Blog
De eerste uitwendige echo

Louise schrijft over haar kinderwens als single. In het eerste deel Een slimme meid begint op tijd beseft ze dat ook zonder partner zij graag een kind wil. Ze besluit dat co-ouderschap samen met een homostel goed bij haar past. Zij besluit met Willem en Rogier dit avontuur aan te gaan. In haar blog Aangename verrassing blijkt dat ze na twee inseminatiepogingen, zwanger is van een tweeling. Inmiddels is haar omgeving op de hoogte van haar zwangerschap en haar bijzonder constructie.

Na de bezoeken aan de kliniek waarin we onze geslaagde inseminatie (joepie!) hebben gedaan, volgen vele bezoeken aan het ziekenhuis. Aangezien ik zwanger van een tweeling ben, word ik direct doorverwezen naar een gynaecoloog. Het romantische en gezellige beeld van een knusse verloskliniek moet ik dus zo snel mogelijk loslaten. Niets geen zachte, vrolijk gekleurde banken en lekkere groene thee uit gezellige mokken. Nee, in plaats daarvan kom ik terecht in een kil en angstaanjagend ziekenhuis met lange gangen, plastic bekertjes en donkere thee waarvan anderen hebben bepaald hoe lang het theezakje erin blijft hangen.

Om bij de afdeling gynaecologie te komen moet ik ook nog eens langs de bloedprikkamers lopen. En als 1 plek voor mij “hell on earth” is, dan zijn dat wel de bloedprikkamers. Ik haat naalden, zichtbare aders en buisjes met bloed. De mensen die ervoor kiezen om daar vrijwillig te werken, verdienen wat mij betreft een standbeeld. Brrr.

Verward door emoties

Vandaag staat de eerste uitwendige echo op de planning. Ik verlaat moederziel alleen mijn huis en voel de zenuwen toenemen en het bloed wegstromen uit mijn hoofd als ik de tram naar het ziekenhuis neem. Zelfs het gezicht van Willem die al op me zit te wachten, kan me niet opvrolijken.

Ik voel me beroerd, zenuwachtig, zielig en alleen. Ik ben niet bang voor de echo, maar wel voor het bloedprikken dat daarna moet plaatsvinden. En ik merk dat ik het vervelend vind dat ik alles moet ondergaan en hierin geen keuze heb. Het voelt oneerlijk. Waarom moet ik deze lichamelijke last dragen? Het voelt zo oneerlijk dat de mannen met hun strak getrainde lijven, heerlijk kunnen toekijken hoe mijn vel aan alle kanten wordt uitgerekt en mijn arm keer-op-keer wordt leeggeprikt.

Mijn gevoel van eenzaamheid, wordt nog eens versterkt, doordat de mannen in een compleet andere stemming zijn dan ik. Ze hebben hun kont nog niet op de stoel neergelaten of ze beginnen opgetogen te kwekken over koetjes en kalfjes. Ondertussen worden mijn schouders zwaarder, hangt mijn hoofd naar beneden en sluit ik me af voor mijn omgeving. Als Rogier me een vraagt stelt, hoor ik mezelf mompelen: “ik heb even geen zin om te praten”. Hierop kletsen en lachen Willem en Rogier vrolijk verder. Ondertussen zou ik op de stoelen willen staan en schreeuwen: “kop houden!”. Maar ik durf het niet. Ik durf nog niet goed aan te geven waar ik behoefte aan heb en voel me verward door de emoties die in mijn lichaam alle kanten opschieten, zoals een bal in een flipperkast.

“Ik wil hier weg! Nu!”

Dit voelt niet goed! Een echo behoort een mooi moment te zijn, maar ik ervaar het tegenovergestelde. Als de echoscopist mij vraagt om mijn buik te ontbloten, voelt het alsof ik als de zoveelste zwangere vrouw op de lopende band moet komen liggen. Ik voel me een object dat gecontroleerd wordt zonder dat er aandacht wordt besteed aan het schepsel dat deze last moet dragen. Zonder te vragen hoe het met mij gaat, spuit de echoscopist achteloos de koude vloeistof op mijn buik. Daarna drukt ze met een apparaat op mijn buik. Wat een kut-gevoel! Ze drukt zo hard, dat ik mijn lijf compleet aanspan, mijn tenen krom en mijn tanden op elkaar zet. Ik wil dat ze ophoudt.

Ik zeg tegen de echoscopist dat ik het een vervelend gevoel vind. Haar enige reactie is: “tja, daar zal je toch aan moeten wennen, want dat zal nog vaker gebeuren”. Zonder een seconde het apparaat van mijn buik te lichten, gaat ze verder met drukken en turen naar het scherm. Ook Rogier en Willem zijn stil. Ik voel me een aanstelster. En terwijl we allemaal weer naar het scherm kijken, voel ik me totaal onbelangrijk, onbegrepen, een zeikwijf en moederziel alleen. Op de achtergrond hoor ik wazig dat de kinderen het goed doen. Het enige wat ik denk is: “Ik wil hier weg! NU!”

Wat zullen ze geweldige vaders zijn!

Nog geen stap buiten het ziekenhuis, barst ik in tranen uit. Ik ben niet meer te stoppen. Het zoute water stroomt zonder tussenpozen over mijn wangen. Ik zie de radeloosheid in de ogen van Willem en Rogier. Ze hebben geen idee wat ze hier mee aan moeten. Terwijl we heel goed nieuws over de kinderen hebben gekregen, sta ik alleen maar met rooddoorlopen ogen heel ongelukkig te wezen. Zouden ze me een zeikwijf vinden?

Enkele uren later realiseer ik me dat ik gewoon veel spanning heb. Spanning om het feit dat ik moeder word, dit avontuur aanga met twee mannen die ik nog helemaal niet zo goed ken en bang ben mijn relatie met Bart te verliezen. Ik realiseer dat ik het fijner vind om iedere keer met één van de mannen naar de gynaecoloog te gaan, in plaats van standaard met alle twee. Op die manier zal er meer aandacht zijn voor mijn gevoel.

Hortend en stotend laat ik Willem weten wat mij dwars zit. En wat zijn ze geweldig! Ze vinden het een prima idee om om-en-om met mij naar het ziekenhuis te gaan. Rogier vraagt mij ook nog of ze hadden moeten ingrijpen toen ik zei dat de echo niet prettig voelde. En ja, ik realiseer me dat ik het fijn had gevonden als iemand had gevraagd om even te stoppen. En wederom barst ik in tranen uit. Dit keer niet omdat ik me alleen en ellendig voel, maar omdat Rogier en Willem zo ontzettend lief en begripvol zijn. Wat zullen ze geweldig vaders zijn!