerst het luie oog behandeld. Dit gebeurt doorgaans door het goede oog af te plakken.

Het scheel kijken zelf wordt vaak behandeld door het dragen van een bril of door verschillende oefeningen uit te voeren. Soms is een oogspieroperatie, ook wel strabismuscorrectie genoemd, nodig om het scheelzien te behandelen.

De duur van de behandeling is afhankelijk van de oorzaak van het scheel kijken en welke vorm je kindje heeft. Hoe jonger je kindje is en hoe eerder er met een behandeling gestart wordt, hoe groter de kans is dat het verdwijnt.

Twijfel je of je kindje scheel kijkt? Vraag dan altijd het consultatiebureau om advies. De arts verwijst jullie indien nodig door naar een oogarts of orthoptist.