Blog
Het leed dat consultatiebureau heet

“Wij moeten morgen weer, wanneer moet jij?” vraagt mijn vriendin. Haar dochtertje is een weekje jonger dan Ries. Ze heeft het over het consultatiebureau. Niks geen willen, mogen, kunnen, nee we moeten naar het consultatiebureau.

Ries is anderhalf en ik herinner mij dat we per post een uitnodiging zouden krijgen voor de afspraak. Dit is niet gebeurd. Wanneer ik het consultatiebureau bel krijg ik in plaats van: “Fijn dat u zelf even belt, we waren het vergeten” te horen: “Het is op dit moment heel druk, ik plan hem nu wel even in”.

Op de weegschaal

Eenmaal aangekomen op het consultatiebureau begin ik licht te zweten bij de woorden “Je mag Ries uitkleden hoor”. Het moment is daar, Ries moet op de weegschaal. Ik ben niet bang voor zijn gewicht (al eet hij al maanden ’s avonds niks).

De vorige keer dat ik Ries op de weegschaal moest leggen was hij het daar duidelijk niet mee eens. Ik kreeg dan ook te horen van de assistente: “Zo’n wild jongetje heb ik nog nooit gezien”.

Om dit soort opmerkingen waarvan je denkt het boeit me niks (het boeit wel) te voorkomen dacht ik; ik vraag of Ries op de grote weegschaal mag, dit doet hij thuis ook wel eens. Het antwoord van de assistente met een gezicht als een oorwurm dat dit eigenlijk niet de bedoeling is voor kinderen onder de twee jaar was duidelijk: het is ook nooit goed.

De ontwikkeling van Ries

Zonder groot drama gewogen en we stappen de spreekkamer van de arts in waar Ries bij mij op schoot met de blokjes die zijn klaar gelegd begint te spelen. De arts benoemt dat lengte en gewicht in orde zijn maar stelt vast dat ik eigenlijk bij de verpleegkundige een afspraak heb. Ondertussen heeft Ries een torentje van de blokjes gebouwd en complimenteert de arts hem: dat hoeft hij pas over een jaar te kunnen.

Kijk mama, boloe, doet-t-niet

Verder vraagt ze hoe het met het praten gaat. Ze vraagt of hij al meer dan twee woorden zegt. Peinzend geef ik een voorbeeld dat Ries in de auto naar me roept: “Kijk mama, boloe (molen), doet-t-niet”. Lachend zegt ze dat dat dus al meer dan 2 woordzinnen zijn. Ook daarin loopt hij voor.

Na het testje met de bal (waaruit blijkt dat papa en mama op hun beurt erg hun best doen om Ries klaar te maken voor een korfbal / voetbalcarrière) concludeert de arts dat Ries het heel goed doet. Voor volgend jaar stelt ze alvast nieuwe doelen vast: dan kan hij vast lezen, grapt ze.

Met een opgewekt gevoel loop ik de deur uit, trots op mijn mannetje. Was is het toch fijn om positieve dingen over je kind te horen. Al met al toch een positief bezoekje aan het consultatiebureau. Tot over een half jaar!