Blog
Man en vrouw knuffelen elkaar op de achtergrond en zwangerschapskalender op voorgrond

Belangrijk nieuws eerst: ik ben zwanger!!!! De planmatige ovulatietesten en andere obsessies werken blijkbaar voor mij. Twee halve cyclusmaanden was ik niet Eva, maar deze kant van mezelf moest ik blijkbaar leren kennen. Na mijn eisprong liet ik het weer los. Je kan een baby niet gecontroleerd in je baarmoeder denken, maar je kan wel de ideale omstandigheden creëeren. Daarvoor volgde ik een korte studie zwanger-worden voor gevorderden.

Wow, er groeit een leven in mij! En hoe! Want als ik terugkijk, merkte ik vrijwel direct na mijn eisprong al verandering in mijn lichaam. Dezelfde huiduitslag in mijn lies was er ook toen ik heel even zwanger bleek en ik heb weer krampen. Maar je lichaam kan je heel erg in het ootje nemen. Dus ik wachtte af, zocht afleiding en legde mezelf een Google-verbod op. Los van de wijntjes die ik liet staan, merkte niemand iets aan mij. Behalve ik.

Ik test niet

Terwijl ik met mijn nieuwe online vriendinnen klets over hoelang de weken na je eisprong duren, voel ik me misselijk en heb ik kramp op plekken waar ik niet wist dat darmen zaten. Ik mag niet testen en ik vul een kruik. Ik zit op 9 dagen na mijn ovulatie, dat is erg vroeg en het is avond. Dus ik mag niet testen. ‘Maar als ik al zo misselijk ben, moeten die hormonen toch al in mijn lichaam zitten?’, klinkt een stemmetje. Ik test niet.

Ik test

Ik moet plassen. Ik beredeneer logischerwijs dat ik voor werk een griep moet uitsluiten en daarom wel moet testen. Ik test. Na 2 minuten fluister ik zachtjes tegen mezelf: ‘Doe normaal’. Hij staat er echt, een tweede streepje en niet eens heel licht. Ik post mijn test online en ik ben niet gek, de streep wordt bevestigd. Nu ben ik blij. Nu ben ik bang. Nu ben ik zenuwachtig. Als ik maar niet weer ongesteld word.

Papa

Het rompertje met ‘I hartje papa’ dat ik ooit bewaarde voor deze situatie pak ik uit de kast. Ik app met trillende vingers of vriendlief het druk heeft op zijn werk om te pijlen hoe laat hij thuiskomt. Hij kijkt twee uur later raar naar het tijdschrift-kadopapier dat ik zeer onvoorbereid heb gebruikt om het rompertje in te pakken.

Terwijl hij het uitpakt, zie ik verwarring van exact één seconde op zijn gezicht, die al snel plaats maakt voor grote, verbaasde ogen. ‘Ben je zwanger?’ en ik geef hem knikkend de test. Ik huil en hij knuffelt ons. ‘Het is nog heel vroeg hoor’, begin ik. ‘Sssht’, zegt hij, ‘dit is heel leuk.’