Blog
Oma met baby op omadag

De garagedeur stond nog open toen wij zijn vader uitzwaaiden. Ik was te laat, want Sem had zijn duwfiets zien staan en zat erop voor ik er erg in had. Wat ik ook zei, hij was er met geen mogelijkheid van af te praten. Het was net 5 minuten over 8, schemerig en het regende. Zonder jas zat hij in de garage een vreselijke stampij te maken want oma Anna moest hem duwen.

Uiteraard geen sprake van op dat tijdstip en toevallig was ik nog net wat sterker dan mijn kleinzoon, maar de toon was gezet. Bij binnenkomst smeet hij zichzelf op de grond en gilde ongeveer 2 minuten om zijn fiets. Een boterham met smeerkaas en zijn lievelingsboek deden wonderen en als vanouds hadden wij het weer gezellig.

Sem zelf doen

Toch was er wat veranderd bij Sem. Het woordje ‘nee’ gebruikte hij om de vijf minuten. Zullen we jas aantrekken? ‘Nee’. Zullen we op de bank zitten? ‘Nee’. En dat ‘nee’ kwam op elke, voor hem onnozele vraag, bedacht ik me. Als ik hem voorstelde druiven of een peer te halen, was het wel een ja en struikelde hij bijna over zijn eigen voeten als hij naar de keuken rende.

Een welkome afwisseling op zijn nee was het ‘Sem zelf doen’. Zelf alles openmaken of met zijn rechterhand zijn linkervoet pakken en proberen zelf zijn schoen aan te trekken. Op mijn ‘zal oma je helpen’ kwam steevast een duidelijke ‘nee’ en vervolgens ‘Sem zelf doen’.

Gillend om zijn winkelkar

Als ‘goedmakertje’ zijn we even later naar de winkel gelopen, niet met de buggy maar met zijn duwfiets. Als Sem op zijn fiets zit, blijft hij daarop zitten wat er ook gebeurt. Tot nu toe tenminste, want een kinderwinkelkarretje trok toch zijn aandacht. Geweldig vond hij het, maar van deze inleveren en weer op zijn fiets stappen was na het winkelen geen sprake meer. Scene twee van die dag, want het was niet alleen gillen om zijn winkelkar maar hij wou ook niet meer op zijn fiets zitten. Lachende mensen bij de kassa en een Sem die zich ook nu weer, op de grond gooide.

Het is niet ver lopen naar mijn huis, maar met een Sem die niet meer op zijn fiets wilde zitten en onderweg geregeld op straat ging liggen gillend om zijn winkelkar, maakte er een barre tocht van. Gelukkig bracht een imposante takelwagen onderweg uitkomst. Om deze beter te zien kon Sem opeens weer rennen. Van zeer aardige mannen mocht hij zelfs in de grote takelwagen zitten. Het was precies half tien, ik kreeg een stralende lach van Sem en Ik wist ondertussen weer wat deze fase betekende. Heel veel geduld hebben en dat geldt ook voor oma’s!