Blog
woedende-schreeuwende-peuter

Mijn man komt uit Zimbabwe. Onze culturele verschillen waren altijd voorspelbaar geweest. Hij is niet zo van de klok, ik ben heel erg van de agenda. Ik ben van 'het moet nu', hij is van 'het kan ook morgen'. Heel cliché en daardoor - zo ongeveer - behapbaar.

Maar als je een kind krijgt, ploppen er ineens een boel dingen op waarvan je niet eens wist dat je die dingen deed of vond. Dingen die je van je ouders hebt meegekregen en die je klakkeloos herhaalt, of dingen die je altijd om je heen hebt gezien en instinctief overneemt. Die dingen zijn voor een groot gedeelte cultureel bepaald.

Een van de grootste issues vond ik zijn te pas en te onpas roepen van ‘nyarara’. En dat betekent simpelweg ‘mond dicht’. Ik stond te klapperen met m’n oren als hij (naar mijn mening) gecompliceerde situaties met ons kind afdeed met een laag bassend ‘nyarara’.

Waar ik met een of ander pedagogisch gegoogeld iets aan de slag ga, volstaat bij hem dat ene woord. Ik heb daar best veel ruzie over gemaakt. Ik vind het te kort door de bocht. Ik vind dat een kind moet begrijpen waarom je als ouder soms ‘nee’ zegt.

Weinig woorden versus veel woorden. Dat kenmerkt ons grootste verschil. De stille, volgzame Zimbabwaanse kinderen vormen een schril contrast met de mondige Amsterdammertjes die ik gewend ben. Het is een verschil tussen een land gericht op het collectief en een land gericht op het individu. En hoewel de verschillen tussen onze twee culturen te gecompliceerd zijn om in een blogje te vangen, vind ik dat ergens in het midden de waarheid ligt. Ergens tussen ‘mond dicht’ en ‘recht voor z’n raap’. Ergens tussen ‘altijd wij’ en ‘altijd ik’. Ergens in het midden hoop ik in elk geval onze kinderen te vinden.

Ik ben gestopt met ruzie maken over ‘nyarara’. Omdat ik erachter kwam dat kinderen best begrijpen dat ouders anders zijn en anders reageren. Papa doet zus, mama doet zo. En dat is oké. Wat ook hielp was het moment dat ik een bakfietsmoeder op straat zag met een flippende threenager.

Ze zei: “Mees, als mama praat met de buurvrouw, en je gaat dan zo schreeuwen, dan verstaat mama het niet meer. Want je schreeuwt heel hard. Weet je nog dat we het gisteren over emoties hebben gehad? Jij wil nu weg, en ik niet, en dat maakt je boos, en dat begrijp ik. Maar dat harde schreeuwen, dat vindt mama niet fijn. En de buurvrouw ook niet. Dus daarom wil ik je vragen niet te schreeuwen. Mees? Heb je mama gehoord? Meesje? Kunnen we even rustig praten met elkaar?”

Kijk, ik kan ook niks met mijn flippende threenager. Er is niks aan flippende threenagers te doen, behalve dat ze vier moeten worden. Maar Meesje stortte zich krijsend ter aarde. En zijn moeder begon vol goede opvoedkundige moed een tweede monoloog. En ik dacht bij mezelf maar één enkel ding: ‘Nyarara Mees!’

Ik ben Joyce, 35, getrouwd met een Zimbabwaan, en net verhuisd van Amsterdam naar Zeeland (waar ik ooit geboren ben). We hebben een dochter van net 3 jaar en een zoontje van bijna 2 maanden. Ik ben theaterdocent van beroep, maar sinds de geboorte van mijn 2e nog even thuis.