Het kindje van Jeffrey en Shanna werd 7 weken te vroeg geboren

Tijdens de zwangerschap dachten Jeffrey en Shanna vooral aan later. Aan de bevalling, de kraamweek, de slapeloze nachten en zelfs al aan de eerste wandeling met de kinderwagen. "Je bereidt je voor op een voldragen baby, niet op een kindje dat besluit zich bijna zeven weken eerder aan te melden..." Dit is hun verhaal.
Waarschuwing
De inhoud van dit ervaringsverhaal is heftig en ontroerend. Wees hierop voorbereid voordat je verder leest.
Van roze wolk naar ziekenhuismodus
Tijdens de zwangerschap dachten wij vooral aan later. Aan de bevalling, de kraamweek, slapeloze nachten en zelfs al de eerste wandeling met de kinderwagen. Je bereidt je voor op een voldragen baby, niet op een kindje dat besluit zich bijna zeven weken eerder aan te melden.
Onze zoon werd geboren met 33+4 weken. Van het ene op het andere moment zaten we niet meer in de wereld van geboortekaartjes, zwangerschapsfoto’s en een gepland buikbeeldje, maar in die van monitoren, saturaties en sondevoeding.
De zwangerschap verliep eigenlijk ontzettend goed. Geen complicaties, geen signalen dat er iets mis zou gaan. Achteraf zijn we ook enorm blij dat we vanaf het begin praktisch veel geregeld hadden. Wat toen overdreven enthousiast voelde, bleek achteraf één van de beste keuzes die we hadden kunnen maken toen alles ineens in een stroomversnelling terechtkwam.
De bevalling was fysiek én mentaal zwaar. Omdat Shanna’s lichaam eigenlijk nog niet klaar was om te bevallen, voelde alles alsof het te vroeg kwam, voor zowel moeder als kind. Ook voor mij als partner was het heftig. Terwijl alles ineens snel gaat, probeer je tegelijkertijd rustig te blijven, mee te denken en er te zijn voor zowel je vrouw als je kind. Pas achteraf merkten we hoeveel impact die uren eigenlijk hadden gehad.
“Een keer werd hij blauw tijdens het vasthouden omdat hij vergat adem te halen. Een andere keer verslikte hij zich in zijn eigen spuug en moesten we direct handelen. Dat zijn momenten waarop je niet nadenkt, maar gewoon reageert. Pas daarna komt de schrik.”
Leven tussen monitoren, voedingen en onzekerheid
De eerste weken stonden volledig in het teken van stabiliseren. Ademhaling, temperatuur, voeding, bloedwaardes, geelzucht en bloedprikken bepaalden ineens ons dagelijks leven. Prematuurgeluidjes bleken een wereld op zich: kreuntjes, piepjes en onregelmatige ademhaling waarbij zorgverleners rustig zeiden dat het erbij hoorde, terwijl je als ouder bij iedere ademstop rechtop in bed zit.
Drinken lukte in het begin nauwelijks omdat het zuigreflex nog niet goed ontwikkeld was. Een prematuur kindje moet vaak nog leren hoe zuigen, slikken en ademhalen tegelijk werkt. Daardoor bleek ook borstvoeding veel ingewikkelder dan verwacht. Pas na ongeveer tweeënhalve week dronk hij voor het eerst zelfstandig een klein flesje leeg. Voor veel mensen misschien iets kleins, maar voor ons voelde dat als een gigantische overwinning.
Tegelijkertijd bleef alles wisselen. De ene dag leek hij enorme stappen te maken, de andere dag was hij na een voeding compleet uitgeput. Een keer werd hij blauw tijdens het vasthouden omdat hij vergat adem te halen. Een andere keer verslikte hij zich in zijn eigen spuug en moesten we direct handelen. Dat zijn momenten waarop je niet nadenkt, maar gewoon reageert. Pas daarna komt de schrik.
Ook thuis bleef de zorg doorgaan. We gingen naar huis met sondevoeding, vaste voedingsschema’s en ziekenhuisinstructies. Iedere drie uur begon hetzelfde ritueel opnieuw: verschonen, temperaturen, fles oefenen, sondevoeding geven, boeren, troosten, observeren en proberen te slapen.
Wat ons misschien nog wel het meest verraste, was hoeveel impact een vroeggeboorte mentaal heeft. Je verwacht ergens die bekende roze wolk, maar wij zaten vooral in een voortdurende ziekenhuismodus van zorgen, observeren en alert blijven. Daarbij kwamen schuldgevoelens kijken. Doen we wel genoeg? Waarom voelt dit soms meer als medische zorg dan als gewoon ouderschap?
Langzaam van overleven naar echt samen leven
Daarnaast neem je ongemerkt afscheid van een periode die je eigenlijk nooit hebt gehad. Geen rustige laatste zwangerschapsweken, geen ontspannen zwangerschapsverlof en geen zwangerschapsshoot die nog gepland stond. Gelukkig werd het buikbeeldje uiteindelijk nog nét op tijd tussen de weeën door in het ziekenhuis gemaakt — iets waar we achteraf ontzettend dankbaar voor zijn.
Ook bleef de vraag door ons hoofd spoken waarom onze zoon te vroeg kwam. Onderzoeken werden gedaan, mogelijke oorzaken bekeken, maar uiteindelijk leek het vooral neer te komen op pure pech. Toch blijf je ergens zoeken naar antwoorden.
Wat ons enorm geholpen heeft, was de erkenning vanuit verpleegkundigen, artsen, lactatiekundigen en andere specialisten. Zij benadrukten meerdere keren dat een prematuur kindje écht meer vraagt van ouders — fysiek én mentaal. Dat hielp, omdat we daardoor beseften dat we niet faalden, maar simpelweg midden in een uitzonderlijk intense periode zaten.
Langzaam kwamen er steeds meer lichtpuntjes. Hij begon beter te drinken, kwam goed aan in gewicht en de typische premature geluidjes verdwenen steeds meer naar de achtergrond. En ineens merkten we dat hij niet meer alleen ‘prematuur’ was, maar langzaam gewoon een baby begon te worden.
Prematuriteit heeft ons geleerd dat ouderschap niet altijd begint met een roze wolk. Soms begint het met monitoren, ziekenhuisgangen en onzekerheid. Maar het heeft ons ook geleerd hoe ongelooflijk sterk een klein lijfje kan zijn.
En misschien nog wel het meest: dat liefde soms niet zit in genieten, maar simpelweg in blijven opstaan. Voeding na voeding. Nacht na nacht. Stap voor stap. Totdat je op een dag ineens beseft dat je niet meer alleen aan het overleven bent, maar langzaam een gezin aan het worden bent.
En boven alles zijn we vooral ontzettend trots. Trots op hoe hard hij vecht, hoe sterk hij zich ontwikkelt en hoe we ondanks alles samen langzaam onze weg vinden. Met heel veel liefde voor onze zoon.
Auteur Eline de Wit













