Blog
Boys will be boys

Boys will be boys, denk ik elke keer als mijn zoontje weer ergens vanaf valt of tegenaan botst. Rondrennen (of eigenlijk: op hoog tempo rondwaggelen), klimmen en klauteren zijn zijn grootste hobby's. Denk je dat hij gezellig naast je op de bank komt zitten, klimt hij door naar de rugleuning om zich vervolgens blindelings achterover in de kussens te laten vallen. Doodeng, maar zie hem maar eens tegen te houden..

En eigenlijk wil ik dat ook niet. Mijn gevoel zegt me dat het goed voor hem is. Die builen, blauwe plekken en schrammen niet zozeer, maar de ervaring die hij op deze manier opdoet. Ik geloof dat dit hem leert dat hij kan vallen en zelf weer kan opstaan. Dat dit hem het zelfvertrouwen zal geven dat hij de rest van zijn leven nodig zal hebben. Maar mijn moederhart huilt als hij het weer eens uitbrult na een harde smak.

Net iets te hevige kopstoot en bijten

Dat hij zichzelf op deze manier bezeert is tot daaraan toe. En papa en mama kunnen tijdens een stoeipartij ook wel wat hebben. Noah deelt dan wel eens een net wat te hevige kopstoot uit. Of hij bijt ineens hard in een vinger of oor.

Maar de laatste dagen heeft hij het vizier ook gericht op zijn 2-jarige neefje Jack. In het voorbijlopen duwt hij hem ineens hard omver. Het lijkt wel alsof hij gewoon even wil zien wat er dan gebeurt. Zijn neefje huilt en Noah kijkt er onbewogen naar. Ik probeer hem uit te leggen dat Jack ‘auw’ heeft en dat Noah dit op zijn geweten heeft. Maar of de boodschap aankomt?

En ook Nina, zijn nichtje van 4 maanden oud was laatst de klos. Nietsvermoedend lag zij op een speelkleed. Hoewel Noah ‘zijn’ baby heel lief vindt en vaak met zijn wang tegen haar wang gedrukt naast haar gaat liggen, koos hij er dit keer voor om een speelgoedauto van de grond te pakken en daarmee hard tegen haar hoofd te slaan. Nina huilde oorverdovend en opnieuw leek hij niet te beseffen dat dit het gevolg was van zijn handelen.

Kijk mama, zonder handen!

Op dit moment kan ik volgens mij niet veel meer doen dan dicht in de buurt blijven als er gespeeld wordt met andere kinderen en op tijd ingrijpen. Noah is nog te jong om echt te begrijpen dat hij anderen pijn kan doen. Gelukkig duwt zijn neefje af en toe terug, dus misschien leert hij het op die manier.

En ondertussen probeer ik me te bedwingen als hij weer eens bovenop zijn loopauto gaat staan. ‘Kijk mama, zonder handen!’ zeggen zijn ogen vol trots. “Goed zo, jongen”, zeg ik dan maar. En voordat ik het weet floept het er toch uit: “maar doe je wel voorzichtig…?”