Blog
Bevallen_in_Dublin

Vorige week vertelde blogger Noor over haar bevallingen in Nederland en in Duitsland. Haar derde kindje werd geboren in Dublin. Hoe was deze ervaring?

Weer zwanger

Wow, het was ons weer gegund! Een derde kindje op komst, dit keer in Dublin. Een paar maanden voor de positieve zwangerschapstest hadden we afscheid van Berlijn genomen om ons in Dublin te vestigen voor mijn man zijn werk.

We lieten een hechte vriendengroep achter, mijn werk bij het Joods Museum, de mooie stad en vooral de ontelbare herinneringen van ons gezin. In het bijzonder van onze Berliner baby die daar geboren was. Maar we hadden ook weer zin in een nieuw avontuur.

Ik fantaseerde over nog een jongetje die mijn elftal op weg zou helpen en die met zijn broertjes lekker in onze tuin kon voetballen. Een meisje was ook zeker welkom, maar ik meende al vrij snel te voelen dat het een jongen was. Daar kreeg ik overigens ook gelijk in!

Nadat we in Dublin waren bekomen van het feit dat we nog een kindje kregen, moesten ook de praktische dingen geregeld worden. Weer een nieuwe ervaring: bevallen in Dublin.

Begeleiding tijdens de zwangerschap?

Waar ik in Berlijn meteen heel erg goed begeleid werd, viel dat in Dublin enigszins tegen. Allereerst heb je hier geen verloskundige, maar je huisarts die je regelmatig controleert. Daarnaast ga je een keer in de zoveel tijd langs de gynaecoloog in het ziekenhuis. Maar dit alles is afhankelijk van hoe je verzekerd bent. Je hebt drie opties: public, semi-private of private.

Ik koos voor de tweede. Dit hield in dat ik dan een vaste gynaecoloog had die ik regelmatig zou zien en dat ik wat extra echo’s kreeg. En daar betaal je dan ook voor. Als je public gaat, kost het niks. Ga je voor semi-private of private, dan moet je in de buidel tasten.

Ik had hoge verwachtingen omdat ik voor semi-private ging, maar gedurende mijn zwangerschap vroeg ik mij toch af waarom ik niet gewoon public was gegaan. Ik merkte nauwelijks verschil…

Twee afspraken en vooroorlogse echomachines

Om te beginnen heb ik mijn gynaecoloog welgeteld twee keer in de gehele zwangerschap gezien. Bij week 30 en bij week 34. Daarnaast moest ik bij semi-private ook erg lang wachten voor ik aan de beurt was, terwijl er wordt gepropagandeerd dat dit niet het geval is.

Maar nóg verwarrender vond ik de vooroorlogse echomachines waarmee ze kwamen aanzetten. Ik kon nooit wat zien, alleen wat vage contouren. Dat was ook de reden dat ik uiteindelijk voor de 20-wekenecho in Nederland een afspraak heb gemaakt.

Steeds minder tevreden

Ik heb twee keer meegemaakt dat er bloed werd geprikt en de betreffende zuster mij verzekerde dat ik dezelfde dag gebeld zou worden met de uitslag. Tot op de dag van vandaag wacht ik daar nog op.

Al met al groeide mijn onvrede tijdens de zwangerschap over de laconieke manier van doen hier in Dublin. Ik was de efficiënte manier van de Duitsers gewend en hier leunden ze helemaal de andere kant op. Gelukkig voelde ik mij precies zoals tijdens mijn andere twee zwangerschappen, die redelijk pijnloos en zonder kwaaltjes verliepen. In week 31 bereikte mijn frustratie echter een hoogtepunt…

Verdriet en frustratie

Mijn man was voor werk een paar dagen in Brussel en ik had op een maandag een afspraak bij de huisarts. Zoals ik al eerder vertelde, ga je ook om de zoveel weken naar je huisarts voor een kleine check. Denk aan een urinemonster, het hartje van de baby beluisteren en een algehele controle. Zo ook die maandag.

Ik lag bij mijn huisarts op de behandeltafel en zij ging met een meetlint mijn buik meten. Geschrokken vertelde ze mij dat de baby toch echt te klein was voor 31 weken en dat ik onmiddellijk een echo in het ziekenhuis moest laten maken. Ik vroeg nog: “Should I be worried?”. Haar antwoord was duidelijk: “Yes, you should be.”

Daar stond ik dan, met tranen in mijn ogen. In paniek belde ik mijn man in Brussel die meteen het vliegtuig naar Ierland weer pakte om met mij naar die echo te gaan. Gespannen zaten we die avond met z’n tweetjes op de bank.

