Blog
De mindere kanten van zwangerschap

De zwangerschap van Noah was een makkie. Althans, zo herinner ik het me. Ik heb niet gespuugd, kon alles eten, had geen grote lichamelijke klachten, niks te klagen dus.

En vergeleken met wat vrouwen om me heen hebben meegemaakt, van bekkenklachten tot ziekenhuisopnames, heb ik ook echt niks te klagen gehad. Als ik deze zwangerschap weer het geluk zou mogen hebben dat dit soort narigheid me bespaard blijft, zou ik er direct voor tekenen.

Een onbedwingbare trek en zwangerschapsmisselijk

Maar nu ik weer zwanger ben, begin ik me ook de kleine ongemakjes te herinneren van de vorige keer. De mindere kanten van een zwangerschap, die in het niet vallen bij het eindresultaat – die prachtige baby -, maar wel heel vervelend kunnen zijn.

Zo kan ik opeens een onbedwingbare trek krijgen. In zoetigheid, of juist in zout, of allebei, door of na elkaar. Het luistert op zo’n moment nogal nauw. En als ik probeer niet toe te geven aan deze drang – het is namelijk nooit iets gezonds waar ik naar verlang – kan ik nergens anders meer aan denken. Vaak eet ik dan toch maar de op dat moment gewenste troep, gewoon om ervan af te zijn. Om weer aan iets anders te kunnen denken.

En met een beetje pech ben ik daarna misselijk. Niet een beetje misselijk, zoals je bent wanneer je teveel van iets gegeten hebt, maar echt zwangerschapsmisselijk. En dat is iets wat je moet hebben ervaren om te kunnen weten hoe het is. Gelukkig ga ik er niet van spugen, maar soms is zelfs dat eerlijk gezegd een aanlokkelijk idee. Al was het maar om deze zwangerschap eens niet 27 kilo aan te komen…

Het is een wonder dat er nog geen ongelukken gebeurd zijn

En dan is er nog de vermoeidheid. Ook dit moet je hebben meegemaakt om het te snappen. Gelukkig kan ik op mijn werk prima functioneren, maar zodra ik thuiskom stort ik neer op de bank, om mezelf vervolgens rond half 10 naar bed te slepen. En op zich voelt dit ook nog wel logisch.

Het gekke is dat ik me juist op mijn vrije dagen en in het weekend soms doodmoe voel. Alsof mijn lichaam dan compenseert voor de dagen dat ik moet werken. En dan komt het dus wel eens voor dat ik op straat loop en ineens denk ik dat ter plekke zou kunnen omvallen. Een dutje zou kunnen doen waar ik ook maar terecht kom. En ineens is het gevoel weer over en blijkt dat ik toch nog gewoon verder kan lopen.

En dan is er nog de plotselinge duizeligheid, als ik bijvoorbeeld te snel ben opgestaan van mijn stoel. Ik grijp naar het dichtstbijzijnde dat kan helpen voorkomen dat ik tegen de vlakte ga. Het is een wonder dat er nog geen ongelukken gebeurd zijn.

Niet zo gek dat je offers moet brengen

En al die keren dat ik naar de keuken ben gelopen om iets te pakken, om daar aangekomen compleet te zijn vergeten wat ik ging doen. Gelukkig heb ik tijdens mijn vorige zwangerschap al geleerd om alles wat ik echt moet onthouden te doen in mijn agenda op te schrijven. Door schade en schande wijs geworden, zal ik maar zeggen. Zodra ik ontdekte dat ik zwanger ben, heb ik dan ook een enorme agenda gekocht.

Ik denk dat geen enkele zwangerschap echt een makkie is. Maar als je bedenkt wat een enorme opgave je lichaam heeft te volbrengen in die 9 maanden, dan is het ook niet zo gek dat je hiervoor wat offers moet brengen.

En je weet natuurlijk waar je het voor doet. Die gedachte maakt uiteindelijk denk ik (bijna) alles draaglijk!