Blog
De kleine prins op de camping

Op een camping in Italië. Noah is de kleine prins. Papa en mama, opa en oma, oom en tante zijn zijn nederige dienaren.

Op zijn duwfiets gaat hij de camping over (met een willekeurige duwer, dat maakt hem niet uit). Hij zwaait naar het volk, roept “hai!” en iedereen zwaait terug. Hij maakt praatjes met Nederlanders en Italianen, brabbelt in zijn eigen taaltje (dat overigens klinkt als Fins).

Ineens deelt hij bevelen uit

Maar hij heeft ook wat Nederlands opgepikt. Ineens leert hij zo’n 3 nieuwe woordjes per dag: “auto!”, “fiets!”, “boom!”, “eend!”, en ook echte campingwoorden: “tent!”, “pomp!” en “ciao!”. Hij brengt alles met evenveel enthousiasme. Maar het kleine prinsje zou het kleine prinsje niet zijn als hij zijn alsmaar uitbreidende woordenschat niet ook tot zijn eigen nut en gemak zou laten dienen. Ineens deelt hij dan ook bevelen uit: “pak beer!”, “zoek opa!”, “muziekje aan!”.

En hoewel papa en mama nog af en toe streng proberen te zijn, zijn opa en