De volgende dag gingen we naar het ziekenhuis. Op de echo, een heel modern apparaat dit keer (bij een noodgeval kan het dus wel), bleek dat er helemaal niks aan de hand was. De huisarts had gewoon verkeerd gemeten. Pfffff, wat een opluchting.

Boosheid

Na de opluchting kwam ook de boosheid! Want wat onhandig dat ze op deze manier haar zorgen had geuit en wat onhandig dat ze mij zo in de rats had laten zitten. Dit had de huisarts ook zeker op een andere manier kunnen aanpakken. Ik weet natuurlijk dat het mensenwerk is, maar toch: ik had mij erge zorgen gemaakt!

Bang voor de bevalling

Verder verliep het gelukkig soepeltjes en kwam de datum van de bevalling dichterbij. Door alle dingen die ik hier had gezien, was ik best zenuwachtig voor het verloop. Ik vond het allemaal erg middeleeuws aandoen en ik zag er best tegenop.

Goed voorbereid

Ik had een aantal goede buffers ingebouwd: in week 39 kwam mijn nichtje bij ons logeren om voor de andere twee kindjes te zorgen als ik ’s nachts zou moeten bevallen, en in week 40 kwamen mijn ouders voor als het dan zou gebeuren. Bij mijn andere twee was ik rond week 40 bevallen, dus wat ik niet verwachtte gebeurde toch: de baby diende zich aan bij 38,5 weken.

Al heel ver in de weeëncyclus zei ik tegen mijn man: “Nee hoor, die baby gaat heus niet komen. Dit houdt zo wel weer op.” Mijn man zei nog voor de zekerheid: “Laten we nog even de laatste dingen voor de babykamer in orde maken en jouw tasjes klaarzetten.” En zo stond ik puffend nog wat te strijken en was mijn man bezig alles klaar te maken voor vertrek.

Snel naar het ziekenhuis

Ik had gelukkig een oppas die op stand-by stond. Toen rond 1 uur ‘s nachts de weeën echt onophoudelijk kwamen, kon ik er niet meer onderuit; de baby zou komen! En zo kwam de oppas aangesneld en gingen wij in de auto naar het ziekenhuis. Een rit die natuurlijk veel te lang duurde en eenmaal in het ziekenhuis dacht ik: Nu gaan we het beleven…

Geen middeleeuwse taferelen!

Maar, eerlijk is eerlijk: het werd een hele goede ervaring. Misschien omdat ik het niet verwachtte. We kwamen aan en ik werd in een rolstoel gezet. Toen ik vertelde dat dit mijn derde kind was, werd ik meteen naar de bevalkamer geleid en stonden daar twee alleraardigste midwives (een soort combinatie van een verloskundige en een kraamverzorgende) te wachten.

Alles was mooi en helemaal niet middeleeuws zoals ik dacht. Ik voelde mij enorm veilig bij de midwives. Ze stonden echt voor mij klaar en twee uur later werd onze derde zoon geboren!

Ook de nazorg verdient een pluim. Ik werd direct naar een kamer gebracht, weliswaar met andere vrouwen, maar iedereen was discreet en zachtjes, en er werd uitstekend voor mij gezorgd.

Het was inmiddels 4 uur ‘s nachts en ik vertelde dat ik graag naar huis wilde die ochtend. Dat was allemaal geen probleem. Even nog wat checks door de kinderarts en toen kon ik lekker gaan. En zo liep ik die ochtend, met een prachtige baby en mijn man door de deuren van het ziekenhuis naar buiten.

Fijne nazorg

In Dublin heb je geen kraamhulp, maar ik had wel een public health nurse die twee keer is gekomen om te wegen en te meten. Daarna ben ik nog twee keer voor een check up bij de huisarts geweest. Niet heel veel en niet zo grondig als in Duitsland en Nederland, maar het kon er zeker mee door.

Waar ik nog steeds vind dat de begeleiding van de zwangerschap absoluut beter had gekund, vond ik de bevalling en nazorg echt prima.

Drie bevallingen in drie steden

Drie bevallingen in drie steden, wat een ervaring! Hoewel er zeker onderlinge verschil is tussen de landen waar ik ben bevallen, denk ik dat we heel blij mogen zijn dat er zulke goede zorg in Europa is. Althans, dat is mijn ervaring.

Ik ben benieuwd waar de vierde wordt geboren!

Blogger_Noor

Noor (34) is moeder van 3 kleine zoons. Ze was werkzaam als docente in Amsterdam voor ze met haar gezin naar Berlijn verhuisde. Na 2,5 jaar verhuisden ze naar Dublin. Noor schrijft over het moederschap in het buitenland, de cultuurverschillen en overeenkomsten, en de moeilijke en leuke momenten.