Blog
De dochter van mijn vriend

Ik weet nog steeds niet goed hoe ik haar moet noemen. De dochter van mijn vriend. Bij ‘stiefdochter’ krijg ik allerlei Assepoester associaties en als ik haar ‘mijn dochter’ noem, stoot ik bio mama wellicht voor het hoofd. Pluskind klinkt alsof ik politiek gezien afstand neem.

Wanneer buitenstaanders naar mij wijzen als het over mama gaat, laat ik het vaak zo. Ik vind vooral de verwarde gezichten leuk als Lizzy schreeuwt; ‘Neeeheee, mijn mama is thuis!’. Ik noem haar vaak mevrouwtje Theelepel, maar ze verkiest zelf Lizzy. Mij noemt ze ‘mijn Eva’.

Peuterpubertijd

‘Nee’ en ‘ik wil niet’ zijn momenteel haar favoriete zinnen en hoewel ik het een super schattig meisje vind met haar interesse voor ALLES wat ik doe, zit ze middenin haar bloed-onder-nagels-fase. Alsof ze aanvoelt wat nu juist niet handig is en dan juist dát doet. Ze huilt dramatisch, liggend op de grond om van alles (lees: niets) en wil constant, altijd, aandacht.

Ik ben blij als ze er is, maar ook als ze weer gaat. ‘Dat is straks anders als het je eigen kind is’, probeert mijn moeder in een poging geruststellend te zijn. Hoezo? En hoe anders is dat als ik zelf een kind heb? Die is 24/7 hier en niet halve weken bij een ander…

Smelten

Mijn vriend en ik verschillen als het om Lizzy gaat. Hij smelt zodra het dwergje lief glimlacht en hem een kus op zijn neus geeft. Ik zie een manipulatief schepseltje bezig met haar straf te ontlopen. Mezelf op die leeftijd.

Dat smelten, heb ik dus niet. Komt dat automatisch geleverd bij een eigen productie of heb ik dat gewoon niet? Zorgt dat smelten ervoor dat je je krijsende peuter niet achterlaat in het bubbelbad in CenterParcs na 29 keer huilen op één dag? Want op die momenten doneer ik graag mijn eierstokken en breekt de paniek bij mij uit.

Trots op hem

Als Lizzy er is, noem ik mijn vriend papa. ‘Ga maar even bij papa kijken’ of ‘nu mag papa een liedje zingen’. Een naam die ik ooit alleen voor mijn vader had. Dat is raar en mooi tegelijk.

Wat ik vroeger leerde van de mijne, leert zij van haar papa. Ik ben trots op hem. Hoe hij zijn kleine meisje leert eten met haar mondje dicht en wanneer ik hoor dat ze alle tramlijnen in de stad al kent, springen de tranen in mijn ogen. Ze mag niet zo snel groot worden. Misschien ben ik dan toch gesmolten.