Blog
Waterprik bij bevalling

Gynaecologen en anesthesiologen verzetten zich tegen de invoering van de waterprik, aldus NRC Handelsblad. Er zou onvoldoende bewijs zijn dat de prik pijn bij de bevalling effectief tegengaat. Gisteren organiseerde de Nederlandse Organisatie voor Verloskundigen juist een bijeenkomst om de voordelen van de waterprik toe te lichten.

De waterprik

Bij een waterprik krijgt de vrouw een injectie met steriel water in haar onderrug. Binnen tien minuten wordt dan de pijn verlicht. De prik kent geen bijwerkingen en kan thuis door de verloskundige toegediend worden.

In Zweden wordt al lange tijd door zo’n 10 procent van de barende vrouwen gebruik gemaakt van de waterprik. Ook in Canada is deze beschikbaar. Als alles volgens planning verloopt is het vanaf 1 juli mogelijk om ook in Nederland gebruik te maken van de waterprik. Daarnaast zouden verloskundigen vanaf die datum ook lachgas als pijnstiller mogen toedienen.

Kritiek

De kritiek van de Nederlandse Vereniging voor Ostetrie en Gynaecologie richt zich op het gebrek aan bewijs voor de toepassing van de waterprik. “Het is te vroeg om waterinjecties als standaardbehandeling in te voeren (…) Ook is niet aangetoond dat er met waterinjecties minder andere pijnbestrijding nodig is, minder keizersneden nodig zijn of dat dit voor de baby beter is.”

Medicamenteuze ruggenprik

De medicamenteuze ruggenprik wordt sinds 4 jaar standaard aangeboden aan alle vrouwen die in het ziekenhuis bevallen. Deze ruggenprik zorgt voor een totale verdoving van het onderlichaam en kan alleen in het ziekenhuis door een anesthesioloog toegediend worden. De populariteit van de medicamenteuze ruggenprik neemt toe. De afgelopen jaren is het gebruik ervan gestegen van 7% tot een 25% van alle vrouwen.

Pijnbestrijding met waterprik en lachgas

In Nederland bevalt zo’n 25% van de vrouwen thuis. Hierbij kan geen gebruik van de medicamenteuze ruggenprik worden gemaakt. Verloskundigen toestaan om door middel van de waterprik of lachgas pijn te verlichten, zou thuisbevallingen weer populairder kunnen maken.