baby zit veilig in autostoeltje

Het kopen van een geschikt autostoeltje is de eerste stap in het veilig vervoeren van je kleine. Maar het is net zo belangrijk om de autostoel ook veilig te gebruiken. Hoe pak je dit het beste aan? En waar moet je op letten als je je kindje in zijn stoel zet? Met deze 12 tips ga je altijd veilig op pad.

1. Oefen voor de bevalling

Oefen een paar keer met het vastmaken van het autostoeltje voordat je het echt gaat gebruiken. Dit is vooral handig voor gelijk na de bevalling (als je in het ziekenhuis bent bevallen). Zo voorkom je dat je voor de ingang van het ziekenhuis met het autostoeltje staat te stoeien.

Maak jij de leukste foto van je baby? Doe mee en maak kans op mooie prijzen!

In samenwerking met Easywalker

Tijdens de Easywalker verkiezing voor leukste babyfoto 2022 maak jij kans op een Jackey buggy van Easywalker t.w.v. €350,-. Meedoen? Meld je dan aan en stuur een mooie foto van je baby in.

Doe nu mee

2. Zet de autostoel op de juiste manier vast

Hoe veilig de autostoel is, wordt niet alleen bepaald door de stoel zelf. Het ligt ook voor een groot deel aan hoe je de stoel in de auto vastzet en hoe je kindje erin zit. Lees daarom altijd de gebruiksaanwijzing goed door voordat je de stoel gebruikt. ISOFIX-stoelen hebben een handig hulpmiddel: er gaan (groene) lampjes aan wanneer de stoel goed vastzit

3. Trek je kindje geen (winter)jas aan in de auto

Doe je kindje geen jas aan in de auto. Zo ontstaat er namelijk ruimte tussen zijn lichaam en de gordels, waardoor de gordels geen goede bescherming bieden bij een ongeluk. Er wordt geadviseerd om maximaal één centimeter (ongeveer een vinger) ruimte tussen het lijfje van je kleine en de gordels te laten. Zo weet je zeker dat de gordels strak genoeg zitten. Denk je dat het toch te koud is in de auto? Leg dan, bovenop de riem, een dekentje over je kleine heen.

4. Let op de temperatuur in de auto

Houd er rekening mee dat je kindje het in de auto warmer of kouder kan hebben dan jij. Dit komt bijvoorbeeld doordat de ventilatoren op jou gericht staan, maar niet naar achteren blazen. Pas hier de climate control in je auto op aan. Let er daarnaast op dat je kleine niet in de zon zit. Dit voorkom je door goede zonneschermen op te hangen aan het raam.

5. Maak de autorit niet te lang

Het wordt afgeraden om je kindje langer dan twee uur per dag te laten zitten. Dit is om te voorkomen dat hij te lang geen bewegingsvrijheid heeft. Maak jullie autorit daarom niet te lang. Ga je verder van huis? Stop dan regelmatig tussendoor. Om de twee uur een beweegpauze is een goede richtlijn.

6. Let op ‘positieverstikking’

Let op de houding van je kindje als hij in zijn autostoel zit. Zorg er bijvoorbeeld voor dat hij zijn gezicht vrij kan bewegen, dat hij niet te veel in elkaar zit en dat zijn kin niet op zijn borst drukt. Door deze onnatuurlijke houding krijgen de longen en ademhalingsspieren te weinig ruimte en kan je kindje stikken. Laat hem daarom niet te lang in de autostoel zitten en controleer regelmatig of hij in een goede houding zit.

7. Plan de autorit tijdens een slaapje

Is je baby niet zo’n fan van autoritten en zet hij het gelijk op een huilen zodra je de motor aanzet? Plan dan, als het mogelijk is, jullie autorit tijdens zijn slaapje. Een andere oplossing voor jonge kinderen is om je kleine reiziger zijn speentje te geven zodra jullie gaan rijden. Zo voelt hij zich meer op zijn gemak.

8. Neem speelgoed mee

Is je kindje al wat ouder en heeft hij afleiding nodig tijdens het stilzitten? Neem dan wat speelgoed voor hem mee, zing liedjes, zet een luisterverhaaltje op of benoem alles wat jullie buiten tegenkomen.

9. Controleer de gordels

Controleer of je kindje de sluiting van de gordels niet zelfstandig los kan krijgen. Dit is vooral belangrijk vanaf het moment dat je kleine met zijngrijpgrage handjes de wereld om zich heen begint te verkennen.

10. Raak niet afgeleid tijdens het rijden

Let op dat je niet afgeleid raakt tijdens het autorijden. Het is namelijk heel verleidelijk om vaak naar achteren te kijken om met je kindje te kletsen of om te kijken hoe het met hem gaat. Je kan wel een speciale spiegel op de achterbank vastmaken. Zo kan je af en toe een vlugge blik op je kindje werpen om te zien of het goed met hem gaat.

11. Plaats de autostoel rechts achterin de auto

Als je kleine op de achterbank zit, kan je je afvragen wat een betere plek is: links of rechts? In het midden achterin is de veiligste plek, omdat je kindje bij een botsing dan het verst verwijderd is van de klap. Dit is alleen niet altijd mogelijk, omdat in het midden vaak te weinig plek is voor een autostoeltje.

Het beste alternatief is achter de bijrijdersstoel, dus rechts in de auto. Auto’s worden namelijk het vaakst aan de linkerkant geraakt bij een botsing. Dit gebeurt namelijk als iemand anders geen voorrang verleent. Ook kan je aan deze kant je kindje makkelijker én veiliger uit de auto halen als je in de rijrichting naast de stoep parkeert.

12. Activeer het kinderslot

Vergeet het kinderslot niet te activeren voordat je wegrijdt. Bij sommige auto’s doe je dit eenvoudig met een knopje, bij andere auto’s moet je een schuifje aan de binnenkant van de deur naar beneden duwen. Controleer altijd nadat je auto bij de garage is geweest of het kinderslot nog steeds geactiveerd is.