Blog
Baby heeft last van zesde ziekte

Mijn zoontje van 10 maanden is een vrolijk mannetje. Zijn glimlach is gul - met wijdopen mond en grote pretogen - en hij kan soms echt schateren van het lachen, als we kiekeboe spelen of als ik achter hem aan kruip. Huilen doet hij alleen als ik niet op tijd uit andere signalen opmaak dat hij honger heeft of moe is. Ik had dan ook al snel door dat er iets aan de hand was met mijn kleintje, toen hij laatst hangerig en huilerig was en niets hem aan het lachen kon krijgen. Maar wat was er dan aan de hand?

Op zo’n moment kan ik zo balen dat hij nog niet kan praten. Mijn kind is duidelijk overstuur en ik, zijn moeder, kan hem niet helpen. Althans, ik weet niet hoe. Een vervelender gevoel bestaat er bijna niet, zo machteloos en verdrietig word ik ervan.

39 graden, stoppen nu!

Ik speur het internet af. Voelt hij warm? Net nog niet, nu lijkt hij te koken! Oké, temperatuur opmeten. De thermometer blijft maar oplopen. 38, 39 graden, stoppen nu! Hij eindigt op 39,6. Koorts dus. Maar wat moet ik doen? Ik bel mijn moeder, die weet het vast. Uitzingen, is de voornaamste raad die ze me kan geven. Afwachten, zorgen dat hij veel slaapt en goed drinkt. Als hij niet wil eten, geeft dat niet, maar blijf wel eten aanbieden, adviseert ze me.

De dagen die volgen zijn zwaar, de nachten zo mogelijk nog zwaarder. Overdag huilt hij veel en wil hij alleen bij mij of zijn vader op schoot slapen. ’s Nachts wordt hij om de haverklap gillend en zwetend wakker en is hij moeilijk te kalmeren. Ik houd mijn mantra in gedachten: this too shall pass (ook dit zal voorbij gaan).

Ik kan wel janken!

En inderdaad, na een dag of 3 zakt de koorts en krijg ik af en toe weer een voorzichtig glimlachje te zien. Maar als ik hem in bad doe, schrik ik: ineens zit zijn hele lichaam onder de kleine rode bultjes. Hij lijkt er niet heel veel last van te hebben, maar het is wel heel naar om te zien. Ik bel weer mijn moeder en zij weet het gelijk: de zesde ziekte. De uitslag is volgens haar inderdaad niet echt vervelend voor hem, maar ik moet hem maar even niet in bad doen. En, nog belangrijker: de bultjes betekenen het einde van de ziekte. Ik kan wel janken!

De volgende dag is hij weer bijna helemaal de oude. Wat zwakker nog misschien en hij wil nog steeds niet veel eten, maar ik herken wel weer mijn kleine zonnetje in hem. Wat een opluchting!