Blog
Moeder houdt hoofdje van baby vast

Een aantal weken na de geboorte krijgt mijn baby ineens allemaal schilfers op haar hoofdje. De dame van het consultatiebureau werpt een halve blik en zegt: “Berg. Je kan het laten zitten of weghalen. Uiteindelijk gaat het vanzelf over.” Net zoals darmkrampen en nachtelijke voedingen. Alles is een fase. Als moeder is het meestal maar een kwestie van afwachten en hopen op betere tijden...

Korstendisco

Ik besloot de berg te laten zitten. De natuur regelt het wel, toch? Maar na een poosje werden de schilfertjes vrienden met elkaar en vierden feest in de korstendisco. Dus ik wendde mij tot de oerbron: Google. Daar stond:

Als u de overmaat van schilfers toch wilt verwijderen, kunt u de hoofdhuid insmeren met zoete olie om de schilfers week te maken. Daarna kunt u met de zijkant van een kartonnen kaartje voorzichtig de overtollige schilfers eraf schuiven.

Kopkruimels

En zo gebeurde het. Ik smeerde olie. Ik liet het inwerken. En ik pakte een visitekaartje van de sportschool (die ik toch niet zou gebruiken). Ik schoof voorzichtig over haar hoofdhuid. Het knisperde licht en ineens sprongen de schilfers omhoog. Het sneeuwde kopkruimels.

Kopkruimelschuifkaart

Het is een meditatief werkje, dat kopkruimelgeschuif. Het zachte kraken brengt je bijna in trance. Maar bovenal is het een beetje vies. Zoals neuspeuteren of mee-eters uitknijpen. Een beetje vies en dus lekker.

Elke dag keek ik met verlangen uit naar het moment dat ik mocht gaan schuiven. Ik stapte voor het stevigere werk (rondom de kruin) over op een betere kaart, voor extra effect.

Mijn man vond overal kopkruimels. Op de bank. Op het bed. Op het aankleedkussen. Ik deed het nooit waar hij bij was en ontkende als hij vroeg of ik het meer dan 1 keer per dag had gedaan. Ik ging de kopkruimels angstvallig opruimen. Hij zei: “You are addicted!” Ik lachte hem uit: wat een onzin!

Afkicken

En op een dag was het ineens weg. Haar hoofdhuidje was mooi en zacht. Ik voelde me raar. Er was toch… een zekere leegte. De kopkruimelschuifkaart trilde in mijn handen. Ik moest toegeven: misschien vond ik het een beetje verslavend.

Ik zuchtte en dacht: als ik het ooit aandurf om aan een tweede te beginnen, krijgt die vast ook berg. En dat gaf me hoop. En de kracht om door te gaan.

Ik ben Joyce, 35, getrouwd met een Zimbabwaan, en net verhuisd van Amsterdam naar Zeeland (waar ik ooit geboren ben). We hebben een dochter van net 3 jaar en een zoontje van bijna 2 maanden. Ik ben theaterdocent van beroep, maar sinds de geboorte van mijn 2e nog even thuis.