Koppige peuter zegt nee en kijkt minachtend

Nee, nee, nee. Was je kleintje eerst zo gezellig aan het kletsen, nu lijkt het wel alsof hij nog maar aan één woord genoeg heeft. ‘Nee’ is van veel peuters het favoriete antwoord op alles. Over het hoe en waarom van dit kleine woordje, dat jou inmiddels waarschijnlijk behoorlijk op de zenuwen werkt.

Wanneer begint je kindje met nee zeggen?

De meeste peuters ontdekken het woordje ‘nee’ rond hun tweede verjaardag. Maar je hoeft er niet raar van op te kijken als je kleine bijdehandje al ‘nee’ zegt als hij anderhalf is – eerder of later kan dus ook. De meeste ouders schrikken ervan, omdat hun peuter er van de een op de andere dag mee begint en er voorlopig niet mee stopt.

De nee-fase kan twee maanden, maar ook de hele peuterpuberteit duren. Net zo snel als je kindje ermee begon, kan hij er ook weer mee ophouden. Dan antwoordt hij ineens ‘weet niet’ op je vraag in plaats van ‘nee’. Op dat moment weet je dat er weer een nieuwe fase is aangebroken.

Waarom zegt je peuter ‘nee’?

Er zijn verschillende redenen waarom je peuter zo dol is op nee zeggen. Hij heeft een leuk nieuw woordje geleerd dat ook nog eens grappig klinkt. Eens kijken hoe mama reageert als ik het nog een keer zeg! Het is ook mogelijk dat hij jou en je partner imiteert. Waarschijnlijk hoort hij regelmatig ‘nee’ als hij iets doet wat niet mag. Dan vindt hij het vast een goed idee om het ook eens terug te zeggen.

Het ‘nee zeggen’ kan zo tamelijk onschuldig beginnen. Maar hoe vaker je peuter het zegt, hoe beter hij doorkrijgt wat het betekent. En belangrijker: hoe meer hij snapt wat het teweeg kan brengen.

Door ‘nee’ te zeggen, kan je peuter invloed uitoefenen op wat er om hem heen gebeurt. Het helpt hem om zijn eigen willetje helder te krijgen en aan zijn papa en mama duidelijk te maken wat hij wel en (vooral!) niet wil.

De peuterpuberteit

De nee-fase is onderdeel van de peuterpuberteit. Hiermee bedoelen we de periode tussen 1 en 4 jaar waarin peuters dwars en koppig gedrag vertonen, zich gaan afzetten en de strijd aangaan met hun ouders. Je kleine dwarsligger kan in deze fase ook driftbuien krijgen, al verschilt de intensiteit van de peuterpuberteit per kind.

Het is niet erg als je kindje zich dwars of koppig gedraagt. Het laat zelfs zien dat hij zich veilig voelt bij jou. Hij voelt genoeg vertrouwen dat zijn ouders, ondanks zijn gedrag, van hem blijven houden.

Als je kindje de peuterpuberteit niet doormaakt, kan dat op latere leeftijd gevolgen hebben. Hij kan dan bijvoorbeeld slecht zijn grenzen aangeven, bazig gedrag laten zien of moeite hebben om rekening te houden met anderen.

Waarom ‘nee’ zeggen ook goed is

Hoewel het misschien niet zo gezellig klinkt als je peuter ‘nee’ zegt op alles wat jij voorstelt, is het wel een goed teken dat hij dat doet. Door ‘nee’ te zeggen leert je minipuber zijn eigen grenzen aangeven.

Hij begint zich bewust te worden van zijn eigen identiteit en snapt dat hij een eigen ik heeft die niet verbonden is met papa en mama. Je peuter leert voor zichzelf op te komen en een eigen mening te vormen. ‘Nee zeggen’ is dus een belangrijk onderdeel van zijn ontwikkeling.
Volg de ontwikkelingen van je kind via de peuterkalender >>

Tips bij je nee zeggende peuter

Hoewel ‘nee zeggen’ erbij hoort, kan het vermoeiend zijn als je koppige driftkikkertje constant tegen jou in gaat. Met deze tips houd je het ‘nee zeggen’ in de hand:

  • Stel geen vragen waarop je peuter ja of nee kan antwoorden, maar bied keuzes aan.
    Wil je een appel of een peer? in plaats van Zullen we fruit gaan eten?
    Wil je je rode of je blauwe schoenen aan?
    in plaats van Doe je je schoenen even aan?
    Wil je in de tuin spelen of binnen?
    in plaats van Zullen we buiten spelen?
    Geef nooit meer dan twee keuzes, dan wordt het te ingewikkeld voor je kleine.
  • Stel duidelijke grenzen en wees consequent. Sommige peuters zeggen nee omdat ze niet goed weten wat wel en niet mag. Als de regels in huis onduidelijk zijn of als er onenigheid tussen de ouders bestaat over de opvoeding, kunnen peuters grenzen gaan aftasten om te weten waar ze aan toe zijn.
  • Let op je woorden. Ga eens na: hoe vaak zeg je zelf ‘nee’? Je peuter praat jou misschien gewoon na. Als jij de hele dag ‘nee’ zegt, waarom zou hij dat dan niet mogen? Probeer in plaats van ‘nee’ vervangende zinnetjes te gebruiken. Zoals:
    Spelen op de trap is gevaarlijk. Kom maar hier spelen.
    We trekken niet aan poes zijn staart.
    Geef dat glas maar aan mama, dan zet ik het gauw weg.
  • Laat zien dat er naast ‘nee’ ook andere antwoorden mogelijk zijn. Je kindje kent maar een beperkt aantal woordjes, waarvan ‘nee’ een favoriet is. Het kan helpen zijn woordenschat uit te breiden met een spelletje. Stel bijvoorbeeld deze vragen:
    Wat is het tegenovergestelde van ‘nee’? (Ja)
    Wat zit er tussen ‘ja’ en ‘nee’? (Misschien, ik weet niet, zou kunnen)
    Wat zou een aardiger antwoord kunnen zijn dan ‘nee’?
    (Nee, dank je)
  • Pick your battles. Een beetje koppigheid is niet erg, je kind leert dat hij een eigen mening heeft en die mag hebben. Natuurlijk moet hij wel leren dat hij niet altijd zijn zin kan krijgen, maar door af en toe wat onbelangrijke dingen toe te geven, krijgt hij het gevoel dat zijn mening er toe doet.
  • Onthoud: mama beslist. Het is goed om je kindje keuzes aan te bieden, want zo heeft hij het gevoel dat hij over belangrijke dingen mee mag beslissen. Maar je hoeft hem niet altijd overal bij te betrekken. Soms is er simpelweg geen keuze, dan moet je peuter bijvoorbeeld gewoon op de stoep lopen. Als hij vervolgens protesteert, mag je best zeggen: ‘Het is nu eenmaal zo!’